Bolwerk Roda JC leeft weer even op

Koploper PSV lijdt een smadelijke nederlaag tegen de vorig jaar gedegradeerde ploeg uit Kerkrade.

Spelers van Roda vieren de 3-2 met doelpuntenmaker Hicham Faik. Op de foto boven verliest aanvallerJürgen Locadia van PSV het kopduel vanArd van Peppen.
Spelers van Roda vieren de 3-2 met doelpuntenmaker Hicham Faik. Op de foto boven verliest aanvallerJürgen Locadia van PSV het kopduel vanArd van Peppen. Foto’s ANP

Liefst 98 minuten zijn er gespeeld in de bekerwedstrijd tussen Roda JC en PSV als stadionspeaker Wim Frijns voor de derde maal zijn keel schraapt. „Hicham...” brult hij door de microfoon, waarna hij een stilte laat vallen die door de bijna tienduizend man op de tribune direct wordt doorbroken. „Faik”, roepen zij uit volle borst. Hij: „Danke.” Zij: „Bitte.”

Het traditionele (Duitse) doelpuntenritueel werd voorgegaan door een prachtige vrije trap van de man wiens naam werd gescandeerd. Hicham Faik krulde de bal over de muur en zette Roda in de eerste helft van de verlenging op een voorsprong die het niet meer uit handen gaf. Het werd 3-2. En dus werd er gehost en gejuicht in Kerkrade, waar voor even de glans terug was van de tijd voor de degradatie naar de eerste divisie. Voetbalbolwerk Roda; het is niet dood, het leeft.

Niet alleen voor fans een memorabele zege, maar ook voor doelpuntenmaker Hicham Faik. Afgelopen zomer nog clubloos nadat het bescheiden Almere City zijn contract niet had willen verlengen, nu matchwinner tegen het grote PSV, nota bene koploper in de eredivisie. Precies waar je soms naar verlangt in het toernooi om de KNVB-beker. Klein duimpje dat de sterren verslaat. „We gaan springen en feesten”, riep speaker Frijns na de wedstrijd, waarin spits Luuk de Jong tweemaal gelijk maakte namens PSV.

Sommige spelers van Roda zaten er na negentig minuten doorheen, maar bleven vechten. Anco Jansen, zwaargewicht in de voorhoede kon na al het sleurwerk amper een stap verzetten. Dribbelaar Edwin Gyasi, doodop na tachtig minuten. Als hij even de mogelijkheid had, zakte Gyasi door zijn hurken. Om uit te rusten. „Ik had ook last van mijn lies. Het schoot erin toen ik scoorde.”

En wat voor een doelpunt. Eerst een lepe combinatie met Jansen, toen een geweldig schot in de bovenhoek. Het was de 2-1, na tachtig minuten spelen. Ging Roda die voorsprong vasthouden? De ploeg van René Trost, die in de eerste divisie tweede staat achter NEC, speelde in elk geval beresterk. „Als leeuwen”, zei Gyasi. Toch maakte De Jong vlak erna 2-2.

Dialect

De komst van Gyasi is opvallend. De bekerwedstrijd tegen PSV was zijn tweede duel voor Roda. Hij speelde tot aan de winterstop bij Heracles Almelo, maar was daar op een zijspoor geraakt. Met amper kans op speeltijd ging hij liever naar Roda, waar trainer René Trost hem meteen een basisplaats schonk. „Roda is nog steeds een heel grote club”, zegt Gyasi. „Alleen Limburg is een beetje wennen als je zoals ik uit Amsterdam komt. Ze praten toch een beetje raar hier”.

Dat Kerkraads dialect lijkt voor de buitenstaander een taal tussen het Nederlands en Duits in. De nabijheid van Duitsland heeft ook geleid tot het speakersritueel met „danke” en „bitte”, wat de club afkeek van de Bundesliga. Wel werd het ritueel in 2009 tijdelijk afgeschaft. Ergens voelde zo’n Duits imago toch niet goed, vond de clubleiding. Roda moest meer een Limburgs imago krijgen. Maar in 2012 mocht speaker Frijns het ritueel toch weer opvoeren. Mede na goedkeuring van politicus Frans Timmermans, een groot supporter van Roda.

Ook het clublied is geschreven in dialect. „Ze weesse zich tse jeëve, ze sjpelle voor heun leven”, luidt een regel uit de ode aan Roda. Wat het betekent? Trainer René Trost, een geboren Kerkradenaar, leest de tekst en zegt: „Ze weten zich te geven en spelen voor hun leven.” Eraan toevoegend: „Zo was het vanavond ook.”

Op de bank had Trost zitten genieten, maar hij kon het daarbij niet laten om terug te denken aan de wedstrijd van afgelopen vrijdag tegen RKC, die met liefst 3-0 werd verloren. De ploeg die toen zo zwak was, speelde tegen PSV dapper en groots. „Het ging van tob naar top in vier dagen”, aldus Trost. „Tegen de jongens zou ik nu eigenlijk moeten zeggen: jullie zijn een stelletje klootzakken dat jullie dat vrijdag niet deden.”

Trost grijnsde erbij, terwijl Phillip Cocu zich naast hem zat op te vreten. Toen de trainer van PSV zijn analyse had gegeven en een journalist hem nogmaals confronteerde met het tergend zwakke optreden van zijn spelers, zei Cocu: „Volgens mij is wel aan mij te zien dat ik ervan baal.” Inderdaad. Zijn gezicht was asgrauw.

Cocu had vijf basisspelers onder wie Adam Maher rust gegeven. Daardoor kregen reservespelers als Marcel Ritzmaier, Jürgen Locadia en Nicolas Isimat-Mirin de kans om zich te bewijzen. Ze deden dat niet. In plaats daarvan toonden ze aan dat Cocu er juist verstandig aan doet om ze komend weekeinde weer op de bank te zetten.

Jürgen Locadia was zo traag dat je je afvraagt waarom iemand hem als speler van Jong PSV ooit doopte tot de Messi van de maandagavond, terwijl het leek alsof verdediger Nicolas Isimat-Mirin voor het eerst verdedigde. Cocu zag „negatieve arrogantie” bij zijn spelers.

Zijn collega Trost mocht daarentegen trots zijn. Gaat hij vandaag direct beelden analyseren van Excelsior, volgende week de tegenstander in de kwartfinale van de beker? „Nee, eerst Fortuna thuis zondag. Dat is hier een heel belangrijke wedstrijd”, zei de trainer van Roda.

Zo was de toon vlak na de sensationele stunt alweer serieus, maar stiekem zullen Trost en zijn spelers nog wel even genieten van het resultaat tegen PSV. Net als de fans. Eindelijk hebben ze weer een reden om trots te zijn op Roda.