Bakken, koken, smeren en... verkopen?

Unilever brengt zijn margarine onder in een aparte divisie. Om de tak weer te laten groeien, zegt het bedrijf. Om de boel te verkopen, zegt een analist.

Foto Rien Zilvold

Hoewel de omzet van zeep- en voedingsmiddelenconcern Unilever vorig jaar opnieuw is gedaald, toonde bestuursvoorzitter Paul Polman zich gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers een tevreden man. De omzet is dan misschien gedaald, zei hij, maar dat is vooral te wijten aan ongunstige wisselkoerseffecten.

Het Brits-Nederlandse Unilever is over de hele wereld actief en moet het geld dat het in andere valuta verdient, omrekenen naar euro’s. Sinds de euro sterk staat, levert dat – op papier – een omzetdaling op.

De omzet over 2014 daalde met 2,7 procent tot 48,4 miljard euro. De winst steeg daarentegen met 5 procent tot 5,5 miljard euro. Een teken dat Unilevers programma om efficiënter te werken, aanslaat, zei Polman. Aanvankelijk schrokken de beleggers van de resultaten die Unilever gisteren gepresenteerd had, want direct na de bekendmaking daalde de beurskoers. In de loop van de dag stabiliseerde die weer.

Sinds begin december is Unilever het tweede bedrijf op de Amsterdamse beurs dat meer waard is dan 100 miljard euro. De waarde is inmiddels opgelopen tot 108 miljard. Alleen Shell is met 183 miljard meer waard. Het aandeel Unilever is de afgelopen tijd een kwart in waarde gestegen. Vanochtend opende het aandeel weer hoger en noteerde het 35,18 euro.

‘Bakken, koken & smeren’

Al jaren haalt Unilever het grootste deel van zijn omzet uit persoonlijke verzorgingsproducten, zoals shampoo en deodorant (Dove, Axe). Deze divisie was vorig jaar goed voor een omzet van bijna 18 miljard euro.

Daarna komt de voedingstak (margarine, Knorr, Conimex) – die leverde vorig jaar ruim 12 miljard op. De omzet van de divisie met frisdrank, thee en ijsjes (Lipton, Magnum en Ola) bedroeg vorig jaar evenveel als die van de laatste tak, die van de was- en schoonmaakmiddelen: 9,2 miljard euro.

Vanaf 1 juli heeft Unilever een nieuwe divisie. Het bedrijf maakte in december bekend dat de ‘spreads’, de smeerbare producten zoals margarine en vermoedelijk ook de Calvé-pindakaas, worden ondergebracht in een nieuwe tak die ‘baking, cooking & spreading’ gaat heten (‘bakken, koken & smeren’). Volgens het bedrijf moet die nieuwe constructie zorgen voor „meer focus” en een „snellere besluitvorming”, waardoor de categorie weer kan groeien.

Margarine vormt de bakermaat van het bestaan van Unilever: Unilever is in 1929 ontstaan uit een fusie van de Nederlandse Margarine Unie en de Britse zeepmaker Lever Brothers. Intussen is het concern de grootste margarineproducent ter wereld.

In de levensmiddelenindustrie wordt al jaren gedacht dat Unilever zijn smeersels voor op brood kwijt wil, omdat de resultaten onder druk staan. De omzet daalt, vooral door een afnemende vraag naar margarine in Europa en de VS. Dit komt, volgens Polman, doordat margarine een „ernstig imagoprobleem” heeft.

Het feit dat Unilever zijn margarine in een aparte divisie onderbrengt, duidt er volgens analist Tom Muller van Theodoor Gilissen op, dat het concern overweegt deze tak op termijn af te stoten. „De wereld verandert”, zegt hij, „en bedrijven heroverwegen hun kernactiviteiten. De rol die een product in de historie van een bedrijf speelt zegt niets; kijk maar naar Philips en zijn lampen.”

Polman weerspreekt dat hij van de margarinetak af wil. Analist Marco Gulpers van ING gelooft hem. „De spreads leveren nog altijd genoeg op”, zegt hij. Ze zijn goed voor 7 procent van de wereldwijde omzet van Unilever, zo’n 3,4 miljard per jaar. Muller is stellig: „Krijgt Unilever er een mooie prijs voor, dan is die margarine zo weg.”