Autodokter Valiente na 50 jaar bijna uitgesleuteld

Vandaag zitten de VS en Cuba om de tafel in Havana. De Amerikaanse oldtimers dreigen uit het straatbeeld te verdwijnen.

De monteurs in Havana bereiden zich voor op de komst van moderne auto’s en dus op hun eigen herscholing.
De monteurs in Havana bereiden zich voor op de komst van moderne auto’s en dus op hun eigen herscholing. Foto Bloomberg/AP/Reuters

Gilberto Valiente Pedroso tilt een oude, geoxideerde velg van zijn werkbank. Daaronder schittert een nieuwe, blinkende remschijf. Met de hand gemaakt, met de freesmachine en metaalvijlen in zijn werkplaats in het centrum van Havana.

Valiente, zoals iedereen hem noemt, repareert auto’s die vaak bijna net zo oud zijn als hijzelf: 72 jaar, bouwjaar 1942. Dankzij het vakmanschap van hem en andere inventieve monteurs van Cuba blijven de karakteristieke oldtimers rondrijden op het socialistische eiland.

Maar de bejaarde monteur beoefent een bedreigd vak. Zodra het Amerikaanse handelsembargo verdwijnt, wat dit jaar staat te gebeuren, mogen Cubanen moderne auto’s importeren. Veel mensen zullen hun uiterst onderhoudsgevoelige oldtimer dan „laten sterven”, verwacht Valiente.

Vandaag beginnen in Havana de eerste officiële onderhandelingen tussen de Cubaanse en Amerikaanse regering sinds de diplomatieke en commerciële banden 54 jaar geleden werden verbroken. Afgelopen december kondigden beide regeringen de historische toenadering aan.

President Obama gaf vorige week een voorzet met een forse uitholling van het handelsembargo. Sinds vrijdag mogen Amerikaanse bedrijven onder andere landbouwproducten en bouwmaterialen exporteren naar Cuba. Auto’s en auto-onderdelen stonden nog niet op de lijst.

De complete opheffing van het embargo wacht op toestemming van het Amerikaanse Congres, waar vooral Republikeinen verzet bieden. Obama gaat ondertussen zijn presidentiële macht gebruiken om het stapsgewijs te ontmantelen, zo heeft hij gezegd.

Tussenkop

Voor de revolutie van Fidel Castro in 1959 was Cuba de favoriete exportmarkt van Amerikaanse automerken. Als eerste land in Latijns-Amerika kreeg het nabijgelegen Cuba de nieuwste modellen binnen, plus de reserveonderdelen voor het onderhoud.

De toevoer stopte na de machtsgreep van Castro, die de buitenlandse invloed op het eiland wilde breken. Hij kondigde een importverbod af op auto’s, wat vooral de Amerikaanse merken raakte. „De Cadillac bezorgt niemand banen”, zei Castro destijds.

Het beleid van Castro, die ook buitenlandse bedrijven nationaliseerde, werd gevolgd door een algeheel handelsverbod van Amerika in 1960. De Cubanen wisten geen eigen auto-industrie op te zetten. Het straatbeeld raakte bevroren in de jaren vijftig.

Automonteur Valiente, een magere man met grijs kroeshaar, werkt samen met een „bende van uitvinders”, zoals hij de andere monteurs noemt die werkplaatsen hebben in een vervallen parkeergarage in een smalle straat in Havana. Ze delen gereedschap, kennis en een kantine.

Afgelopen nacht nog werd Valiente, die het vak van zijn vader leerde, om drie uur wakker. Opeens wist hij de oplossing voor een auto waar hij aan werkt, een rode open Ford uit 1929. Hij deed het licht aan, pakte pen en papier, en maakte een tekening van het ontbrekende onderdeel.

Dat is de uitdaging in Cuba: onderdelen. Valiente en zijn uitvinders halen ze uit andere auto’s of maken ze zelf. Valiente: „We gebruiken van alles, maar nieuw is het nooit.”

Dankzij dit soort monteurs domineren de meest verkochte automodellen van de jaren vijftig nog altijd de straten van Havana: Ford, Chevrolet, Buick en Pontiac. Daartussen rijden Lada’s en Polski’s uit het voormalig Oostblok, restanten uit de tijd dat Cuba leefde op steun uit de Sovjet-Unie.

Af en toe komt er een model uit de afgelopen twintig jaar langs, vaak Aziatisch. Die zijn ingevoerd door regeringsfunctionarissen en artsen, die daarvoor speciale toestemming konden aanvragen.

Middenklasse

In 2011 werd het Cubaanse verbod op de import van buitenlandse auto’s opgeheven door Raúl Castro, die Fidel in 2008 officieel opvolgde vanwege de zwakke gezondheid van zijn broer. De jongere Castro opent sindsdien voorzichtig de economie. Maar de Amerikaanse kant van het handelsembargo bleef van kracht.

Nog altijd worden er weinig buitenlandse auto’s verkocht in Cuba. Door de hoge belastingen die de regering heft – officieel om het openbaar vervoer te subsidiëren – zijn geïmporteerde auto’s drie of vier keer zo duur als in Europa en de Verenigde Staten, terwijl een gemiddeld salaris in Cuba niet meer bedraagt dan omgerekend 17 euro per maand.

Dat laat zien dat verandering in Cuba niet alleen afhangt van het opheffen van het Amerikaanse embargo, zeggen critici. De positieve gevolgen van het herstel van de handel met Amerika worden naar verwachting verkleind door bureaucratie en hoge belastingen aan Cubaanse zijde.

De afzetmarkt in Cuba is bovendien klein: de bevolking is over het algemeen arm, al is er een opkomende middenklasse ontstaan doordat Cubanen sinds een paar jaar eigen bedrijfjes mogen beginnen.

Slimme vingers

In de hoek van de garage van Valiente staat het casco van een oude Lada. De auto is compleet gestript. Valiente en de andere uitvinders gaan „een bastaard” maken, bestaande uit delen van meerdere andere auto’s.

Het liefst houdt hij auto’s zo origineel mogelijk. Zoals zijn eigen mintgroene Chevrolet uit 1953. „Er zit geen schroef in die niet origineel en Amerikaans is”, zegt hij.

Welke automerken zijn door de decennia heen het sterkst gebleken? Daar zit weinig verschil tussen, zegt de Cubaanse monteur. „Een auto kan lang blijven rijden, zolang de eigenaar van hem houdt.”

De echte klassiekers blijven nog lang rondrijden in Cuba, denkt Valiente, als luxe taxi’s voor toeristen. De bastaarden worden vervangen.

Als er op grote schaal nieuwe auto’s Cuba binnenkomen, wil Valiente zich opnieuw laten scholen. Moderne auto’s repareren, dat is een compleet andere kunst, zo heeft hij gezien bij zijn collega’s in de parkeergarage.

Nu moeten monteurs in Cuba nog artesanos zijn, handwerklieden. „Je hebt slimme vingers nodig”, zegt Valiente. „Je moet onderdelen kunnen bedenken die al veertig, vijftig of zestig jaar niet meer worden gemaakt.” Maar straks is het niet langer een kwestie van de motorkap opendoen en zelf een diagnose stellen, maar een kwestie van een laptop aansluiten en kijken wat de auto zegt. „Je vraagt de auto: heb je hoofdpijn, griep of een slechte spijsvertering?”