Zittenblijven moet blijven

Zittenblijven, er wordt dramatisch over gedaan. In het rapport ‘Zittenblijven in het primair en voortgezet onderwijs: Een inventarisatie van de voor- en nadelen’ hanteert het Centraal Planbureau (CPB) zelfs de term ‘drop-out’. In datzelfde rapport staat dat een meting in 2012 uitwees dat 45 procent van alle leerlingen op de basis- of middelbare school minimaal één keer blijft zitten, waarbij de kans op doubleren in het voortgezet onderwijs twee keer zo groot is als in het basisonderwijs. Bijna de helft blijft dus weleens zitten. Dat aantal betekent dat het zo bijzonder niet is. Het kan ook betekenen dat zittenblijven een effectieve methode is om beter te profiteren van leerplicht en schoolgang.

Zittenblijven heet in dit rapport een ‘duur instrument’. Nou valt dat nogal mee, het gaat om circa 3 procent van het onderwijsbudget. Verder wordt er een bedrag van 900 miljoen euro per jaar berekend aan gederfde belasting- en premie-inkomsten. Afschaffen van zittenblijven zou ‘winst’ voor de overheid betekenen. De winst voor de leerlingen is dat ze sneller van school zijn. Bijvoorbeeld met iets dat veel weg zou kunnen hebben van een onvolledig eindexamen, want gebaseerd op een stuk of wat zogeheten deelcertificaten.

Over het effect van het zittenblijven is het rapport vaag. Het CPB stelt vast dat zittenblijven soms leerwinst kan opleveren. Het erkent dat het bestaande onderzoek onvolledig is, niet onverkort geldig voor Nederland, en dat een aantal conclusies „onder wetenschappelijk vuur” ligt.

Dat alles noopt tot behoedzaamheid. Niettemin was staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) er als de kippen bij; hij noemde het zittenblijven duur en ouderwets. Volgens hem bieden zomerscholen en bijspijkercursussen voldoende alternatieven, waarbij hij beweerde dat die geen geld kosten (blijkbaar moeten de leerkrachten dat erbij doen). Het is duidelijk: dat zittenblijven, daar moeten we vanaf.

Leerlingen zijn meer dan een toekomstige bron van verdienen en consumeren. Op school doen ze kennis op, maar ook de sociale en emotionele vaardigheden die de basis zijn voor hun welzijn.

Het doubleren kan anders georganiseerd worden. Voor de puberende lakse leerling kunnen vormen van bijles voldoen. Maar voor de leerling met bijvoorbeeld een taalachterstand, tragere ontwikkeling of zware persoonlijke omstandigheden kan het zittenblijven een zegen zijn. Het is geen straf en het is geen afgang. Het biedt rust en adempauze, vergroot de routine met het opdoen van kennis en bevordert uiteindelijk het zelfvertrouwen.