Zin in een feestje?

Nog maar net zijn de demonstraties voor de vrijheid van meningsuiting afgelopen, of er dient zich alweer een nieuw hoogtepunt van de vrije samenleving aan: verkiezingen. Afgelopen weekend openden CDA (op zaterdag in Apeldoorn) en PvdA (met een tweedaags congres in Utrecht) de campagne voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten en voor de waterschappen op 18 maart.

Beetje vroeg zou je zeggen, want het duurt dus nog twee maanden voordat wij naar de stembus mogen. Als er verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer, duren campagnes meestal maar een week of drie. En nu twee maanden voor de minst populaire bestuurslagen! Niet alleen PvdA-leider Diederik Samsom heeft „zin” in deze campagne, Mark Rutte kondigde al aan dat ook de VVD in januari begint.

Je kunt zeggen: het is ook een feest, dus waarom niet de tijd nemen. Dat zelfs de strijd tegen het water stemmen vereist, mag wel gelden als een identiteitsbewijs van de Nederlandse democratie. Uiteindelijk draait het hier altijd om het vinden van een manier om samen te werken. Heel anders dan in Frankrijk, even herontdekt als democratisch voorbeeld. Daar komt politiek altijd neer op ideeënstrijd met macht als beloning: bij elke verkiezing wordt een president gekozen die iets moeten ‘incarneren’, staat, regio, Franse waarden.

In Nederland herken je de verkiezingstijd eraan dat even alleen wordt samengewerkt aan spoedeisende klussen, de rest wordt uitgesteld. De campagne is inderdaad al begonnen: er gebeurt al minder in Den Haag, iedereen is zich aan het ‘profileren’. Zie het debat over de aanslagen in Parijs vorige week, zie de verhalen over de nieuwe zorgwet en het belastingstelsel: concrete voorstellen kunnen nog even wachten, maar erover gepraat wordt er volop.

Samenwerken is nu iets om over te praten, niet om te doen. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma zei dit weekeinde dat het „experiment” van de samenwerking tussen VVD en PvdA is „mislukt”. PvdA-leider Samsom erkende dat in zijn partij twijfel is over de samenwerking met de VVD: „Doen we het wel goed?” Maar hij wil door, want hij verkiest „pijn boven verlamming”. Dat is een voorschot op een verkiezingsnederlaag, maar ook een bevestiging van de lijn die PvdA-leider vanaf 2012 consequent heeft volgehouden. Samen met VVD-leider Rutte wil hij bereiken dat voor het eerst sinds 1998 een kabinet de volle termijn volmaakt, dat bovendien een reeks grote hervormingen doorvoert. Dat laatste is voor een groot deel in het parlement al gebeurd, van de hypotheekrenteaftrek tot pensioenen, van arbeidsmarkt tot decentralisaties in zorg en jeugdbeleid. Nu gaat het om de uitvoering, waarvoor de Eerste Kamer minder belangrijk is. Die gedachte hebben ook de bewindslieden zich in het hoofd gebeiteld: het helpt ze te geloven dat het kabinet na 18 maart hoe dan ook doorkan.

Dat de coalitiegenoten toch vroeg op campagne zijn, toont dat ze er niet gerust op zijn. Ook als het kabinet straks niet bezwijkt door de dynamiek van gewijzigde verhoudingen, kan verlamming optreden: genoeg steun in de Tweede Kamer, maar stagnatie in de senaat die op 26 mei door de Provinciale Staten wordt gekozen.

Een bijeffect van het vroege begin van de campagne is dat de toon nu wordt gezet door de naweeën van de aanslagen in Parijs. Op het PvdA-congres legden Samsom en Asscher elk het accent op het ‘samenleven’, ze spraken over normen en waarden, moslims en onderwijzers. Laat dat ‘samenleven’ nu precies zijn waar de kiezers zich volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau het afgelopen jaar het meeste zorgen over zijn gaan maken – nog vóór de zorg, immigratie en integratie, en ver voor de economie. Het is niet gezegd dat de PVV het meeste zal profiteren van het maatschappelijke klimaat na de aanslagen in Parijs.