‘Word eens nieuwsgierig naar Afrika!’

Ikenna Azuike is videoblogger – satire is zijn handelsmerk. Sinds vrijdag zendt de BBC zijn korte filmpjes uit. Hoe brengen westerse media Afrika in beeld?

„Alsof het één continent is.”

Videoblogger Azuike was voorheen jurist: „ Superoppervlakkig was ik geworden.”
Videoblogger Azuike was voorheen jurist: „ Superoppervlakkig was ik geworden.” Foto Roger Cremers

Een pijnlijke toevalligheid. Ikenna Azuike (35) werd er misselijk van. Natuurlijk: omdat er doden vielen bij de aanslag op weekblad Charlie Hebdo. Maar óók omdat de timing zo absurd is. Ikenna Azuike is videoblogger – satire is zijn handelsmerk. En juist nu staat hij op het punt om door te breken bij het grote publiek.

Voor de website van RNW (voorheen de Wereldomroep) maakt Ikenna Azuike sinds 2011 What’s Up Africa: een videoblog over Afrika. In korte filmpjes bekritiseert hij de anti-homowetgeving, de politiek, de censuur en seksuele ongelijkheid in Afrika.

Vanuit zijn studio in Hilversum verknipt Azuike nieuwsfragmenten, maakt hij fake-filmtrailers of speelt hij een van zijn zelfbedachte typetjes. Zo nu en dan reist hij af naar Afrika. Om bijvoorbeeld in Lagos, Nigeria, de straat op te gaan en confronterende vragen te stellen („Zou jij je vriend aangeven als je wist dat hij homo was?”) of om verkleed als priester een nieuwe wet belachelijk te maken. Zwaaiend met de Bijbel toetert hij keihard in iemands oor: „Praise the Looooooord.”

En die grappen slaan aan. Wekelijks trekt hij met What’s Up Africa online tussen de 20.000 en 80.000 kijkers – bijna allemaal Afrikanen. In Nigeria wordt Azuike wel eens op straat herkend.

Sinds afgelopen vrijdag is zijn werk niet alleen online te zien: BBC World News zendt wekelijks een aflevering uit in Focus on Africa. Zijn bereik stijgt daarmee in één klap naar elf miljoen. „Ik voelde me die woensdagavond na de aanslagen plotseling ontzettend kwetsbaar.”

Bovendien: „Er is een golf van interesse in satire”, zegt Azuike. „En dan komt de BBC nu ineens met een nieuw satirisch programma? Je wilt niet dat mensen denken dat we meeliften.”

Want Azuike is al een jaar met de BBC in gesprek. Sinds de samenwerking in de lucht hangt krijgt hij het ene na het andere interviewverzoek. Ergerlijk, vindt hij. „Ik doe dit al drie jaar. Alleen nu ineens heeft de Nederlandse pers interesse. Alleen maar door de BBC.”

Dat, zegt Azuike, is het gebrek van de westerse media in een notendop: er is te weinig nieuwsgierigheid naar Afrika. En is de interesse er wel, dan is de berichtgeving veel te eenzijdig. „Westerse media doen alsof Afrika één land is, terwijl de persvrijheid in Nigeria echt een heel ander verhaal is dan in Gambia. Het beeld is zwart-wit: of Afrika is oorlog of Afrika is booming – een opkomende economie. Er zit niks tussenin.” En precies daar wil Azuike met zijn What’s Up Africa de leegte vullen.

Ikenna Azuike werd geboren in Lagos. Hij is zoon van een Nigeriaanse vader en een Britse moeder. Toen hij acht jaar oud was, verhuisden ze naar Groot-Brittannië. Daar studeerde hij rechten, om vervolgens in Londen, Singapore, Amsterdam en New York als financieel jurist aan de slag te gaan. Sinds 2004 woont hij samen met zijn Nederlandse vriendin in Amsterdam.

Waarom bent u jurist geworden?

„Ik geef mijn vader meestal de schuld. Veel Afrikaanse vaders willen dat hun zoon arts wordt, jurist, of ingenieur. Als mijn vader mij aan iemand voorstelde, dan zei hij: ‘This is my son. He is going to be a lawyer. His name is Ikenna.’ In die volgorde.”

U ging tegen uw zin rechten studeren?

„Nou ja… Er was ook weinig anders waar ik gepassioneerd over was. De enige twee andere opties voor mij waren journalistiek en Engels. Maar dat was out of the question. „Engels?” vroeg mijn vader – „wat wil je daarmee worden dan? Leraar? Dat is toch geen beroep?” Dat vindt hij nog steeds. Hij begint er ook steeds over.”

Wat zegt hij dan?

„Dat hij teleurgesteld is dat ik geen jurist meer ben. En dat de dochter van die en die consultant is.”

Waarom vindt uw vader dat zo erg?

„Mijn ouders wilden meer zekerheid voor mij dan ze zelf ooit hebben gehad.”

Ikenna’s vader werd geboren in Nigeria, in een groot gezin, waar ze moesten knokken voor geld en voedsel. Hij had het geluk slim genoeg te zijn om k ans te maken op een studiebeurs. Na een korte carrière als bankmedewerker vertrok hij met zijn vrouw en zoon Ikenna naar Londen. „Het klassieke immigrantenverhaal: twintig pond op zak – dat was het.” Ikenna’s vader werkte zich op van taxichauffeur tot verzekeringbeambte. Zijn moeder telde ondertussen de plakken ham en kaas in de verpakking. Veel geld werd opzij gezet voor hun zoon: Ikenna ging naar een dure privéschool in Reading. „Ze wilden het beste voor mij. Heel begrijpelijk. En ik wilde hen pleasen, daarom ben ik rechten gaan studeren.”

Er moet een moment zijn geweest dat u besloot: ik ga doen wat ik wil.

„Ik weet dat nog precies. Ik werkte als jurist in New York. Tijdens de lunchpauze ging ik naar buiten om een nieuwe tandenborstel te kopen. Weet je wat ik deed? Ik kocht er een voor tweehonderd dollar! Twee-hon-derd fucking dollar! Alleen maar omdat ik dacht: dit is wat je doet als je een big shot jurist bent. Superoppervlakkig was ik geworden. En superongelukkig. Ik had een baan die ik niet leuk vond. Ik werkte in een gebouw waar ik geen vrienden had, met mensen die hun baan óók niet leuk vonden. Er moest iets veranderen.”

Ikenna verhuisde met zijn Nederlandse vriendin naar Amsterdam en begon als stagiair voor de Wereldomroep.

Wat maakt de journalistiek voor u aantrekkelijk?

„Ik kan verschil maken. Ik kan vanuit hier de verhalen maken die in Angola onmogelijk zouden zijn. Ik kies voor de underdog. Neem de antihomowet. Als ik mensen kan laten inzien dat die wetten belachelijk zijn, dan ben ik heel gelukkig. ”

Moeten uw filmpjes grappig zijn?

„Het móét entertaining zijn. Het punt is namelijk dat ik mensen anders naar het nieuws wil laten kijken. Mensen die misschien normaal geen nieuws kijken – omdat het traditioneel is: iemand die in een pak met een autoritaire stem over politiek praat… Dat raakt ze niet. En ik wil juist dat die mensen wel geïnteresseerd zijn, dat ze wel deelnemen aan het debat.”

Waar moet een onderwerp aan voldoen?

„Het moet relevant zijn. Neem dat gerucht dat Kim Jong-Un van Noord-Korea een nieuw kapsel had. En dat iedere Noord-Koreaan hetzelfde kapsel moest krijgen. Dat hele verhaal bleek onzin. Maar zoiets is natuurlijk – als het in Afrika speelde – typisch What’s Up Africa-materiaal. It ticks certain boxes. Er zit humor in, het is politiek en ook vrij belachelijk allemaal. En toch zou ik zo’n onderwerp niet gebruiken. Het mist namelijk relevantie. Er gaan mensen dóód in Noord-Korea. Er is géén persvrijheid. Er zijn mensen die extreem arm zijn. Dáár wil ik over praten.”

Wat hoopt u bij de BBC te bereiken?

„Met meer kijkers kun je verschil maken. Neem Jon Stewart – een bezoek aan de studio kan een politicus maken of breken. Dat zou te gek zijn. Dat je politici ziet zweten in hun stoel.”

Zal uw vader trots zijn?

„Gelukkiger denk ik. Dan kan hij zeggen: mijn zoon werkt voor de BBC. Terwijl dat technisch gezien trouwens niet eens zo is – ik blijf in dienst van RNW. Maar dat zeg ik er maar niet bij.”