Opmars van Al-Qaeda in Jemen leidt tot wanhoop

Extremisten profiteren van de chaos sinds het vertrek van president Saleh. Ze spelen in op de woede onder sunnieten.

Shi’itische Houthi-rebellen bewaken gewapenderhand het ochtendgebed in Sana’a tijdens het Offerfeest in oktober.
Shi’itische Houthi-rebellen bewaken gewapenderhand het ochtendgebed in Sana’a tijdens het Offerfeest in oktober. Foto AP

‘Aan alle Jemenieten die achter deze bullshit stonden die ze revolutie noemden, en aan alle niet-Jemenieten die de revolutie de hemel in prezen, dank dat jullie mijn land de vernieling in hielpen. En loop maar naar de hel als je mijn mening niks vindt.” Een paar uur na de zoveelste aanslag in de hoofdstad Sana’a met tientallen doden, niet ver van haar huis, lucht een Jemenitsche haar hart op Facebook.

Ze wil niet met naam in de krant. „Ik wil niet als activist bekendstaan, ik ben een emotioneel gewonde burger, zoals zovelen.” Wat haar betreft bracht de opstand van 2011, waar ze ook toen al niet in geloofde, alleen maar ellende. Er vielen sindsdien duizenden doden, en ook voor haarzelf werd het er niet beter op. Ze verloor haar baan in de olie-industrie, haar buitenlandse vrienden verlieten het land en de straat werd gevaarlijk terrein.

Daar stuit ze tegenwoordig binnen een paar honderd meter op een checkpoint met zwaarbewapende mannen op sandalen, naast hen een bord met de slogan ‘dood aan Amerika, dood aan Israël, vervloekt zijn de Joden, overwinning voor de islam’. Het zijn Houthi’s, leden van de shi’itische groepering die sinds september de hoofdstad in handen heeft, tot woede van de fundamentalistische partij Islah en Al-Qaeda op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Sindsdien is het aanslag na aanslag op (vermeende) Houthi-sympathisanten. „Ik denk dat ik nu elke dag ergens dood kan gaan, in een winkelcentrum, of als ik vrienden bezoek.”

Na het gedwongen vertrek eind 2011 van president Saleh, die 33 jaar lang een fragiel evenwicht tussen politieke en tribale rivalen wist te bewaren, verviel het land in een onoverzichtelijke en gewelddadige machtsstrijd. Saleh hield het land onder controle door iedereen tegen elkaar uit te spelen met geld en lucratieve deals. Achteraf bezien beter, zeggen veel Jemenieten nu. Want de door de Arabische Golfstaten en de Verenigde Naties naar voren geschoven interim-president Abd-Rabbu Mansour Hadi is de controle volledig kwijt.

Een soort Dubai?

Jemenieten vragen zich vertwijfeld af hoe het zover kon komen. Ze dachten dat Jemen een soort Dubai zou worden. Het werd een nieuw Somalië.

De Houthi’s hadden vorig jaar september binnen een paar dagen alle ministeries en andere staatsinstellingen in Sana’a in handen, zonder veel weerstand van het leger. Tot woede van de oude machthebbers in de sunnitische Islah-partij en van Al-Qaeda, dat achter de opmars van de Houthi’s een opmars van Irans shi’itische islam ziet. De extremisten, die vorige week de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs opeisten, spelen in op de angst en woede onder sunnieten.

Zo is Jemen de facto een sektarisch conflict in gezogen, waarbij Iran en Saoedi-Arabië op de achtergrond aan de touwtjes zouden trekken. Of Iran de Houthi’s werkelijk steunt, is onbewezen maar ligt wel voor de hand. Iran wil graag zijn machtspositie op het Arabisch Schiereiland versterken. Dat laat Saoedi-Arabië, Irans aartsvijand, geen keus. Het zal AQAP en Islah moeten steunen.

Dat is niet van harte, want Saoedi-Arabië bestrijdt AQAP in eigen huis en zette Islah onlangs op de lijst van terroristische organisaties. De partij is Jemens variant van de Moslimbroederschap, een andere aartsvijand van de Saoedi’s. De lakmoesproef zou wel eens de strijd om de olierijke en gemarginaliseerde provincie Mareb kunnen zijn. Daar vechten de Houthi’s hard tegen AQAP en gelieerde stammen. Die stammen voelen zich weliswaar niet verbonden met AQAP, maar een door Houthi’s beheerste provincie zien ze nog minder zitten.

Toch is lang niet iedereen tegen Houthi-heerschappij. De boze Facebookster is best tevreden. „Hun checkpoints zijn beter, ze laten je met rust als ze niets kunnen vinden, terwijl zij van de regeringscheckpoints net zolang zoeken tot ze iets hebben waarmee ze je kunnen afpersen. De Houthi’s zijn beleefder en proberen het land te dienen, hoewel niemand weet wat ze uiteindelijk echt willen.”

Intussen wordt politiek en diplomatiek geprobeerd het ideaalbeeld van het ‘Jemenitische model’ overeind te houden. Jemens overgang naar een nieuw tijdperk zou vreedzaam zijn, met respect voor mensenrechten, en een plek in de regering voor iedereen. Dat lijkt een gepasseerd station, hoewel de onlangs onder dwang van de Houthi’s aangestelde nieuwe technocratische regering wel op enige consensus kan rekenen. De vraag is of zij iets kan uitrichten.

Dat geldt ook voor de nieuwe grondwet waaraan een commissie in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten) maandenlang heeft gewerkt. In de eerste versie wordt onder meer bepaald dat het land wordt verdeeld in zes federale regio’s. Maar de eerste problemen zijn al gerezen. De Houthi’s willen geen zes maar slechts twee regio’s. Om dat af te dwingen ontvoerden ze een paar dagen geleden de rechterhand van president Hadi en leider van de constitutionele commissie. Na zware gevechten werd het presidentieel paleis omsingeld.

Andere prangende problemen als kindhuwelijken, analfabetisme, watertekorten, de collectieve qatverslaving en ongebreideld wapenbezit schuiven naar de achtergrond door het toenemende geweld. De prioriteit ligt in Jemen bij het voorkomen van aanslagen op schoolbussen vol meisjes, zoals enkele weken geleden, niet op de kwaliteit van hun curriculum. De boze Facebookster is zo woedend op de president dat ze hem in zijn gezicht zou slaan als hij voor haar stond. „En daarna kunnen ze me voor mijn part afschieten.”