Naar de haaienman

De haai zou tegen de mens beschermd moeten worden. Dat is de passie van Maurits van Zinnicq Bergmann (28). Hij gaat daarom promotieonderzoek doen in de zeeën rondom de Bahama’s.

Foto Job Stribos

‘Als hij te dichtbij komt, dan geef je hem een tik op zijn neus. Zo, hop, met je flipper. Dat schrikt ’m af.” Zwemmen met haaien, les 1.

Maurits van Zinnicq Bergmann ligt nog geen half uur in het water of hij moet dit advies al ter harte nemen. Het is zijn eerste keer tussen de haaien, een moment waar hij zijn hele leven op heeft gewacht. Samen met een groep medeonderzoekers wordt hij te water gelaten in de heldere tropische zee rond de Bahama’s. Zij aan zij hangen ze aan een lijn, dicht opeen zodat geen dier ertussen kan.

En dan ziet hij ze. Een stuk of wat rifhaaien (denk aan een metertje of 2,5 lang) komt af op het aas, luttele meters van hem verwijderd. Zijn hart raast. Hij ziet de dieren zwemmen, het voer verscheuren. Wat een schoonheid, denkt hij, wat een kracht. En: dit is leven.

Maar dan komt er één te dichtbij. Misschien gewoon nieuwsgierig, misschien hongerig, maar een flink exemplaar zwemt recht op Van Zinnicq Bergmann af. Eenmaal oog in oog met zijn object van affectie, blijkt een haai toch ook vooral een haai te zijn: majestueus, zeker, maar levensgevaarlijk. Van Zinnicq Bergmann blijft rustig en deelt een goed getimede trap uit, recht op zijn neus. Het werkt. De haai zwemt verder.

Geschrokken? „Ja”, zegt Van Zinnicq Bergmann (28) nu, twee jaar en zes haaienduiken later. „Ik was verdoofd van de spanning. En het was toen misschien wel het mooiste moment van mijn leven.”

Altijd geweten

Van Zinnicq Bergmann is haaienonderzoeker, één van de weinige in Nederland. Nu hij het verhaal hervertelt aan de keukentafel van zijn ouderlijk huis in Vught kijkt hij, nou ja, verliefd. En dat is ook precies wat hij voelt: liefde. Al sinds hij een kleine jongen was. Alles draait bij hem om haaien. Vanuit zijn diepste binnenste voelt hij zich tot ze aangetrokken. Vroeger sleepte hij met boeken, videobanden, praatte hij nergens anders over. Nu promoveert hij op de diersoort. En praat hij nergens anders over.

Dat zou je monomaan kunnen noemen. Je kunt ook zeggen dat hij een van die uitzonderlijke mensen is die al op piepjonge leeftijd weten wat ze willen, een roeping voelen, en alles in het werk stellen om dat ook te bereiken. En als dat betekent dat je af en toe een trap met je flipper moet uitdelen, so be it. Het beschermen van mensen tegen haaien is ook niet zijn prioriteit. Wat wel? „Eigenlijk precies het tegenovergestelde, namelijk: het beschermen van haaien tegen mensen.”

Haaienparadijs

Het eiland Bimini, onderdeel van de Bahama’s en ongeveer half zo groot als Texel, is een haaienparadijs. Citroenhaaien (zo’n 3,5 meter lang) zwemmen er diep de mangrove in om jongen te baren. Je vindt er zwartpunthaaien (1,5 meter), verpleegsterhaaien (4 meter), agressieve stierhaaien (2,5 meter – „Daar ben ik wel bang voor”) en hamerhaaien die de bodem afspeuren naar roggen (5 meter).

Het is daar – op de plek waar hij zijn eerste haaienduik beleefde – dat Van Zinnicq Bergmann vier jaar lang onderzoek gaat doen. „In het SharkLab, een hut tien meter van het water. Daar ga ik wonen met een paar andere onderzoekers. Je stapt er zo de boot in en binnen een paar minuten ben je omringd door haaien.”

De onderzoeksbeurs is binnen. Nu werft hij fondsen om zijn vlucht en onkosten te dekken. Daarom woont hij weer tijdelijk bij zijn moeder in Vught. In april wil hij weer op Bimini zijn.

Het idee: een populatie haaien – 6 soorten, als het lukt zo’n 60 individuen –, van een akoestische zender voorzien. Die verstuurt een constante ping die kan worden opgepikt door ontvangers rond het eiland. „Op die manier kun je de bewegingspatronen bepalen onderzoeken die de roofvissen maken. Wanneer komen ze bij het eiland in de buurt? Wat komen ze daar dan doen? Jagen? Voortplanten? Hoe reageren de verschillende soorten op elkaar?”

Door het gedrag van de haaien in kaart te brengen, kan hij uitvinden hoe de dieren het best beschermd kunnen worden. Dat is nodig. Alle eerder genoemde soorten worden ernstig bedreigd. „Er is zoveel wat we niet weten”, zegt hij. „Sommige haaiensoorten, de hamerhaai bijvoorbeeld, leggen duizenden kilometers af. Die zijn heel moeilijk te volgen, we weten bijna niets van ze. Toch komen ze elk jaar naar Bimini. Ik wil uitvinden waarom.”

Maar hoe voorzie je een levensgrote haai van een zender? „Ja, dat is nog best een klus. Kleine haaien, zoals de zwartpunt, vangen we met een hengel met aas eraan. Maar een hamerhaai van 5 meter, dat doe je met een speergeweer. Dan schiet je een uitwendige zender onder hun rugvin.”

Tot ergernis van sommige toeristen trouwens, want ook die komen massaal naar Bimini om de haaien te bezichtigen. „Geloof het of niet, het is weleens voorgekomen dat duikers die zenders losgetrokken hebben. Met gevaar voor eigen leven, alles voor de foto – anders is het niet echt.”

Haaien hebben geen handen

Haaienonderzoeker word je niet zomaar in Nederland. Van Zinnicq Bermann studeerde mariene biologie in Groningen, maar daar lag de nadruk vooral op kokkels, mossels en plankton. Klein grut. „We hebben hier nauwelijks haaien, dus het vakgebied is relatief onontwikkeld. Ik was zo’n beetje de enige die zich in grote dieren wilde specialiseren.”

Het vergde wat doorzettingsvermogen, en sporadisch „onderzoekjes” naar bijvoorbeeld stekelbaarsjes, om uiteindelijk toch bij zijn geliefde haaien uit te komen.

Bij het grote publiek kampt de haai, op zijn zachtst gezegd, met een imagoprobleem. Het begon met Jaws en zit er inmiddels diep in. Terwijl het idee dat haaien mensen aanvallen, in veel gevallen helemaal niet klopt. „Haaien hebben geen handen. Ze voelen met hun mond. En als ze zich vergissen, je voor een prooi hebben aangezien, dan komen ze er ook zo achter. Meestal bijten ze één keer, besluiten ze dat je geen prooi bent en laten ze je met rust.” Die ene beet kan natuurlijk wel fataal zijn.

Van Zinnicq Bergmann gruwelt bij wat er op dit moment in Australië gebeurt. In december was het wereldnieuws: in twee weken tijd werden twee tieners doodgebeten door een haai. „En dan reageert de Australische overheid met: ‘we zijn op zoek naar die haai. Als we ’m vinden, zal hij worden gedood’. Alsof we het hebben over een misdadiger die je kunt opsporen. Wat er vervolgens gebeurt: haaien van meer dan drie meter worden daar zonder uitzondering gedood.”

En dat is niet alleen zonde omdat hij die diersoort toevallig de allermooiste vindt. Het punt wat hij wil maken: „Haaien zijn belangrijk.” Nee, sterker nog: „Haaien zijn onmisbaar.” Waarom? „Haaien zijn de top predator van hun ecosysteem. Dat betekent dat als die wegvalt het hele ecosysteem uiteen kan donderen. Ze bewaken de fragiele balans tussen soorten. Je moet maar denken: commerciële visserij bestaat niet zonder haaien.”

Het is zijn levenswerk om dat bij mensen in het hoofd te krijgen. Wat van zijn liefde over te brengen. We missen zoveel moois door onze angst. Want hoezo zijn haaien niet knuffelbaar?

Zwemmen met haaien, les 10 (voor gevorderden): op hun snuit, vlak boven die rij vlijmscherpe tanden, hebben haaien kleine zwarte puntjes zitten. Het zijn zenuwuiteinden, die ze gebruiken om de elektrische signalen te detecteren die alle levende wezens uitzenden.

„Zo sporen ze hun prooi op. Maar als je ze daar aait, dan raken ze volledig in trance”, zegt Zinnicq Bergmann. Je moet er wel dichtbij voor komen. „Maar daarna kun je ze omdraaien, rechtop laten balanceren op je hand, alles. Het is echt ongelofelijk. Dan kun je met ze doen wat je wil.”