Met een miljoen dollar in de kleedkamer

‘Rooie Paul’ is twee weken geleden uitgeleverd aan Duitsland. Een man uit Noordwijk, die al jaren wordt verdacht van matchfixing. Zeker sinds een verklaring van de Duitse voetballer René Schnitzler dat Paul R. hem in Huis ter Duin – ja, dat nette hotel waar het Nederlands elftal vaak samenkomt – regelmatig enveloppen toestopte met tienduizenden euro’s erin. Als beloning voor de nederlagen die de voetballer in samenwerking met (enkele) medespelers van zijn club FC Sankt Pauli uit Hamburg beloofde te lijden.

Al twee jaar geleden kondigde minister Opstelten de uitlevering van R. aan de Duitse justitie aan. Maar die moest ook nog een straf in Nederland uitzitten. Niet wegens matchfixing, maar voor heling van gestolen schilderijen.

Matchfixing, wedstrijdvervalsing, het manipuleren van uitslagen of spelsituaties, het is er al jaren. Alleen, leek het, dachten sommigen, hoopten ze bij het Openbaar Ministerie (‘we hebben al genoeg te doen’): niet in Nederland.

In het weekblad Voetbal International, waarvan twee verslaggevers al jaren journalistiek onderzoek doen naar matchfixing, stond vorige maand een kaart van Europa. 41 van de 54 landen die lid zijn van voetbalunie UEFA hadden een kleur: daar waren voetballers, scheidsrechters, coaches of andere betrokkenen al eens veroordeeld wegens matchfixing. Van de grotere voetballanden waren er twee nog maagdelijk wit. Rusland en Nederland.

Voor wat betreft Rusland volgt hier een herinnering van oud-voetballer Evgeniy Levchenko, Donbass- Oekraïner: „Ik heb het zelf meegemaakt bij Saturn Moskou. Kort voor de wedstrijd kwam de oudste speler de kleedkamer binnen met een koffertje met één miljoen dollar. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om het niet aan te nemen.” En in Nederland hebben we nu de zaak-Kargbo, onthuld door de Volkskrant op de dag waarop Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht, in NRC Media verzuchtingen slaakte onder de kop: Hoe lang blijft voetbal hier nog eerlijk? Ze wist of vermoedde het antwoord eigenlijk wel: dat is het al niet meer. Ja, grotendeels is het eerlijk, maar het probleem is dat niemand weet hoe groot grotendeels is.

Er zijn wel vermoedens over grote getallen. Dat er per wedstrijd in de Nederlandse eredivisie voor 20 miljoen euro wordt gegokt. Dat is meer dan 6 miljard per seizoen. Nog zo’n groot getal, afkomstig van onderzoekers van het International Center for Sport Security (ICSS) en de Sorbonne: via weddenschappen op sportwedstrijden weten criminelen jaarlijks 100 miljard euro wit te wassen. Matchfixing speelt zich af in een internationaal circuit van gokverslaving, bedreigingen, chantages en liquidaties. Het is niet zomaar een dingetje van de sport.

Toch heeft minister Opstelten nimmer het vermoeden gewekt dat hij zich erg druk maakt over matchfixing. Vorige week nog reageerde hij lauw op Kamervragen. De PvdA-parlementariërs van Van Dekken en Mei Li Vos hadden gesignaleerd dat de UEFA en de ESSA, de organisatie van online gokbedrijven, geen informatie meer met elkaar delen. Opstelten antwoordde dat UEFA en ESSA private internationale organisaties zijn „die geen verantwoording aan mij hoeven af te leggen”. Ja hoor, dat klopt. Zowel de minister van Justitie als zijn collega Schippers van Sport hoopt dat het in 2013 opgerichte ‘nationaal platform matchfixing’ voor oplossingen kan zorgen. Ach. En, zeggen de ministers: vergeet niet dat al zeventien landen het verdrag inzake de bestrijding van matchfixing van de Raad van Europa hebben ondertekend. Ja, dat zal ook vast helpen.

Het is schattig dat de KNVB zich ferm keert tegen matchfixing en zijn leden verbiedt op wedstrijden te gokken (de toto niet meegerekend). Dat moet natuurlijk, zo’n verbod, maar eerder zal de Bond tegen vloeken blasfemie weten uit te bannen dan de voetbalbond het stiekeme fixen.