Knakte de ladder door fout gebruik of fout materiaal?

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: schade en aansprakelijkheid door ondeugdelijk of onvoorzichtig handelen.

Die handige uitschuifbare aluminium telescoopladders – deugen die eigenlijk wel? Een mevrouw uit Brabant procedeert tegen de fabrikant van de Xtend and Climb-ladder over een smak die ze begin 2009 maakte.

Zij stond toen op de vijfde sport van zo’n ladder om op haar vlieringzolder te kijken. De ladder kon volgens leverancier Trebs 150 kilo dragen; mevrouw woog ongeveer 100. Desondanks knikte de ladder aan beide kanten door, precies op de plek waar zij stond, waarna ze achterover op haar rug op de grond viel. De ladder beschadigde plafond, houtwerk en stucwerk op de zolder. Welke verwonding zij opliep, vertelt het vonnis niet. Wel dat de ladder een Chinees product is, uit een serie van 500.000 stuks.

Het proces draait om de vraag of de ladder is geknikt door materieelgebrek of (onjuist) gebruik. Daarvoor raadplegen partijen deskundigen en wordt de zolder onderzocht. Handicap is dat de geknakte ladder bij Trebs is vernietigd. Vast staat dat de ladder knakte door een ‘geweldsbreuk’. Die doet zich voor als de maximale belastbaarheid is bereikt. Maar heeft mevrouw in haar val zelf de ladder geknakt? Bijvoorbeeld doordat de ladder scheef stond, of weggleed. Of knakte de ladder uit zichzelf, door een materiaalgebrek?

In een eerste tussenvonnis, in 2013, acht de rechter het laddergebruik ‘normaal’ en materiaalgebrek aannemelijk. Trebs krijgt de kans de deugdelijkheid van de ladder te bewijzen en laat twee nieuwe maken, die de testen glansrijk doorstaan. Een normaal rechtopstaande ladder kàn niet doorbuigen, zegt Trebs. Een materiaalafwijking die bij belasting van de vijfde traptrede voor een dubbele knik zorgt, moet wel enorm zijn. En dus ook duidelijk zichtbaar.

De rechter acht de testladders niet representatief voor de pechladder. Maar vindt ook dat er geloofwaardige twijfel is aan het materiaalgebrek. Anderzijds is het verhaal van mevrouw over de toedracht aannemelijker. Een patstelling dus. Eigenlijk zou mevrouw de pechladder moeten kunnen laten onderzoeken om haar stelling te bewijzen, maar die is door Trebs vernietigd. Dus oordeelt de rechter in het voordeel van mevrouw. De leverancier moet betalen.

De moraal: zolang klanten procederen over gebrekkige producten, moet dat product zelf goed bewaard blijven.