‘Ik vertel hun verhalen; ik kies hún kant’

De Duitse regisseur Nicolas Stemann regisseert een groep vluchtelingen in Amsterdam.

Nicolas Stemann aan het werk met de Somalische asielzoekster Ilhaam Awees in de productieLabyrinth.
Nicolas Stemann aan het werk met de Somalische asielzoekster Ilhaam Awees in de productieLabyrinth. foto ROBIN UTRECHT

Een vertaalfout kan al het verschil uitmaken tussen een verblijfsvergunning of een zwervend bestaan. Gevangene zijn van de Somalische terreurorganisatie Al-Shabaab, is immers heel iets anders dan lid zijn. Toch worden op basis van zulke vertaalfouten asielaanvragen afgewezen. Deze en andere fouten komen voor in de productie Labyrinth; een voorstelling van en door vluchtelingen, onder begeleiding van de gerenommeerde Duitse regisseur Nicolas Stemann.

Stemann (45), in eigen land de vaste regisseur van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek, werkte vorig jaar zomer voor het eerst met een aantal vluchtelingen die illegaal verblijven in het vluchtgebouw en de vluchtgarage in Amsterdam. In zijn regie van Jelineks Die Schutzbefohlenen, over immigratieproblematiek, gaf hij de uitgeprocedeerde asielzoekers een podium. „Ik was diep getroffen door hun kracht en energie. In een uitzichtloze situatie hebben zij hun lot in eigen hand genomen en laten ze van zich horen. Die moed en wilskracht vind ik heel indrukwekkend.”

Na een reeks workshops die Stemann aansluitend met ze deed in Theater Frascati, schreven de vluchtelingen zelf een tekst over hun ervaringen met het asielbeleid, geholpen door kunstenaarscollectief We Are Here Cooperative. „Het is bizar: ze hebben hun leven gewaagd in hun poging hier te komen, maar bijna allemaal vinden ze de bureaucratische jungle waarin ze daarna zijn beland erger. Ze zitten boordevol verhalen over dit onmogelijke, kafkaëske systeem.”

Frascati benaderde hem voor de regie. Stemann was dolblij met het verzoek. „Ik kon deze mensen niet vergeten. Ik zie het als een maatschappelijke taak om voor ze op te komen. Zij hebben onze steun hard nodig.”

Theater als middel om maatschappelijke misstanden te tonen, dat is in Duitsland zijn handelsmerk geworden. „Theater kan iets doen: het kan bewustzijn creëren. Wij horen hun verhalen aan, delen die, en verspreiden ze verder. Hún doel is overigens nadrukkelijk: zichtbaar zijn. De overheid probeert mensen als zij weg te stoppen. Maar zij spreken zich uit. Als je dat op toneel brengt, gaat daar een enorme kracht van uit.”

Met Labyrinth wil Stemann een ontmoeting ensceneren tussen de vluchtelingen en de toeschouwers. De asielzoekers zullen het publiek ontvangen en rondleiden in een labyrint van lakens: in kleine groepjes, één op één, oog in oog. „Deze mensen alleen al ontmoeten, kan een verschil maken. Dan ontdek je dat ze aardig zijn, getalenteerd en intelligent, en helemaal geen bedreiging vormen.”

De twintig, voornamelijk Ethiopische, Eritrese en Somalische asielzoekers spelen straks zelf de ambtenaren van de immigratiedienst; de toeschouwers zijn de asielzoekers. „Zo maken die iets mee van de beklemming en frustratie waarmee zij dagelijks worstelen, vaak jarenlang.”

Stemann bezocht de deelnemende asielzoekers in hun ‘vluchtgebouw’ aan de Jan Tooropstraat. „Ook dat was aangrijpend én inspirerend. In feite is het er verschrikkelijk, maar ze slagen erin om er iets van te maken. Het is er zelfs een soort van gezellig. Maar laten we het niet romantiseren: het is er steenkoud, en gevaarlijk; iedereen kan het gebouw zomaar in en uit.”

Het decor van Labyrinth is gebaseerd op de inrichting van het vluchtgebouw; zoals de bewoners de ruimtes met lakens hebben opgedeeld in kleine hokjes, waar ze nog iets van privacy hebben. „Die inrichting heeft iets van een installatie. Ik heb mezelf de vraag gesteld: hoe kunnen we theater maken van wat daar is?” Alle attributen op het toneel zijn dan ook afkomstig uit het vluchtgebouw.

De voorstelling besteedt geen aandacht aan de andere kant van de problematiek: medewerkers van de IND of politici. „Ik vertel nu hun verhalen, en kies hun kant. De toon van het debat maakt mij soms echt ziek, van ‘profiteurs’ en ‘klaplopers’. Terwijl: niemand verlaat zijn familie alleen maar voor een beter salaris. Geen van hen wil hier echt zijn. Maar ze kunnen ook niet terug. Ze zitten gevangen in een juridische val, en dat is niet hun schuld. Maar je hebt gelijk: de keerzijde is zeker ook interessant. Misschien voor een volgend toneelstuk.”