Hollande is ineens ‘vader van de natie’

Na de aanslag op Charlie Hebdo steeg de populariteit van François Hollande. De Fransen zien hun president graag als chef de guerre.

President François Hollande omhelst Charlie Hebdo-columnist Patrick Pelloux tijdens de protestmars op 11 januari in Parijs.
President François Hollande omhelst Charlie Hebdo-columnist Patrick Pelloux tijdens de protestmars op 11 januari in Parijs. Foto AP

François Hollande breekt record op record. Was hij tot nog maar een maand geleden de minst populaire Franse president sinds opiniebureaus hun tellingen begonnen, na de terreurdaden in Parijs staat hij te boek als de president die het snelst in de peilingen omhoog schoot.

Hollande krijgt er 21 procentpunt bij in een gisteren gepresenteerd onderzoek van bureau Ifop. Van de Fransen is volgens het onderzoek plotseling 40 procent tevreden over zijn leiderschap. Daarmee is hij terug op het niveau van oktober 2012, net na zijn verkiezing tot president. Andere peilingen bevestigen die opwaartse trend.

„De president, dat is het land”, analyseerde Hollande zondag zelf bij een bezoek aan Tulle, waar hij burgemeester was. „Als men geen goed beeld van het land heeft, dan heeft men dat ook niet van de president. Het land is veranderd, de manier waarop men naar mijn presidentschap kijkt ook.”

Maar hij zei te beseffen dat het krediet zo weer verspeeld kan zijn. Zijn voorbeeld François Mitterrand kreeg er in 1991 na de Franse inbreng bij de eerste Golfoorlog ook 19 procentpunt bij. Die was hij na zes maanden weer kwijt. Fransen zien hun president nu eenmaal graag als ‘chef de guerre’, relativeert politicoloog Thomas Guénolé. „Maar uiteindelijk worden we afgerekend op de economie”, aldus een adviseur van het Elysée tegen Le Figaro.

Na de aanslagen in Parijs heeft Hollande zich voor het eerst als crisismanager en president van alle Fransen kunnen presenteren, zeggen politieke waarnemers. En die rol ging hem goed af. Wat gewoonlijk als zijn zwakste eigenschap wordt gezien, bleek paradoxaal genoeg nu zijn troefkaart: zijn levenslange neiging eindeloos te zoeken naar consensus heet nu in de analyses „het vermogen tot het samenbrengen van mensen”.

Volgens Le Monde heeft Hollande sinds 7 januari „geen fout” gemaakt en zette hij zijn politieke tegenstanders, in het bijzonder Nicolas Sarkozy en Marine Le Pen, door snel en ferm opereren in de schaduw. Zelfs de rechtse Le Figaro had al op de dag na de aanslag lovende woorden voor de „waardigheid” waarop politieke verantwoordelijken, „de president voorop”, zich van hun taak hadden gekweten.

Dat was in de eerste plaats een kwestie van zichtbaarheid. Binnen een uur na het bloedbad was Hollande ter plaatse. Toen zijn vriend, arts en Charlie-columnist Patrick Pelloux, hem vanaf de burelen van het weekblad belde, zei hij slechts: „Ik kom eraan.” ’s Avonds sprak hij op gedragen toon het volk toe. Het zou vervolgens Hollande zelf zijn geweest die twee dagen later de politie opdracht gaf gelijktijdig de gijzelingen in de kosjere supermarkt en de drukkerij bij Roissy te beëindigen.

Omringd door wereldleiders personifieerde Hollande tijdens de ‘republikeinse mars’ in Parijs het hervonden Franse zelfvertrouwen. De meestal als kille technocraat omschreven president toonde menselijke kwaliteiten toen hij tijdens de mars de rouwende Pelloux omhelste. Hij was, in de woorden van Ifop-peiler Jérôme Fourquet, „de vader van de natie”.

Hollande „incarneerde waarden die politieke en religieuze tegenstellingen overstijgen”, zei filosoof en oud-minister Luc Ferry gisteren. In een land dat immer snakt naar grandeur en een bepalende rol op het wereldtoneel, stond de Président de la République even in het middelpunt. „We dachten dat Frankrijk bijna van de kaart was verdwenen”, aldus Ferry, maar opeens „werden we bewonderd, erkend en gestut door het buitenland”.

Gisteren riep Hollande werkgevers en werknemers op om „in de geest van 11 januari” (de dag van de mars) tot een sociaal akkoord te komen. Het is de vraag hoe lang hij dat soort verzoeken kan volhouden. Volgende week debatteert de Assemblée over de vooral in Hollandes eigen Parti Socialiste omstreden hervormingen van ondermeer de zondagsopenstelling van winkels. „De boodschap van Charlie is niet het laten doven van de vlam van de democratie”, waarschuwde opstandig PS-lid Christian Paul al.