Hij had al gezegd dat hij haar zou wurgen

Henk K. (85) wurgde zijn demente vrouw (86). Moord, zegt het OM. Nee, zegt zijn advocaat, hij was een overbelaste mantelzorger die aan zijn lot werd overgelaten. Vandaag dient het hoger beroep.

De persoon op deze foto is niet betrokken bij het verhaal. Foto Thinkstock
De persoon op deze foto is niet betrokken bij het verhaal. Foto Thinkstock

Was het woede of wanhoop? Medelijden of machteloosheid? Het verhaal van Henk K. doet denken aan de met lof overladen film Amour van Michael Haneke: hoogbejaarde man verstikt zijn verlamde vrouw met een kussen en verlost haar liefdevol uit haar lijden.

Maar een novelle van Roald Dahl zou ook kunnen: vrouw maakt man door haar toenemende dementie zo gek dat hij doorslaat en zichzelf op gewelddadige wijze van haar bevrijdt. Niks houden van. Haat. In een wereld waarin mensen steeds ouder worden en zelfredzamer moeten zijn, zouden we dit soort crimes passionnels misschien wel vaker kunnen gaan verwachten.

Afgelopen zomer, 24 juli, werd Henk K. (85), door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar onvoorwaardelijk voor doodslag door verwurging van zijn 86-jarige echtgenote, die aan parkinson, alzheimer en astma leed. Het Openbaar Ministerie had vijf jaar geëist omdat het moord bewezen achtte en ging in beroep. Vandaag dient de zaak voor het hof in Arnhem.

De advocaat van K., Wim Anker, ging ook in beroep. Volgens hem had zijn cliënt impulsief en in een opwelling gehandeld. Geen moordenaar, maar een overbelaste en door de samenleving aan zijn lot overgelaten mantelzorger die wel straf verdiende, maar niet de straf die de rechtbank had opgelegd.

Anker pleitte voor een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar met een proeftijd van drie jaar en reclasseringstoezicht. Uit delen van het strafdossier dat deze krant heeft ingezien, blijkt dat de drie zoons van K. er ook zo over denken. Ze hebben begrip voor wat hun vader gedaan heeft en dragen hem niets na.

Een broekriem om haar nek

Op zaterdag 19 oktober 2013 belt K., een gepensioneerde rijksaccountant, aan het begin van de middag 112 en zegt dat hij zijn vrouw om het leven heeft gebracht. Even later treft de politie de vrouw aan op de tegelvloer van de woonkamer, met een broekriem om haar nek, het gezicht blauw. Anders dan K. denkt, leeft ze nog. Ze wordt, onder protest van K., gereanimeerd en naar het ziekenhuis gebracht. Drie dagen later sterft ze.

K., in voorarrest op het politiebureau in Houten, verklaart dat hij zijn vrouw ten val heeft gebracht – ze had een keukentrapje uit de schuur gehaald en was met de gordijnen bezig – en tien tot vijftien minuten lang met zijn duimen de keel heeft dichtgedrukt. Daarna deed hij voor de zekerheid zijn riem nog om haar nek. Hij geeft toe dat hij er eerder over gefantaseerd heeft om zijn vrouw te doden en hoe hij dat dan zou aanpakken. Een paar dagen eerder heeft hij het tegen de hulp in de huishouding gezegd. Hij geeft ook toe dat hij vaak tegen zijn vrouw tierde en raasde, omdat ze zo ‘stronteigenwijs’ was.

Door de parkinson had de vrouw van K. last van ernstige tremors, vooral ’s nachts. Haar hele lichaam schudde en trilde dan, en dat kon uren duren. Daarna was ze bekaf. Door de toenemende dementie was ze lastig geworden, en ze was toch al nooit de gemakkelijkste geweest.

Mensen die het echtpaar kenden en zijn ondervraagd door de politie zeggen dat ze dwingend en dominant was. Ze wilde onder geen voorwaarde naar een verzorgingshuis, of af en toe naar de dagopvang om haar man wat rust te gunnen.

Eindelijk sliep hij weer rustig

K. wordt beschreven als een vriendelijke man die goed en liefdevol voor zijn vrouw zorgde, zelfs door de hulp in de huishouding, die verder nogal kritisch over hem is. Zij zegt tegen de politie dat K. haar vertelde over zijn plannen om zijn vrouw te wurgen, en dat zijn vrouw bang voor hem was. Maar ze zegt ook dat K. overspannen was door slaapgebrek. De andere ondervraagden: K. kón niet meer, na al die gebroken nachten, jarenlang.

Zelf verklaart hij over de eerste nachten op het politiebureau dat hij ‘zalig’ had geslapen. Hij was zo ‘moe, moe, moe, moe’ geweest. Deskundigen beoordeelden hem als ‘enigszins verminderd toerekeningsvatbaar’.

Het OM verweet K. tijdens de rechtszaak in juli dat hij geen hulp had gezocht, eigen schuld dat hij zo overspannen was geraakt. Maar K.’s advocaat Anker zei dat de vrouw in juli 2013 al een indicatie ZZP (zorgzwaartepakket) 3 had gekregen. Te laag, volgens de zoons. Hun moeder had zich bij het indicatiegesprek beter voorgedaan dan ze was. Hoe dan ook, een ZZP3-indicatie was al te laag om opgenomen te worden, en met de nieuwe Zorgwet lukt het helemaal niet meer. Opname kan pas met een ZZP5.

K., zei Anker in zijn pleidooi, had geprobeerd hulp voor de nacht te krijgen, maar dat bleek onmogelijk. K. belde ’s nachts vaak radeloos met de huisartsenpost, in de nacht voorafgaande aan de verwurging van zijn vrouw zelfs tweemaal. Dan kwam er wel een arts langs, maar die kon weinig uitrichten.

Moet deze man de cel in?

Voor het hof in Arnhem vandaag zal het weer gaan over de vraag of K. zijn daad had voorbereid of in een opwelling handelde. Door recente arresten van de Hoge Raad zijn de criteria voor bewezenverklaring van voorbedachte raad de laatste jaren flink aangescherpt. Een verdachte die zijn slachtoffer met ongeveer honderd messteken om het leven bracht en tussentijds een paar keer naar de keuken liep om een ander mes te halen werd in juni 2014 door het hof in Den Bosch veroordeeld voor doodslag, niet voor moord. De verdachte had net gehoord dat het slachtoffer was vreemdgegaan.

In het geval van K. oordeelde de rechtbank ook dat het om doodslag ging, en het lukte advocaat Anker zelfs om zijn cliënt na ruim drie maanden voorarrest uit de cel te krijgen. K. is sinds eind januari 2014 thuis.

Anker zei in zijn pleidooi dat penitentiaire inrichtingen in Nederland totaal niet zijn voorbereid op de komst van hoogbejaarde gedetineerden. Iemand als K. zou onevenredig hard gestraft worden door hem op te sluiten. En welk maatschappelijk doel zou ermee gediend zijn? De kans op recidive is nihil en K. lijdt al meer dan genoeg, alleen in zijn huis, alle tijd om na te denken over de ellende die hij heeft aangericht.

K. rouwt niet alleen om de dood van zijn vrouw, maar ook om het verlies van twee zoons, lang geleden, één door wiegendood en één door zelfmoord. De andere drie zoons rouwen om hun moeder, maar ze hebben er vrede mee dat ze er niet meer is. Voor haar, zeggen ze, hoefde het allang niet meer, zo leven. Als hun vader gestraft moet worden, zeggen ze, laat het dan symbolisch zijn.