Het duo trekt niet altijd samen op, en dat hoor je

Eigenlijk was het de bedoeling dat Isabelle van Keulen Beethovens sonates voor piano en viool op zou nemen met Ronald Brautigam. Maar Brautigam, die al jaren met Van Keulen een duo vormt, wilde de sonates alleen opnemen op historische instrumenten. Daar voelde de violiste niets voor. Ze kwam uit bij Hannes Minnaar (1984), die een generatie jonger is.

De tien sonates zijn verdeeld over vier cd’s. Veel liefhebbers zullen eerst naar de laatste grijpen, want die is geheel gewijd aan de Negende, de geliefde ‘Kreutzersonate’. Maar de uitvoering van de Kreutzer is ook meteen de zwakste. Vooral in het eerste deel trekken de musici niet samen op. Van Keulen worstelt met intonatie en haar toon is wat ruw. Minnaar kan niet de helderheid opbrengen die zijn spel normaal gesproken kenmerkt. Vanaf de openingsmaten ontbreekt scherpte, en je vraagt je af of er overeenstemming was over het plan van aanpak.

Deugt er dan niets aan? Het rare is dat enkele andere sonates volkomen overtuigend klinken. De Zevende is prachtig, met een aangrijpend puur ‘Adagio cantabile’ en een zinderend slot.

En de donkere, fluisterzachte lijnen van Van Keulen boven het prikkelende akkoordenspel in het ‘Adagio espressivo’ van de Tiende – weergaloos.