Het activisme van alfawolf Bill Ackman

Succesvol, geliefd en gehaat. De activistische belegger Bill Ackman is het allemaal. „Miljardair? Dat is een raar woord; ik houd niet van waar het voor staat”, zegt hij.

Bill Ackman eind oktober bij de rechtbank in Santa Ana (Californië), waar hij met zijn hedgefonds Pershing Square aan de zijde van farmaciefabrikant Valeant streed voor vijandige overname van Allergan.
Bill Ackman eind oktober bij de rechtbank in Santa Ana (Californië), waar hij met zijn hedgefonds Pershing Square aan de zijde van farmaciefabrikant Valeant streed voor vijandige overname van Allergan. Foto Bloomberg

De lunch was wat ongemakkelijk. Het was rond enen op een warme oktoberdag in New York. In het Plaza Hotel was een groep beleggers bijeen voor de najaarsconferentie van de invloedrijke uitgever Jim Grant.

Lunchspreker was Marty Lipton, legendarisch advocaat en verdediger van bestuurders bij talloze aandeelhoudersrevoltes en vijandige bedrijfsovernames. In zijn praatje, getiteld ‘Activistische interventies en de vernietiging van langetermijnwaarde’, richtte hij zich op een strategie die met toenemend succes tegen zijn cliënten en andere bedrijven werd gebruikt.

„Het begint als een alfawolf zijn prooi op het oog heeft en besluit tot het besluipen en doden daarvan”, aldus Lipton. Hij sprak niet specifiek over iemand, maar zijn woorden hadden wel duidelijk een doelwit: William Ackman. De miljardair en oprichter van Pershing Square Capital Management zat een paar meter van de spreker aandachtig te luisteren.

Ackman (48) is een van de bekendste hedgefondsactivisten. Ongeveer iedereen in de zaal wist van de spanningen tussen de twee mannen. Eerder dat jaar had Ackman een verbond gesloten met farmaciefirma Valeant om Allergan over te nemen, een cliënt van Lipton.

Beide partijen hadden elkaar voor de rechter gedaagd; ze beschuldigden elkaar ervan zich te hebben misdragen. In september had Ackman aan het bestuur van Allergan geschreven, dat het de weigering om met hem in zee te gaan uiteindelijk zou moeten bezuren. „Er hangt iets in de lucht”, schreef Ackman. „Nu is het tijd om wakker te worden.”

Het was lastig om niet naar Ackman te kijken toen Lipton sprak. „Onder één hoedje spelen met een vijandige koper” en „het publiceren van nare brieven vol gif” waren volgens Lipton maar enkele van vele voorbeelden van wat hij „activisme van de verschroeide aarde” noemde.

‘Alfawolf’ Ackman is nu de top van de hedgefondswereld. Deels dankzij zijn aanval op Allergan, de producent van Botox, heeft Pershing Square over de eerste tien maanden van 2014 een rendement geboekt van 32,8 procent, waarmee het het hoogst genoteerde fonds is op de jaarlijkse ranglijst van best presterende grote hedgefondsen van Bloomberg Markets.

Huilbaby

En dat was ten tijde van de beursgang in Amsterdam (waarmee Pershing Square 3 miljard dollar ophaalde) en het was nog vóór het gevecht over Allergan in november een hoogtepunt bereikte. Aan het eind van het jaar had Pershing Square nog eens bijna 8 procentpunten winst geboekt.

Een jaar geleden zag het er allemaal nog heel anders uit: Ackman leek in grote problemen te verkeren. Zijn posities in warenhuis JC Penney Co. (long) en in voedingssupplementenbedrijf Herbalife (short) waren allebei op desastreuze wijze fout gelopen, waardoor hij honderden miljoenen dollars was verloren en tot het mikpunt van publieke hoon was geworden.

Bij JC Penney had de door hemzelf gekozen topman gefaald. Herbalife was een nog groter debacle: andere fondsbeheerders maakten zich vrolijk over zijn positie van 1 miljard dollar in dat bedrijf en over zijn bewering dat er een piramidespel achter schuilging. Carl Icahn, de activistische belegger die zich het langst met dit soort zaken bezighoudt, noemde Ackman „een leugenaar” en „een huilbaby”.

Allergan zorgde ervoor dat deze problemen nu verleden tijd zijn. In april verblufte Ackman Wall Street met het nieuws dat hij bijna 10 procent van de aandelen van Allergan had verworven en Valeant steunde in zijn poging om het bedrijf voor 46 miljard dollar over te nemen.

In november wist Allergan te ontkomen aan Valeant en Pershing Square door een fusie met het rivaliserende farmacieconcern Actavis. Deze overeenkomst werd op 66 miljard dollar gewaardeerd. In zeven maanden tijd was het belang van Pershing Square in Allergan met ruim 2 miljard dollar in waarde gestegen, naar 5,7 miljard.

Gifpil

Nu heeft Ackman ruim 18 miljard dollar om mee te werken, tegen 11,5 miljard begin 2014. Vanuit het perspectief van een mogelijk overnamedoelwit is hij dus bijna 50 procent gevaarlijker geworden. „Ik denk niet dat er nu een bestuursvoorzitter of bestuur is dat níet nadenkt over de vraag hoe rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat zich een activistische belegger meldt”, zegt Dean Scarborough, topman van kantoorartikelenproducent Avery Dennison.

In november, toen Ackman bekendmaakte dat hij een belang van 8,5 procent had verworven in Zoetis, producent van gezondheidsproducten voor dieren, zette dat bedrijf onmiddellijk een ‘gifpilplan’ op om zich te kunnen weren tegen een vijandige overname. De vraag is of Ackman een bedreiging is of een schildwacht?

Ackman wil daar wel over praten. „Ik daag Marty Lipton uit voor een debat”, zegt hij in een vraaggesprek een week na het praatje van Lipton. „Aandeelhoudersactivisme is goed voor Amerika, en geweldig voor de economie. We zouden het op Bloomberg TV moeten uitzenden. Ik zeg het je, de mensen zullen ervoor vallen.”

Dat zou kunnen, maar Lipton in ieder geval niet. „Op geen enkele manier zou ik met de heer Ackman willen debatteren”, zegt hij. „U weet hoe ik over hem denk? Het zou beneden mijn niveau zijn.”

Op een zaterdagmiddag in november loopt Ackman op Amsterdam Avenue in New York. „Veel mensen dachten dat Pershing Square in 2013 aan zijn einde zou komen”, zegt hij. „Dat was zo’n beetje de perceptie in de media: JC Penney, Herbalife en Icahn die op tv zouden komen om te zeggen dat ik een idioot ben.”

De gevechten van Ackman met topmannen en besturen zijn beroemd. Hij heeft ooit de president-commissaris van een overnamedoelwit gedreigd met een „nucleaire winter”. In juli heeft hij, in een drie uur durende presentatie, Herbalife „een criminele onderneming” genoemd en zijn topman Michael Johnson bijna schreeuwend voor „een roofdier” uitgemaakt.

Witte ridder

Mensen die niets op hebben met Ackman, moeten ook écht niets van hem hebben. „Ik zou nog liever met drugdealers en prostituees omgaan”, zegt John Hempton, van beleggingsfonds Bronte Capital in Sydney. Hempton kent Ackman niet persoonlijk, maar heeft belangen in Herbalife.

Ackman ziet zichzelf als een van de good guys. „Wij zijn altijd de witte ridder die het opneemt voor de eigenaren van het bedrijf.” In reactie op een vraag waarin de term ‘miljardair’ valt, krimpt hij zichtbaar ineen. „Dat is een raar woord; ik houd niet van waar het voor staat. Miljardair klinkt alsof geld alles is waar het om draait. Het enige wat geld voor mij betekent is onafhankelijkheid.”

Ackman heeft altijd veel geld om zich heen gehad – zijn vader was een succesvolle vastgoedmakelaar – en de ambitie om te slagen. Hij wedde met zijn vader om 2.000 dollar – alles wat hij bij elkaar had gespaard – dat hij een perfect eindexamen zou doen. Dat gebeurde niet, maar hij kon wel naar Harvard.

In 1992, op een leeftijd van 26 en nog maar net afgestudeerd, startte hij zijn eerste fonds, Gotham Partners LP, met Harvard-klasgenoot David Berkowitz. De partners hadden al vroeg succes, maar een reeks tegenslagen dwong hen de firma in 2003 te sluiten.

Kort daarop richtte hij Pershing Square op, met 50 miljoen dollar aan startkapitaal van Leucadia National. Sindsdien heeft het fonds jaarlijks rendementen behaald van 21 procent.

„De reden dat mensen ons controversieel vinden is dat we dingen doen die er gewoon anders uitzien”, zegt Ackman op een middag op zijn hoofdkwartier in Manhattan. „Je kunt niet veel geld verdienen door te doen wat iedereen al doet.”

Het uitzicht vanuit zijn werkkamer is adembenemend: je kijkt zó over Central Park richting Harlem. Hier is hij in zijn element. Hij praat snel, is scherp, leunt naar voren als hij zijn punt wil maken, en verbreekt het oogcontact niet. Hij krijgt duidelijk veel energie door over zijn controversiële beleggingsideeën te praten.

Hoogmoed

Pershing Square is, ondanks al het geld en alle aandacht van de media, een klein bedrijf. Er zijn 65 werknemers. Velen bij de firma kennen Ackman en elkaar al jaren. Ze verdedigen hun baas door dik en dun. „Men denkt al gauw dat je hoogmoedig bent als je veel vertrouwen hebt in je overtuiging”, zegt Tony Asnes, hoofd beleggersrelaties, die Ackman al 24 jaar kent. „Mensen die hem niet kennen of gewoon over hem in de krant lezen, denken dat hij zo is, maar dat is niet zo.”

Ackmans uit twaalf personen bestaande beleggingsteam ontmoet elkaar elke dinsdag. „We kijken altijd naar goede bedrijven en wachten op het juiste moment”, zegt Ali Namvar, die sinds 2006 in dienst is bij Pershing Square. Vorig jaar winter heeft Namvar Ackman geholpen een stille overwinning te behalen bij drankenfirma Beam, waarin Pershing Square een belang had van ruim 12 procent.

Tegenoffensief

Pershing Square overhandigde het management van Beam uitgebreide onderzoeksresultaten, met als onderliggend betoog dat de tijd rijp was om het bedrijf te verkopen. Een paar weken later ging Beam in zee met de Japanse whiskymaker Suntory. De deal werd in mei gesloten en Pershing Square incasseerde ruim 1 miljard dollar netto.

Op 22 april werd David Pyott, topman van Allergan, ’s morgens met een schok wakker: Ackman had 9,7 procent van zijn bedrijf gekocht en steunde het overnamebod van een concurrent. Pyott was niet het soort manager waar activisten zich normaliter op storten. Hij had van Botox een merk ter waarde van 2 miljard dolar gemaakt. Harvard Business Review rangschikte hem vorig jaar als de op drie na beste bestuursvoorzitter ter wereld.

„Wij zeiden: ‘Oké, we moeten ons gereedmaken, want we trekken ten strijde”, zegt een naaste adviseur van Pyott die met hem samenwerkte om de revolte het hoofd te bieden. Zijn team begon Ackman en zijn tactiek te bestuderen.

Het tegenoffensief van Pyott kwam rechtstreeks uit de koker van Ackman. Hij begon met het aanvallen van de beleggingsthese van Ackman. Zijn team publiceerde onderzoek dat vragen opriep over het bedrijfsmodel van Valeant, en de manier van boekhouden. Op een gegeven moment lekte het Allergan-team een e-mailtje dat een van de eigen bankiers van Valeant had verstuurd – nog voordat hij door Valeant was ingehuurd – waarin het bedrijf „een kaartenhuis” werd genoemd.

Intussen bood Pyott zijn aandeelhouders een alternatief voor Valeant. In het begin van het najaar was hij al in gesprek met Actavis, wat zou leiden tot het winnende bod van 66 miljard dollar.

Wat er bij Allergan gebeurde is in velerlei opzicht een pleidooi voor het aandeelhoudersactivisme. Door het bedrijf aan te vallen, verhoogde Ackman de marktwaarde vrijwel onmiddellijk en verdienden de aandeelhouders uiteindelijk veel geld.

Activistische hedgefondsen beheren nu 91 miljard dollar, tegen 59 miljard eind 2012, volgens onderzoeksbureau eVestment. Dat betekent dat ze achter grotere, sterkere doelwitten kunnen aangaan, en dat is wat ze nu ook steeds vaker doen.

Neem de campagne van Loeb tegen Amgen, die van Icahn tegen Apple, en die van Nelson Peltz’s tegen Pepsico. Op dit moment moet vrijwel iedere topman zich wel afvragen: wie is de volgende?