Handelsunie is juist goed voor band met VS

Het bekritiseerde handelsverdrag TTIP versterkt de EU en de VS, vinden Brigitte Bauer en Raymond Gradus.

Illustratie Hajo

Totstandkoming van het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag – in het Engels Transatlantic Trade and Investment Partnership ofwel TTIP – is een uitgelezen kans om Europa weer eens op de kaart te zetten. TTIP moet een omvangrijk bilateraal akkoord tussen de VS en Europa worden. Zowel de regering-Obama als het Amerikaanse Congres geeft aan met TTIP voortgang te willen boeken. Het biedt Obama dè kans zijn presidentschap met enig succes te beëindigen.

In Nederland leidt de discussie over een onderdeel ervan – de arbitrageclausule – de aandacht af van het wezenlijke belang van TTIP. De clausule voorziet in de mogelijkheid dat investeerders de overheid van het gastland voor een internationaal tribunaal dagen indien die het verdrag overtreedt. Dat is niet nieuw, want veel bilaterale investeringsakkoorden bevatten zo’n regeling.

Tegenstanders zijn echter bang voor het ontstaan van een Amerikaanse claimcultuur en voor een beperking van de beleidsvrijheid van het gastland. Duidelijk is dat de clausule grote zorgvuldigheid vereist, te meer omdat deze ook EU-investeringen in de VS zal beschermen en ervoor kan zorgen dat overheden juist beschermd worden tegen bijvoorbeeld producten of investeringen die niet beantwoorden aan geldende eisen voor wat betreft volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Ook het nauwkeurig economisch duiden van TTIP leidt af van het wezenlijke belang. Alle studies geven een positieve economische uitkomst, maar afhankelijk van het aanpassingsvermogen zullen er winnaars en verliezers zijn. In de discussie over TTIP — zie het artikel van Agnes Jongerius hierover in deze krant — wordt echter het cruciale geopolitieke belang ervan volledig genegeerd. Het moet vooral bezien worden binnen het grotere geheel van andere vrijhandelsverdragen, de rol van opkomende economieën en de hernieuwde expansiepolitiek van Rusland aan de Europese oostgrens.

We zien dat opkomende markten steeds meer met elkaar samenwerken, meestal met uitsluiting van het Westen, zoals door China geïnitieerde samenwerkingsverbanden in de Aziatisch-Pacifische regio die Amerika uitsluiten. Ook zijn er regionale samenwerkingsverbanden, zoals de Eurasian Economic Union, met daarin Rusland en vijf oud-Sovjetstaten. Aangezien de VS en de EU uitgesloten worden, is voor het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag de weg terug feitelijk afgesneden.

Gezien vanuit de VS is TTIP deel van een tweeluik: Washington onderhandelt ook over het Trans-Pacific Partnership (TTP), een regionaal vrijhandelsverdrag dat evenals TTIP beoogt de concurrentiepositie ten opzichte van China te versterken. Deelnemers zijn landen waarmee de VS al beperkte verdragen heeft, landen die dat nastreven en de strategisch-militaire bondgenoten in de regio. De onderhandelingen voor het Trans-Pacific Partnership zijn vergevorderd.

Dit beeld van economische samenwerkingsverbanden onderstreept het belang van TTIP, dat bovendien onderdeel is van een economische balance of power: dankzij de vergaande handelsovereenkomst met de VS kan Europa niet alleen haar interne economie versterken, ze kan ook haar rol als speler in de wereldeconomie veiligstellen en uitbreiden.

Belangrijk is dat de VS en de EU betrouwbare partners zijn en fundamentele waarden delen. Internationale politieke stabiliteit is een ander cruciaal aspect van TTIP. De Russische interventie in Oekraïne heeft de kwetsbaarheid van Europa blootgelegd. Daarnaast is er de islamitisch-fundamentalistische onrust aan de zuidflank van de EU. Omdat de defensie-uitgaven binnen bijna alle Europese landen teruglopen, is de EU militair aangewezen op de VS. In de VS is de bereidheid om troepen de wereld in te sturen niet langer vanzelfsprekend. Met TTIP actualiseert en versterkt de Europese Unie de verbondenheid met de Verenigde Staten en geeft daar ook nog eens concreet vorm aan.