Hallo. U spreekt met de Rabobank.

Vorig jaar zijn ten minste 2.184 Nederlanders slachtoffer geweest van een vorm van internetfraude. Het aantal gedupeerden neemt toe. „Het vertrouwen in mensen is weg.”

Iedereen kent wel iemand. Een vriend of familielid die op een verkeerde link klikte en zijn creditcardnummer invulde. Die geld naar het verkeerde rekeningnummer overmaakte, wiens pinpas is gekopieerd. Of misschien iemand die duizenden euro’s overmaakte naar een zogenaamde liefde uit het buitenland.

Vorig jaar zijn ten minste 2.184 Nederlanders slachtoffer geweest van een vorm van internetfraude. In totaal werd deze groep voor 12,6 miljoen euro opgelicht – gemiddeld ruim 5.000 euro per persoon. Dat blijkt uit cijfers van de Fraudehelpdesk, het nationale meldpunt voor internetfraude, die vandaag bekend zijn gemaakt.

Het gaat om gedupeerden die een melding doen – het werkelijke aantal ligt veel hoger. Hoeveel Nederlanders er jaarlijks slachtoffer worden van internetfraude is moeilijk te meten: slechts een klein deel doet aangifte. Maar dat het om een groeiend probleem gaat is duidelijk, zeggen experts. Want: hoe meer wij aanwezig zijn op internet, hoe meer gevallen van fraude. Hoogleraar internetveiligheid Michel van Eeten van de TU Delft. „We doen meer online en criminelen volgen ons gedrag.”

Ik was verliefd

Weduwe Carla (70) uit Veenendaal is één van die slachtoffers. Ze vertelt graag haar verhaal om anderen te waarschuwen, maar wil niet met haar volledige naam in de krant. „Ik schaam me dat ik zo stom ben geweest.”

Carla werd slachtoffer van zogenoemde ‘datingfraude’: iemand wordt verliefd op een online oplichter en maakt vervolgens aan hem of haar een geldbedrag over. De 250 Nederlanders – merendeels vrouwen – die hiervan vorig jaar melding maakten bij de Fraudehelpdesk verloren gezamenlijk meer dan 2,5 miljoen euro.

Carla werd via Facebook benaderd door een man die zich Jerry noemde. Het begon met berichtjes, over en weer. „Ik werd verliefd op zijn foto”, zegt Carla. „Die ogen.” Eerst e-mails, daarna telefoongesprekken. „Hij stuurde hele lieve e-mails. Echt romantisch. Daar smelt je gewoon van.”

Jerry kwam uit Texas, zei hij. Hij werkte op een booreiland in de Noordzee. Af en toe stuurde hij een foto van het booreiland met een briefje erop met ‘I love you Carla’. „Dat was allemaal nep”, zegt Carla nu. „Je kan dat met de computer allemaal manipuleren, blijkbaar.”

Jerry had geld nodig: zijn dochter wilde op excursie. Hij vroeg Carla om 1.400 euro. Daarna nog eens 600 euro. Haar kinderen hadden haar al vaker gewaarschuwd. „‘Pas op, pas op, pas op’ zeiden ze”, zegt Carla. Ze maakte het bedrag toch over, zonder het haar kinderen te vertellen.

Daarna nam de druk van Jerry toe. Hij kreeg een ongeluk op het booreiland en wilde dat Carla 60.000 euro betaalde. Hij zette druk, steeds meer. „Hij bleef me bellen en mailen. Heel dwingend. Ik had het gevoel dat ik er niet meer onderuit kon.”

Op dat moment grepen Carla’s kinderen in. Haar zoon ontdekte dat Jerry’s foto nep was: hij gebruikte een foto van een bekende Amerikaan. Zijn telefoonnummer kwam uit Nigeria. Toen wist Carla dat ze was opgelicht, vertelt ze. „Ik geloof graag in mensen. Dat vertrouwen is nu weg.”

Wil een crimineel snel aan veel geld komen, dan zijn winkels en banken nauwelijks interessant meer – veel te goed beveiligd, nauwelijks contant geld meer in kas en een veel te hoge pakkans. In 2013 werden er 1.633 overvallen gepleegd in Nederland, tegenover 2.898 in 2009. Er werd in 2013 één bankoverval gepleegd – door een verwarde man in Leeuwarden.

Niet de straat, maar het internet is dé plek geworden voor criminelen om aan geld te komen. Een minieme pakkans, enorme opbrengsten en computergebruikers over de hele wereld als potentieel slachtoffer. Het aantal mensen dat winkelt via internet – in 2013 voor meer dan tien miljard euro in Nederland – is de afgelopen tien jaar verviervoudigd. Hoe meer geldtransacties via internet, hoe groter de kans op fraude.

Zwakke plek

Internetcriminelen werken volgens vaste patronen. Ze proberen iets, bijvoorbeeld: webwinkels oprichten die goedkope iPhones verkopen. Dan verschijnen ineens tientallen winkels tegelijk in één land. Zodra kopers gealarmeerd zijn, gaan de criminelen over naar iets nieuws of proberen ze dezelfde tactiek in een volgend land. Het is „een continu kat-en-muisspel tussen criminelen en opsporing”, zegt Van Eeten. „En soms ben je als land aan de beurt.”

Het grootste probleem, nog steeds: mensen die klikken op links in e-mails van fraudeurs. Bendes uit – met name – Rusland, Nigeria en Oost-Europa zijn gespecialiseerd in het ontfutselen van bankgegevens via spam. Mails die lijken alsof ze van de bank afkomstig zijn en vragen om rekeningnummer en paswoorden. Of een link bevatten: wie klikt krijgt malware (een stuk software) op zijn computer geïnstalleerd die wachtwoorden ontfutselt. „Het kan soms maanden duren voordat fraudeurs toeslaan. Tot er veel geld op de rekening staat”, zegt André Vermeulen van de Fraudehelpdesk. Deze bendes schieten met hagel: honderdduizenden e-mails per seconde worden er over het internet uitgestrooid. Tot er iemand reageert.

Iemand zoals Annie van Groezen (69) uit Made. Ze klikte op een link in een e-mail van bol.com om ‘een bestelling van 3.000 euro ongedaan te maken’. Enkele maanden later, op een vrijdag, werd ze gebeld door een medewerker van de Rabobank. „Ze wisten me al mijn gegevens te vertellen”, zegt Van Groezen. „Mijn pasnummer, af– en bijschrijvingen. Ze gingen het internetbankieren veiliger maken, werd me verteld. Of ik een aantal nummers wilde invoeren.”

De maandag erop merkte ze dat er ruim 19.000 euro van haar rekening was gehaald – het bedrag dat Van Groezen had verdiend met het verkopen van haar camper. Inmiddels heeft ze 3.100 euro teruggekregen van de bank. Op de rest van het geld wacht ze nog. „Ik bel bijna elke week met de bank.”