Ga eerst eens langs de mediator

Vier vragen over Mediation VVD-Kamerlid Van der Steur wil dat partijen bij een conflict eerst verplicht naar een mediator gaan voordat ze naar de rechter stappen. Vanavond bespreekt de Kamer zijn plannen. Waarom wil hij dit?

Foto Thinkstock

Er moeten meer conflicten opgelost worden met mediation, vindt VVD-Tweede Kamerlid Ard van der Steur. Hij werkte jaren aan drie initiatiefwetsvoorstellen die dat moeten bewerkstelligen. Vanavond bespreekt de Tweede Kamer deze voorstellen. De PvdA lijkt er in ieder geval in eerste instantie welwillend tegenover te staan.

1 Waarom vindt Van der Steur dat er meer conflicten via mediation moeten worden opgelost?

Omdat hij vindt dat er niet genoeg geschillen via mediation worden opgelost, terwijl dat vaak wel de beste oplossing zou zijn. Mediation is, net als arbitrage, een vorm van conflictoplossing buiten de rechter om. Bij mediation wordt vooral gekeken naar de onderliggende belangen. Partijen zoeken zelf een oplossing onder begeleiding van een mediator. De bedoeling is dat de relatie tussen partijen wordt hersteld, en er niet alleen een knoop wordt doorgehakt in het conflict, zoals bij een rechter. Bovendien is ook de bedoeling dat er minder zaken voor de overbelaste rechter komen.

Nu zou maar 2,7 procent van de geschillen via mediation worden opgelost, terwijl onderzoek uitwijst dat het potentieel veel groter is. Over dit uitgangspunt van de wet lijkt iedereen het wel eens, dat het beter is als partijen er in onderling overleg uitkomen dan dat ze naar de rechter gaan. Dat vindt ook bijvoorbeeld de Raad van State, die verder zeer kritisch is over de initiatiefwetten.

D66-Kamerlid Gerard Schouw heeft een een aantal verstrekkende amendementen ingediend om de wet van een aantal in zijn ogen nodeloze bureaucratische en belemmerende eisen te ontdoen.

2 Maar waarom is er een wet nodig?

Daar is discussie over, maar er zijn in ieder geval niet veel of ernstige problemen. Het VVD-Kamerlid zegt zelf in de toelichting van zijn wetsvoorstel dat Nederland vooroploopt, in de opleiding van mediators en de ontwikkeling van mediation als alternatief voor de rechtspraak. Anders dan in veel andere landen kunnen in Nederland partijen die het niet zelf kunnen betalen een toevoeging krijgen voor mediation. En het toezicht op mediators wordt gewaarborgd door de met overheidsfinanciering opgezette Mediation Federatie Nederland. Het ontbreken van echte problemen, die de wet noodzakelijk zouden maken, is ook een van de kritiekpunten van de Raad van State: „In de toelichting bij de wetsvoorstellen wordt onvoldoende gemotiveerd waarom de bestaande regels tekortschieten.”

3 Hoe wil Van der Steur bevorderen dat meer mensen mediation gebruiken?

Met onder andere een pseudo-verplichting. Of, zoals hij het zelf noemt, een „prikkel om mediation te overwegen”. Voor alle geschillen tussen burgers onderling (het civiele recht) met een ‘relationele component’ (arbeidsconflicten, huur, familierecht, maar ook incassozaken) zijn partijen straks verplicht eerst mediation te proberen voordat ze naar de rechter stappen. Als ze dat niet doen, moeten ze de rechter uitleggen waarom niet. Ook als een mediationpoging mislukt is, moeten ze de rechter uitleggen hoe dat komt. Ook wil Van der Steur dat tijdens een mediation op onderdelen een zogeheten deelbeslissing aan de rechter kan worden gevraagd. Daar moet de rechter dan in korte tijd – en zonder de waarborgen van het normale proces – op beslissen.

Naast deze voorstellen om het gebruik van mediation te bevorderen, regelt de initiatiefwet ook het beroep van mediator zelf. Om de kwaliteit te waarborgen zouden er registermediators moeten komen, benoemd door en onder toezicht van de minister. Die moeten ook over juridische kennis beschikken. Overheidsinstellingen zouden bij conflicten verplicht zijn zo’n registermediator in te schakelen.

4 Wordt conflictoplossing door deze initiatiefwetten niet een stuk ingewikkelder?

Ja, althans dat vinden in elk geval de Raad van State, de Raad voor de Rechtspraak en legio advocaten en mediators die op het wetsvoorstel hebben gereageerd. Ingewikkelder én duurder. De Raad van State zei in zijn advies over de wetsvoorstellen: „Ze zullen leiden tot een aanzienlijke juridisering en in de gevallen waarin mediation geen resultaat heeft tot onnodige vertraging en substantiële kostenverhoging. De kans op mislukking is te meer aanwezig nu het de bedoeling is om druk uit te oefenen op partijen om aan mediation deel te nemen, in bepaalde gevallen niet of niet geheel vrijwillig.”

Martin Brink, mediator en advocaat bij Van Benthem en Keulen, karakteriseert de wetten als „goedbedoeld liberaal paternalisme”. Het druist volgens hem in tegen de aard van mediation, waarin vertrouwen en vertrouwelijkheid centraal staan, om partijen daartoe te dwingen. Er zijn bovendien aanwijzingen, zegt Brink, dat het hoge succespercentage van mediation een stuk lager zou kunnen komen te liggen als onwillige partijen in mediation betrokken raken. Ook de eisen die aan registermediators worden gesteld, gaan volgens hem te ver: je hoeft geen uitgebreide juridische kennis te hebben om een goede mediator te zijn.

De voorstellen bieden volgens Kamerlid Schouw (D66) ook mogelijkheden voor manipulatie: je kunt aandringen op mediation als je niet op een oplossing uit bent. Dat biedt het voordeel van uitstel én een slechte beurt voor de ander als die niet wil – die moet dat dan aan de rechter uitleggen, volgens dit voorstel. Een mislukte mediation brengt bovendien extra kosten met zich mee, en dat staat op gespannen voet met het grondwettelijk recht op toegang tot de rechter. Die toegang staat toch al onder druk, met bezuinigingen op de rechtsbijstand en de verhoging van de griffierechten.

Volgens Schouw moeten de voorstellen worden teruggebracht tot de kern: geef een definitie van mediation in de wet, erken alleen grote beroepsverenigingen van mediators, zorg dat de erkende verenigingen kwaliteitseisen stellen aan hun leden, en zelf een vorm van tuchtrecht regelen.