Controverse gegarandeerd bij de Levenseindekliniek

De Levenseindekliniek is voor de derde keer berispt door de toetsingscommissie. De kliniek wordt steeds kwetsbaarder.

De Levenseindekliniek staat onder druk. Het afgelopen jaar berispte de regionale toetsingscommissies euthanasie de kliniek drie keer wegens „onzorgvuldig handelen”. Gisteren oordeelde de commissie dat een euthanasieverzoek van een patiënte met chronische oorsuizingen beoordeeld had moeten worden door een extra psychiater. In alle drie de zaken onderzoekt het Openbaar Ministerie nog, als gebruikelijk, of het de betrokken artsen zal vervolgen.

De Levenseindekliniek, in maart 2012 opgericht, bestaat uit mobiele teams die door Nederland reizen en euthanasieverzoeken beoordelen van patiënten die daarvoor niet bij hun eigen arts terechtkunnen. In nog geen drie jaar breidde de kliniek uit van 5 tot 35 teams. Jaarlijks komen er meer dan duizend verzoeken.

De casussen worden talrijker, en zijn vrijwel altijd erg complex. Tot de meest ingewikkelde verzoeken behoren die van psychiatrische patiënten en dementerende ouderen die niet meer willen leven. Deze worden lang niet altijd ingewilligd.

Tot en met september vorig jaar, de laatst bekende cijfers, kreeg de kliniek 801 euthanasieverzoeken van mensen met psychiatrische problemen. Bij 21 van hen werd euthanasie gegeven. Ongeveer 80 procent van de patiënten bij de Levenseindeklkiniek is niet terminaal ziek; zij zouden zonder euthanasie blijven leven. Ter vergelijking: circa driekwart van de euthanasieverzoeken in Nederland – dus niet via de Levenseindekliniek – komt van terminale kankerpatiënten. De Levenseindekliniek begeeft zich vaak op onontgonnen terrein. Controverse gegarandeerd, zeker omdat de Levenseindekliniek een zaak nooit terzijde schuift; er is altijd een oordeel.

Drie keer gebeurde dat volgens de toetsingscommissie onzorgvuldig. De eerste keer was na de euthanasie van een hoogbejaarde vrouw die al dertig jaar kampte met depressies. Behandelingen hielpen niet, ze had „geen enkel plezier meer in het leven”. De Levenseindekliniek oordeelde dat haar euthanasiewens ingewilligd kon worden en schakelde een klinisch geriater in, die tot hetzelfde oordeel kwam. Dat vond de toetsingscommissie onvoldoende; een psychiater had ook naar deze vrouw moeten kijken.

De tweede berisping kreeg de Levenseindekliniek toen zij tegemoetkwam aan de wens van een bejaarde vrouw die na een hersenbloeding ‘afhankelijk’ werd. In een wilsverklaring die jaren eerder was opgesteld, had de 86-jarige vrouw geschreven in die toestand niet meer te willen leven. Na twee bezoeken aan de vrouw vond de Levenseindekliniek: dit is ondraaglijk lijden, euthanasie is een terechte optie. De toetsingscommissie vond twee bezoeken aan de vrouw te weinig, ook al lag er een (oude) wilsverklaring.

Na beide uitspraken, overigens allebei gesteund door speciaal opgeleide SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland), heeft de Levenseindekliniek de richtlijnen hier en daar wat aangescherpt.

De uitspraak van gisteren legt een meer fundamenteel probleem bloot: de Levenseindekliniek oordeelt in dit geval anders over het verschil tussen lichamelijk en geestelijk lijden dan de toetsingscommissie.

De vrouw leed naar eigen zeggen ondraaglijk vanwege chronisch oorsuizingen. Zo hevig, dat zelfs het krakende geluid van een boterhamzakje haar pijn deed. Zij leefde 24 uur per dag met een onverdraaglijk lawaai dat volgens haar leek op een remmende trein. Er was geen behandeling.

Fysiek lijden, vonden Levenseindekliniek en SCEN-arts. Nee, zegt de toetsingscommissie: dit kan ook het gevolg zijn van een psychische stoornis, dus had ze extra onderzocht moeten worden door een andere psychiater.

Voor het eerst leidt zo’n uitspraak tot echte controverse. De Levenseindekliniek reageerde boos op de uitspraak en roept de commissie op om „terughoudender” te zijn in het steeds weer vragen naar extra psychiatrisch onderzoek. Directeur Steven Pleiter: „Onze eigen psychiater beoordeelt al of er sprake is van psychisch of lichamelijk lijden. Psychische onderzoeken zijn vaak te ingrijpend voor mensen die euthanasie willen.”

Pleiter stelt dat een „brede, maatschappelijke en politieke discussie” gevoerd moet worden over euthanasie en het verschil tussen geestelijk en fysiek lijden: „Voorkom dat die discussie gevoerd wordt via oordelen van de toetsingscommissie.”

Een oproep die past in het licht van de toekomst van de Levenseindekliniek. Onlangs maakte de kliniek bekend dat zij huisartsen gaat helpen om bij minder complexe verzoeken zelf de euthanasie uit te voeren. Dat betekent dat de kliniek zich zelf meer gaat richten op de allergevoeligste zaken.

Directeur Pleiter beaamt dat dit de Levenseindekliniek „kwetsbaarder” maakt voor berispingen dan ooit. De Levenseindekliniek is de controverse nog lang niet voorbij.