Antwerpenaar van beroep

De Antwerpse gids Tanguy Ottomer, die ‘gast met dat snorreke’, was zeven jaar geleden de jongste gids van Antwerpen. Het gevolg: CNN verkoos hem tot een van de zeven ‘savviest’ gidsen ter wereld.

Tanguy Ottomer kijkt uit over zijn geliefde Antwerpen. fOTO Fabian Battistella

Als er iets is dat Tanguy Ottomer (1981, Antwerpen) wil, is het wel afrekenen met het versleten imago van de stadsgids: „Niets zo irritant als een standaardrondleiding door een gids met paraplu die een monoloog over je uitstrooit,” zegt hij.

Stoffig is Ottomer allerminst. Hij ziet eruit als een dandy, met een onberispelijk potloodsnorretje dat zijn handelsmerk is geworden. Sinds hij zeven jaar geleden als zelfstandig gids begon te werken, noemt hij zich „beroepsantwerpenaar”, een term waar hij al zijn bezigheden onder kan scharen.

Naast gids is hij ‘personal shopper’ en auteur van drie boeken over de stad waarvoor zijn liefde werd aangewakkerd door de verhalen en fotoalbums van zijn bomma (oma). Zijn werk valt op: CNN riep hem uit tot een van de zeven ‘savviest guides’ ter wereld.

Modegeschiedenis

Slechts beschermd tegen de wind door een opstaand kraagje, leidt Ottomer een groep dames van Esprit langs hoogtepunten uit de (recente) Belgische modegeschiedenis. Die is nauw verbonden met Antwerpen, en dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Hij verontschuldigt zich bij voorbaat voor zijn chauvinisme: „dat zit in mijn bloed.” Even later vergelijkt hij ongegeneerd de sjieke Schuttershofstraat met de New Yorkse Fifth Avenue.

Al wandelend, onder meer langs de voormalige winkel van modegoeroe Ann Salens, het Modepaleis, de Groenplaats waar vroeger decadente warenhuizen stonden en nog daarvoor een kerkhof was, vertelt hij hoe de bloei van de stad deels te danken is aan zes modeontwerpers die in de jaren tachtig samen afstudeerden (the Antwerp Six) en strooit hij met weetjes over architectuur en het bruisende nachtleven in de jaren vijftig. De groep is goed geïnformeerd op het gebied van de Belgische mode, maar humt regelmatig verrast over opgediste feiten en anekdotes. Het zwarte mapje onder zijn arm ontlokt gegrinnik. „Ik laat graag afbeeldingen zien van de zaken waarover ik praat”, verklaart Ottomer.

Al sinds zijn zestiende bezoekt hij regelmatig het stadsarchief om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. „Mode vind ik heel interessant, maar mijn grote passie is geschiedenis. Ik voel mij echt een detective als ik in het stadsarchief aan het speuren ben.” Verder informeert Ottomer zich door te „lezelezelezelezelezelezelezen.” De kranten, elke dag, en stapels boeken. Als de kans zich voordoet, wil hij een gebouw van zolder tot kelder zien. Daar is hij maniakaal in. En de stadsgenoten, vooral de oudere. „Ik vind het belangrijk dat verhalen van mensen die nog niet zijn neergeschreven, worden verteld. Dat staat centraal in mijn rondleidingen en mijn boeken. Ik wil er zo’n ‘och ja’-gevoel mee oproepen.”

Succes na een gebroken hart

Een aantal internationale publicaties waarin de loftrompet wordt gestoken leidden tot de verkiezing door CNN. Het verraste hem, maar gezien zijn carrièreverloop lijkt het logisch. Tanguy Ottomers ambitie ontvlamde toen hij uit Berlijn terugkeerde met een gebroken hart. Twee doelen stelde hij zich: binnen het jaar gid sen, binnen het jaar een boek schrijven. Zo geschiedde. Op zijn zesentwintigste begon hij bij een klassieke gidsenbond waar hij al eerder een ‘slaapverwekkende’ opleiding volgde, maar zijn enthousiasme en initiatief om zelf groepen te zoeken werden er niet gewaardeerd. Het duurde niet lang voor hij besloot solo te gaan. Zijn stokpaardjes: mode, Antwerpse tradities als de handvormige koekjes en de prachtige gebouwen (‘pareltjes’ in Ottomers woorden) die er, soms door wanbeleid, niet meer zijn. Als de politiek zijn hints over gebouwenbeheer oppikt, des te beter. Politici zijn overigens blij met de aandacht die hij voor België en Antwerpen genereert. Minister Turtelboom stuurde hem een persoonlijke dankbrief.

Wat hem succesvol maakt? Hij heeft flair en kent zijn geschiedenis even goed als de laatste roddels over ontwerpers. Maar het belangrijkste, volgens de gids zelf, is zijn liefde voor het onderwerp. „Als je niet enthousiast bent, breng je het niet goed en dan moet je verdomme niet voor een groep gaan staan”, zegt hij beslist. Monumentenorganisatie Herita, waar Ottomer onlangs sprak op een congres, prijst zijn interactieve en aanstekelijke manier van gidsen en stelt hem tot voorbeeld. Toch zal zijn voorkomen ook meehelpen aan de populariteit van zijn rondleidingen. „Er zijn al mensen komen vragen welk marketingbureau er achter mij zit”, grinnikt Ottomer, „maar ik doe gewoon wat goed voor mij voelt.”

Snor van ’t Stad

Ottomer heeft zijn aanvankelijke ambitie ruimschoots gerealiseerd. Hij kreeg het zelfs voor elkaar de vervallen handelsbeurs tijdelijk open te stellen. Inmiddels is hij niet meer die gast met dat snorreke, maar officieel ‘Snor van ’t Stad’ . Het is zo druk dat er nieuwe beroepsantwerpenaren worden opgeleid. De ambities reiken zelfs tot over de stadsgrenzen: Bureau Beroepsbrusselaar is in oprichting. Ottomer blijft uiteraard in zijn geliefde thuisstad. In het café onder zijn woning geeft hij een heuse liefdesverklaring: „Ik vind Antwerpen de mooiste stad op aarde. Elke dag je koffie kunnen drinken met uitzicht op de Kathedraal, daar krijg je het gewoon warm van. Daarbij, ik heb hier mijn eigen geschiedenis, en Antwerpen heeft alles wat een grootstad te bieden heeft op zakformaat.”

Uitgekeken of bang dat hij alle geheimen van ‘’t Stad’ prijsgeeft, is hij niet. „De stad evolueert, en ik maak die geschiedenis mee. Ik kan elke dag bijleren en ik weet dat ik het niet beu ga worden, dat ik dit tot mijn negentigste kan blijven doen.” Zoals Jules Deelder bij Rotterdam hoort en Ingmar Heijtze bij Utrecht, zo hoort Tanguy Ottomer bij Antwerpen. Terwijl ik naar huis fiets, realiseer ik me dat er van mijn voornemen maar weinig terecht is gekomen. „Je moet je publiek voor je winnen”, zei Ottomer nog.