Opinie

Als ik SP of PVV leidde, dan wist ik het wel...

Toen in de lente van 2011 zeker was dat Mario Draghi president werd van de Europese Centrale Bank, de ECB, won ik twee weddenschappen. Voor menigeen was het ondenkbaar geweest dat iemand met drie diskwalificaties president zou worden. Draghi was ex-zakenbankier, ex-Goldman Sachs én Italiaan, exponent van een spilziek en politiek instabiel land.

Inmiddels lopen de financiële markten en de politici weg met hem en zitten zijn laatste opposanten onder zijn collega’s bij de centrale bank. Donderdag beslist de ECB over een extra ruim geldbeleid dat voor de ‘Neder-Duitse’ centrale banken traditioneel een gruwel was. Nee, zo moest het niet, vonden de spaarzame en zuinige Duitsers en Nederlanders, ook al deden de Amerikanen het wél en en zouden de Britse en Japanse centrale banken volgen.

De wereld, een markt. Ook voor centrale banken. Als die op andere continenten het geld het raam uit kieperen en beleggers en speculanten juichen en daarop inspelen, moeten Europeanen wel volgen. Uiteindelijk.

Het credo van James Carville, de campagneleider van Bill Clinton, blijft actueel. Hij wil in een volgend leven op aarde terugkeren als de obligatiemarkt. Want niemand, had hij door schade en schande geleerd, was zo machtig.

De macht van de financiële markt heeft de ECB gegijzeld. Als zij nu terugkrabbelt reageren beleggers en speculanten met vergelijkbare woede als vorige week op de onverwachte revaluatie van de Zwitserse frank door de Zwitserse centrale bank. Voor je het weet breekt een eurocrisis uit. En daar wordt Draghi niet voor betaald. En president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank ook niet.

Dus doen zij wat politici graag willen. Hoe lager de rente door de geldverruiming wordt, des te goedkoper de schulden voor ministers van Financiën. Bedrijven en burgers krijgen goedkoper krediet en geven meer uit. Het kostenvoordeel voor ministers is realiteit, de rest is afwachten. De rente is al krankzinnig laag.

Wat beklijft is dat centrale banken met dit beleid een verlengstuk zijn van politieke besluitvorming. Zo onafhankelijk zijn zij dus niet. Hun Realpolitik wint, als een crisis burgers en politici zoveel pijn doet dat centrale bankiers wel moeten capituleren. Als het nodig is, doen centrale bankiers wat ze eerst afwezen. Vlijtig volgen zij de publieke opinie. Zij hoeven er niet naar te handelen, maar ze willen het wel weten.

De ‘politici’ van de ECB zullen Europa zien zoals het nu is. De economie suddert tussen iets meer en iets minder stagnatie. Religieus-politiek geïnspireerde moorden en aanslagen beheersen de media. Anti-elite en anti-Europa politiek blijkt electoraal effectief. Tegenstellingen verscherpen. Draghi wierp vorig jaar juni, na de zoveelste renteverlaging, al de vraag op hoe Europa naast vrede ook voor welvaart en banen kan zorgen. Wat de ECB bijdraagt, is duidelijk: de koersdaling van de euro moet de export aanwakkeren. En daarmee de Europese groei. Het gaat nu om banen, om te beginnen in Zuid-Europa en Frankrijk.

Maar de boodschap van de ECB is ook politieke economie en deze geldverruiming oogt als bijna wanhoop. De missie is: het midden moet standhouden. De middenklasse. De middenpartijen. Als zij breken, de flanken blijven winnen en kiezers straks bijvoorbeeld Marine Le Pen president van Frankrijk maken, kunnen Draghi en de ECB wel inpakken. Gemakkelijk doelwit voor anti-Europese, anti-elite politiek.

Jammer voor de spaarders in Duitsland en Nederland, die gestraft worden met een ultralage rente. Pech voor de Nederlandse pensioenen die bevroren blijven, dankzij diezelfde lage rente. Als ik de SP of de PVV leidde, wist ik wel: op de bres voor sparend Nederland.