Wethouders stapten in 2014 vooral op wegens integriteitsproblemen

Jos van Rey voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling Louis Raemaekers in december 2014. De VVD-wethouder moest in 2012 opstappen nadat er twijfels waren gerezen over zijn integriteit.
Jos van Rey voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling Louis Raemaekers in december 2014. De VVD-wethouder moest in 2012 opstappen nadat er twijfels waren gerezen over zijn integriteit. Foto ANP/Marcel van Hoorn

Vorig jaar zijn 27 wethouders voortijdig opgestapt wegens politieke redenen. Een derde daarvan deed dat om integriteitsproblemen, zoals de schijn van belangenverstrengeling of niet-integer optreden. Dat is meer dan in voorgaande jaren.

Dat blijkt uit het jaarlijkse Wethoudersonderzoek van het vakblad Binnenlands Bestuur. Opvallend is dat er in 2013 nog 79 wethouders ten val kwamen wegens politieke redenen. Daarvan hoefden slechts zes weg om integriteitsproblemen.

Decentralisatie zorgtaken levert ‘rust’ op

Ook opvallend aan de uitkomsten van het onderzoek is dat er na de verkiezingen van 2014 minder wethouders zijn vertrokken. Na de verkiezingen van afgelopen jaar stapten zestien wethouders op; na de verkiezingen in 2010 waren dat er 28 en in 2006 33. Volgens Binnenlands Bestuur komt dat doordat er minder coalities zijn gesneuveld. In 2010 vielen na de verkiezingen acht coalities; vier jaar later zijn dat er slechts twee (in Culemborg en Leidschendam-Voorburg).

De oorzaak van de rust in de coalities komt volgens het onderzoek doordat de coalities die vorig jaar werden gevormd breder zijn dan die van 2010. Daarnaast signaleert Binnenlands Bestuur dat de coalities het druk hebben met de overheveling van de zorgtaken van het Rijk naar de gemeentes. Als later dit jaar duidelijk wordt hoe deze decentralisatie heeft uitgepakt, kunnen politieke afrekeningen alsnog volgen, zo vermoeden de onderzoekers.