Taal begon met het op elkaar slaan van stenen

Taal ontstond misschien op de werkplaats, toen mensen elkaar leerden stenen werktuigen te maken.

De eerste stenen werktuigen waren scherpe steenscherven. Foto's Didier Descouens
De eerste stenen werktuigen waren scherpe steenscherven. Foto's Didier Descouens

Het eerste gesprek ooit ging over steen. Een Homo erectus die meesterbikker was, maakte aan een leerling duidelijk onder welke hoek een steen geraakt moet worden om een scherpe scherf los te hakken. „Nee, iets meer draaien...” Zo ongeveer moet het zijn gegaan.

Onderzoekers van de University of St. Andrews en collega’s hebben dit scenario beschreven in Nature Communications. Ze denken dat uit de simpele communicatie tussen leraar en leerling op den duur – niemand weet wanneer precies – een volwaardige taal ontstond.

De onderzoekers baseren dat idee op experimenten waarbij ze studenten stenen werktuigen lieten maken. Dat ging de studenten het beste af als ze gesproken instructies kregen. Als ze de techniek alleen van een docent mochten afkijken, kregen ze het nauwelijks onder de knie.

Waarom begon taal?

De oorsprong van taal is nog altijd een raadsel, al hebben wetenschappers theorieën genoeg. Zo zouden mensen zijn gaan spreken om elkaar op verre karkassen of kuddes te wijzen. Of om bij te houden hoe de sociale verhoudingen in de groep verschuiven: taal als roddelinstrument.

Maar bij de meeste van die theorieën is onduidelijk welk voordeel vroege mensen precies hadden van een eerste, simpele taal. Taal maakt jagen makkelijker, maar is niet noodzakelijk. Ook wolven gaan gezamenlijk op jacht. En chimpansees leven in complexe groepen, maar hebben voor hun communicatie genoeg aan gebaren, gezichtsuitdrukkingen en gefrunnik in elkaars vacht. Waarom zou je als vroege mens overschakelen op taal?

De onderzoekers van St. Andrews hebben nu wél een duidelijk primitief nut van taal aangetoond. Ze lieten 184 studenten ‘Oldowaiaanse werktuigen’ maken, een type krabbers en schrapers die voor het eerst 2,5 miljoen jaar geleden werden gebruikt (gevonden in de Olduvai-kloof in Tanzania). Ze werden gemaakt door met een ronde hamersteen scherpe scherven van een hoekige kernsteen af te slaan.

„Deze techniek bestaat uit veel verborgen trucjes die je moeilijk kunt imiteren, maar makkelijk overbrengt met taal”, zegt onderzoeker Thomas Morgan. „Dat gold toen evengoed als nu.” Vanaf het moment dat mensen afhankelijk werden van stenen werktuigen, was de evolutionaire druk om zulke kennis efficiënt over te dragen enorm, denken Morgan en collega’s.

Sommige studenten kregen alleen zo’n scherf te zien en moesten zelf uitzoeken hoe ze die zouden maken. Anderen mochten bij een expert afkijken zonder te communiceren. Weer andere groepjes kregen een vertraagde demonstratie, mochten met elkaar gebaren of zelfs spreken. De studenten moesten de techniek ook op dezelfde manier aan een volgende generatie studenten overdragen. Bij elkaar verbikten de studenten twee ton vuursteen.

Een grom of gebaar

De grootste sprong in kwaliteit was te zien tussen de studenten die alleen mochten afkijken en zij die een stille demonstratie kregen. Simpele positieve en negatieve feedback, een grom of een gebaar, kan de kennisoverdracht al enorm verbeteren, concluderen de onderzoekers.

Morgan en zijn collega’s denken niet dat de eerste makers van Oldowaiaanse werktuigen al over een volwaardige taal beschikten. De Oldowaiaanse technologie verspreidde zich maar langzaam en bleef 700.000 jaar hetzelfde. Dat wijst erop dat de kennisoverdracht maar moeizaam verliep.

De eerste grote innovatie in steentijdtechnologie vond pas 1,7 miljoen jaar geleden plaats, toen mensen voor het eerst druppelvormige vuistbijlen maakten. Dat had veel weg van beeldhouwen: er werden schilfers en scherven van een kernsteen afgebikt, tot de bijl de gewenste vorm had. Mogelijk hadden de makers van deze complexe vuistbijlen al een rudimentaire vorm van taal, speculeren de onderzoekers.