Spotprenten, karikaturen en cartoons

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Is de cartoon een Engelse uitvinding? Dat lijkt logisch, want cartoon is een Engels woord. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, is cartoon in 1949 voor het eerst in het Nederlands aangetroffen. De Grote Van Dale houdt het op ‘na 1950’. Inmiddels zijn er zoveel oude Nederlandse teksten digitaal toegankelijk, dat die datering makkelijk kan worden vervroegd.

Hoewel we cartoon in de huidige betekenis uit het Engels hebben geleend, begint de geschiedenis van dit woord in het Italiaans. Italiaanse schilders ontwierpen grote kunstwerken op cartone (‘karton’). Op een gegeven moment werden ook de ontwerptekeningen zelf zo genoemd. Eerst namen Franse schilders dit woord over en nog voor 1700 kwam cartoon ook in het Engels in zwang voor ‘schets, ontwerptekening’. Halverwege de 19de eeuw kwam er in het Engels een betekenis bij, namelijk ‘humoristische tekening in een krant of tijdschrift naar aanleiding van actuele gebeurtenissen’.

Het is geen toeval dat de vroegste bewijsplaats in het Engels afkomstig is uit het tijdschrift Punch: „Punch has the benevolence to announce [...] the publication of several exquisite designs, to be called Punch’s Cartoons.” Punch was een wereldberoemd satirisch tijdschrift dat bestond van 1841 tot 2002.

In Nederlandse kranten treffen we cartoon in 1900 voor het eerst aan, en cartoonist in 1901. Aanvankelijk werden beide woorden alleen in een Britse of Amerikaanse context gebruikt. In zinnen als „Ik wenschte wel dat elk de Cartoon van de Chicago Record had kunnen zien.”

Bij het afscheid van Sir John Tenniel (1820-1914), tekenaar in vaste dienst bij Punch en beroemd vanwege zijn illustraties voor Alice’s Adventures in Wonderland, schreef het Algemeen Handelsblad op 5 januari 1901: „Het is een onverbiddelijk vaarwel, dat hij uitspreekt, al geeft zijn laatste teekening nog het bewijs van den frisschen geest, de knappe conceptie en de correcte uitvoering, die zijn politieke “cartoons” steeds kenmerkten.”

Het woord cartoons staat hier tussen aanhalingstekens omdat het indertijd nog niet erg bekend was. Toen het Handelsblad het woord een paar maanden later nogmaals gebruikte, werd het toegelicht: „Zoogenaamde “cartoons”, d.w.z. platen met zinspelingen op politieke toestanden, ongeveer op de wijze, zooals door het Engelsche blad Punch gegeven worden.”

Waren dergelijke spotprenten in Nederland dan niet bekend? Zeker wel, maar niet onder de naam cartoon. Met name in oude Nederlandse tijdschriften en almanakken wemelt het van de spotprenten, maar het woord spotprent is pas aan het begin van de 18de eeuw voor het eerst opgetekend. In een geschiedenisboek uit 1735 staat dat Luther een boek tegen het Roomse pausdom uitbracht „nevens eene zeer vinnige spotprent op den Paus”.

Overigens kom je het woord ook tegen in de vorm spot-print – wat ons nu modern voorkomt. Vanaf het eind van de 18de eeuw worden spotprenten ook wel karikaturen (‘overdreven afbeeldingen’) genoemd.

Hoewel cartoon in het Nederlands is geïmporteerd in de betekenis ‘(politieke) spotprent’, werd het vanaf 1937 gebruikt voor ‘animatiefilm’. Opmerkelijk genoeg is die betekenis tot nu toe zowel door de redacteuren van het WNT als door de makers van de Grote Van Dale over het hoofd gezien.