Smakelijk maar braafjes

Vier jaar geleden brak Ernest van der Kwast door met het onbedaarlijk grappige Mama Tandoori, een roman die gedragen werd door de uitzinnig onaangepaste moeder van de hoofdpersoon, maar die – je kon erop wachten – de kritiek kreeg dat Van der Kwast zo ver door ging met grappen maken, dat zijn verhaal maar niet pijnlijk wilde worden.

Het oude verwijt: het was zo grappig dat het oppervlakkig werd. Met zijn nu verschenen nieuwe roman, De ijsmakers heeft Van der Kwast gehoor gegeven aan de lokroep van de ernst. Dat betekent niet dat er niets te lachen valt. Van der Kwast begint met een prachtige scène waarin de oude ijsmaker Giuseppe Talamini voor de televisie zijn hart verliest aan een kogelslingeraarster: ‘Niet huilen prinsesje’, zegt hij tegen de bronzen medaillewinnares op tv. ‘Niet verdrietig zijn, lieve, snelvoetige vrouw’. Je denkt terug te zijn in de wereld die wordt gedomineerd door een onberekenbare ouderfiguur, maar Van der Kwast schakelt al snel over op een ander register.

De ijsmakers is een familieroman, over de familie Talamini. De aartsvader ging eind negentiende eeuw de bergen in voor verse sneeuw, zodat hij in het dal roomijs kon maken en verkopen – honderd jaar later bestiert de familie een ijssalon in Rotterdam. Dan besluit Giovanni, de oudste zoon van de familie, dat hij meer van poëzie houdt dan van ijs – hij wordt iets belangrijks in de literaire wereld, overigens zonder zelf te dichten. Van der Kwast schakelt van de (leerzame, maar ook wat kitscherige) familieoverlevering naar de strubbelingen die ontstaan als Giovanni zegt uit het ijs te willen. Er volgt nog een kinderkwestie en een mooi (droevig) slot.

De ijsmakers is een goede roman, waar bij tweede lezing opvalt hoe doordacht het spel tussen de druk van de familie en het verlangen naar vrijheid is, in de verschillende generaties. Het verschil tussen de culturele wereld van Giovanni en zijn ijsmakende broer Luca wordt knap verbeeld, waarbij Van der Kwast er geen enkel misverstand over laat bestaan wie de dichter van de twee is: inderdaad, de ijsmaker.

Hoe geslaagd ook, het is wel een beetje braaf boek geworden. Terugkerende motieven worden keurig benoemd, het tempo zakt soms in en in de afdeling liefde en lichamelijkheid gebeurt geen enkele keer iets verrassends. Weliswaar zorgt de vreemde vader (die door zijn echtgenote voor dement wordt gehouden) voor comic relief, maar naarmate De ijsmakers vordert, ga je verlangen naar iets of iemand die het verhaal op stelten zet.