Slechte slapers zijn minder vaak vrolijk

Slechte slapers voelen minder positieve emoties. Zo zijn ze minder vaak opgewekt en blij. Op den duur kan dat leiden tot een depressie.

Foto thinkstock
Foto thinkstock

Naarmate gezonde mensen vaker slecht slapen (moeilijk inslapen, kort slapen, vaak wakker worden), krijgen ze meer symptomen van een depressie. Slechte slapers voelen zich iets vaker somber, boos en angstig, maar ze voelen zich vooral veel minder vaak opgewekt en blij.

Misschien kan door langdurig slecht slapen een echte depressie ontstaan, denkt Jessica Hartmann, die vorige week in Maastricht promoveerde op haar onderzoek naar de aanwezigheid van positieve gevoelens en de kwaliteit van slaap bij depressie.

„Positieve gevoelens spelen een heel belangrijke rol in depressie”, zegt Hartmann. „En daar is pas de laatste jaren meer aandacht voor. Tot nu toe was er vooral aandacht voor somberheid en angst, minder voor vrolijkheid en enthousiasme. Positieve stemmingen motiveren mensen om actief te zijn en eropuit te gaan. Als dat ontbreekt, zie je dat mensen geen zin meer hebben in de dingen waar ze vroeger juist veel plezier aan beleefden.”

Hartmann ontdekte ook dat het verband tussen slecht slapen en weinig positieve gevoelens de volgende dag sterker was bij mensen met een bepaalde variant van een gen dat de verwijdering van serotonine uit de zenuwverbindingen regelt.

Uit eerder onderzoek bleek al dat mensen met een ‘korte’ variant van dit gen vaker depressief zijn als ze bijvoorbeeld ook nog veel stress hebben. „De korte variant alleen is niet genoeg”, zegt Hartmann. „En we weten ook nog niet precies hoe het werkt. Je kunt makkelijk denken: korter gen, minder serotonine, maar zo eenvoudig is het niet.”

Zo weten we ook dat serotonineheropnameremmers (SSRI’s, dat is een specifieke groep van antidepressiva), kunnen helpen bij sommige mensen met depressie, terwijl ze bij andere niet werken. In elk geval speelt serotonine een rol bij het reguleren van gevoelens en slaap, zegt Hartmann.

Proefpersonen met apparaatjes

Het was al bekend dat depressieve patiënten vaak een verstoorde biologische klok hebben. Ook dat vond Hartmann terug in haar onderzoek. Ze gaf proefpersonen een apparaatje mee. Daarop moesten zij tien keer per dag enkele vragen beantwoorden over wat ze op dat moment deden en hoe ze zich voelden.

Gezonde mensen voelen zich over het algemeen midden op de dag beter dan ’s ochtends en ’s avonds: als je hun positieve gevoelens over een dag in een grafiek zet, krijg je een omgekeerde U. Bij depressieve mensen zie je die U ook, maar een stuk lager – én hij daalt ’s avonds niet zo snel. „Dat zou kunnen interfereren met een gezonde slaap”, denkt Hartmann. „De ‘piek’ van positieve gevoelens ligt bij depressieve mensen ook later op de dag.”

Hartmann hoopte dat het depressieve patiënten zou helpen als ze hun zou vertellen: kijk, als je dit doet, voel je je beter en als je dit doet, voel je je minder goed. Ze liet een deel van haar proefpersonen zes weken lang hun eigen grafiekjes van positieve gevoelens zien, maar die gingen zich daardoor niet meteen beter voelen.

„Het is ook heel veel informatie”, zegt Hartmann daarover. „Ik denk dat er tijd voor nodig is om dat in te zetten in het dagelijks leven.” Wel voelden depressieve patiënten die hun gevoelens bijhielden zich na verloop van tijd krachtiger, autonomer, of ze nou hun grafiekjes terugzagen of niet. Collega’s van Hartmann gaan nu verder onderzoeken of dat in therapie gebruikt kan worden.