Scherpe Pieter Derks vindt overal de gekte

Het meest hilarische verhaal dat Pieter Derks vertelt in zijn nieuwe programma Zo goed als nieuw gaat over de vernederingen die mensen bereid zijn te ondergaan om een paar tientjes goedkoper te vliegen met budgetmaatschappij Ryanair. Het is een persoonlijke anekdote vol krankzinnige details, die één lange lachbui oplevert.

Het is het soort cabaret dat veel gemaakt wordt: eigen ervaringen en observaties, gekneed tot grappig verhaal. Pieter Derks kan dat dus ook. Terwijl Derks toch de cabaretier is die bekend werd als gevatte commentator op het nieuws bij De Wereld Draait Door, met satire die bij zijn vorige voorstelling door deze krant werd gemunt als „razendsnel actualiteitencabaret”. De titel en de openingsfase van zijn nieuwe voorstelling – over een mal krantenbericht, het zorgstelsel en de ice bucket challenge – wekken de indruk dat het weer die kant op gaat.

In zijn vijfde programma toont Derks echter aan dat hij zich ontwikkelt. Gevat, slim, geestig – zeker – maar deze keer is hij ook de denkende cabaretier, die het nieuws alleen aanstipt om in onderliggende, maatschappelijke vraagstukken te duiken. Bijna steeds lukt het hem een ongerijmdheid te vinden of de gekte te benoemen als hij hardop nadenkt over zaken als alom aanwezige camera’s, nationalisme, religie en economisch denken. En, een niet te verklappen verrassing, hij heeft zelfs een apparaat bij zich om dit te demonstreren.

De betoogjes die hij opbouwt, leiden altijd weer, ook al duurt het soms wat langer, tot een stevige, afsluitende grap. Zo goed is Derks inmiddels – hij praat nog heel rap, maar hoeft minder haast te maken.

Zijn scherpste stukken gaan over god en religie. Spannend, want discutabel, wordt het als de tocht van IS door de woestijn op weg naar het beloofde land hem doet denken aan een ander boek, de Bijbel. Waarbij hij fantaseert dat de plagen van deze tijd – ebola, banken, klimaat – ooit terecht komen in een vergelijkbaar IS-boek. Met ons, kapitalisten, als voetnoot.

Ons geloof is immers geld, een simpele gedachte die hij, met een stilistische flair die Gerrit Komrij in herinnering brengt, verwerkt tot een economische versie van het Onze Vader: „Uw winst geschiede, geef ons heden onze dagelijkse koopkracht.”

Wat weten en zien mensen eigenlijk van hun eigen tijd, vraagt hij zich af aan het begin. „Je let altijd op de verkeerde dingen.” Zien we wel wat we denken te zien? Die vraag stelt hij over zichzelf („Ik ben een grapjas, maar ik denk dat ik het meen”) én over de terrorist. Derks laat ons nog een keer kijken. Dat is uitzonderlijk en bewonderenswaardig cabaret.