Boeken

Rode rozen rood

Pieter Steinz heeft de spierziekte ALS en verbindt het verloop van zijn ziekte met de boeken die hij (her)leest. Deze week: de chansons van Jacques Brel.

Mijn vrouw is niet alleen slim en lief, ze is ook heel praktisch. Zodra de dokters de diagnose ALS hadden gesteld, drong ze erop aan dat ik mijn laatste wensen op schrift zou stellen. Zelf wilde ik niet te veel aan de dood denken – ik voelde me nog niet eens ziek – maar ik besefte dat er een kans was dat mijn lichaam me plotseling in de steek zou laten, veel plotselinger dan me lief was. En dus zette ik mij aan het draaiboek voor mijn dood: van de rouwkaart (‘Welke lettertype wil je?’ ‘Comic sans lijkt het meest op mijn handschrift.’ ‘Doe dan toch maar iets klassieks’) tot de herdenkingsbijeenkomst, en van de crematie tot het verstrooien van de as onder de perenboom.

De lijst met laatste wensen ligt nu al bijna anderhalf jaar klaar, maar het lukt me niet om hem met rust te laten. Telkens verzin ik weer iets dat anders moet. Zo is de lijfspreuk, de cursieve tekst boven de rouwadvertentie, al een keer of drie gewijzigd. Bij nader inzien vond ik het flauw om Fawlty Towers te citeren (‘Zoom! What was that? That was your life, mate’) en pretentieus om terug te vallen op een regel uit een zeventiende-eeuws essay (‘Never send to know for whom the bell tolls; it tolls for thee…’). En daarbij: kon ik als directeur van het Nederlands Letterenfonds eigenlijk wel aankomen met een citaat in een vreemde taal?

Nog moeilijker is de keuze voor de muziek op de plechtige bijeenkomst. Het moet geen Avro’s Toppop Discoshow worden, maar je wilt als fanatiek muziekliefhebber toch duidelijk maken welke componisten en artiesten je leven hebben gekleurd. Alleen: veel meer dan zeven, acht liedjes kun je niet kwijt tussen de toespraken door – dat wordt dus een kwestie van kill your darlings. Wél de Beatles en de Stones, niet de Kinks, hoe prachtig en troostrijk Sunny Afternoon ook is. Wél Kate Bush en niet Joni Mitchell, alleen al omdat Wuthering Heights zo’n toepasselijk literair thema heeft. Liever Ray Charles dan James Brown, beter melancholieke liedjes van Leonard Cohen en Randy Newman dan het grijsgedraaide Perfect Day van Lou Reed. Van I Heard It Through The Grapevine toch maar de versie van Marvin Gaye en niet de volgens mijn zoon veel betere versie van Creedence Clearwater Revival. En voor de omlijsting Beethovens Frühlingssonate en niet iets geniaals van Mozart of Bach.

Één zanger-componist mag absoluut niet ontbreken, en dat is Jacques Brel, sinds jaar en dag mijn favoriete chansonnier omdat zijn teksten de kwaliteit van poëzie hebben en zelfs zijn vrolijke melodieën van melancholie doortrokken zijn. En zo bladerde ik in zijn Oeuvre intégrale, op zoek naar het ideale uitvaartnummer. Waarbij meteen opviel hoeveel liedjes Brel over de dood heeft geschreven, ook toen hij nog niet wist dat hij veel te vroeg (op 49-jarige leeftijd) aan longkanker zou overlijden. Uit 1964 bijvoorbeeld dateren twee nummers over de dood die heel toepasselijk zijn wanneer je zelf bezig bent met de regie van je eigen sterven: Le Tango Funèbre, waarin de ik-figuur onder het motto ‘Ah, je les vois déjà‘ voorspelt hoe zijn nabestaanden zich gedragen als hij opgebaard ligt, en Le Dernier Repas, waarin de ‘ik’ aanwijzingen geeft voor een groot laatste feest – en afsluit met: ‘Et dans l’odeur des fleurs/ Qui bientôt s’éteindra/ Je sais que j’aurai peur/ Une dernière fois.’

Brel is beurtelings melancholiek en cynisch in zijn liedjes over de dood, denk maar aan Le Moribond, met de beroemde zin ‘C’est dur de mourir au printemps, tu sais’ en met de subtiele verwijzingen naar de ontrouw van zijn vrouw en zijn beste vrienden. Alleen in La Mort uit 1960 spreekt hij zijn angst om te sterven rechtstreeks uit, al relativeert hij die meteen door te zeggen dat het hem niets kan schelen wat er aan de andere kant van de laatste deur is, zolang zijn lief aan deze kant staat.

Hoe mooi ook, een lied over de dood is veel te letterlijk op een uitvaart – dat is rode rozen rood verven. Dus ook het troostrijke Vieillir, met in het refrein de zin dat oud worden erger is dan sterven, valt af. Gelukkig biedt het oeuvre van Brel subtielere keuzemogelijkheden: een lied over afscheid bijvoorbeeld, een van zijn belangrijkste thema’s. Ne Me Quitte Pas, over de angst om verlaten te worden, is misschien te bekend, maar wat te denken van Je Ne Sais Pas, waarin de ik-figuur (voorgoed) afscheid neemt van een geliefde die op de trein naar Amsterdam stapt? Of toch Orly, de twintig jaar jongere variatie op Je Ne Sais Pas, over een vrouw die zich op een Parijs vliegveld met de grootste moeite losmaakt van de liefde van haar leven, en die onder ogen moet zien dat het afscheid definitief is: ‘Elle a perdu des hommes/ Mais là, elle perd un amour’?

Ja, Orly moet het worden, ook al omdat de melancholie van het chanson, met zachte gitaarmuziek in de coupletten, in het refrein wordt gerelativeerd door een grappige muzikale verwijzing naar de stijl van collega-chansonnier Gilbert Bécaud, die óók een liedje aan Orly op zondag wijdde. Zonder comic relief vaart niemand wel.

Blogger

Pieter Steinz

Pieter Steinz (6 oktober 1963 - 29 augustus 2016) werkte van 1989 tot 2012 bij NRC Handelsblad, onder meer als literair redacteur en chef Boeken. Hij schreef ruim vijftien boeken, waaronder Lezen etcetera (2003) en Made in Europe (2014).