Otterspeer en Oenema vinden impuls na Sotsji

Thijsje Oenema en Hein Otterspeer wonnen voor het eerst in hun loopbaan de nationale sprinttitel. Een jaar nadat ze de Olympische Spelen van Sotsji misten, ziet hun toekomst er ineens veel beter uit.

Hein Otterspeer, 1.93 meter lang en 89 kilo, bij de start van de tweede 500 meter.
Hein Otterspeer, 1.93 meter lang en 89 kilo, bij de start van de tweede 500 meter. Foto ANP

Lachend stonden ze samen met een lauwerkrans op de hoogste trede van het podium. Een jaar geleden zaten Hein Otterspeer en Thijsje Oenema nog ‘uitgeschaatst’ thuis. Niet geplaatst voor de Spelen van Sotsji, weg jarenlange trainingsarbeid en leven met één heilig doel. Hooguit voor de tv meeleven met ploeggenoten die ‘hun’ droom waarmaakten. Om gisteren in Groningen alle olympische helden overtuigend te verslaan, de nationale sprinttitel te pakken en daarbij plaatsing af te dwingen voor WK afstanden en WK sprint, later dit seizoen. „Mijn eerste krans ooit”, jubelde Otterspeer. Ook Oenema won voor het eerst het NK sprint. „Dit had ik nooit verwacht.”

In het pre-olympisch seizoen 2012-2013 blonken ze allebei al uit bij de WK sprint in Salt Lake City. Oenema verpulverde met een weergaloze 37,06 het stokoude Nederlands record op de 500 meter van Andrea Nuyt (37,54 uit 2002) – slechts vier schaatssters in de wereld waren ooit sneller. Otterspeer toonde zich een klasse apart als winnaar van beide duizend meters, de afstand waarop hij ook wereldbekers won. Maar hun derde (Otterspeer) en vierde plaats (Oenema) in het eindklassement vielen qua aandacht in het niet bij de eerste wereldtitel van Michel Mulder, die met zijn niet geplaatste tweelingbroer Ronald langs de kant voor spektakel zorgde. Het olympisch jaar als grote doorbraak dan maar?

In tranen legde Oenema bij de start van het vorig seizoen uit dat haar hoofd even niet stond naar prestaties. Kanker, een melanoom op haar linkerhand, gelukkig met gunstige diagnose. Moeizaam ging de aandacht weer naar dat ene doel: Sotsji. Zie haar schitteren in regen en wind op zomaar zaterdagavond in december bij de Utrecht City Bokaal: 38,82 baanrecord! Maar bij het olympisch kwalificatietoernooi is de ‘prestatiematrix’ onverbiddelijk. Haar derde plek is niet genoeg. Excuses? Niet voor Oenema. „Op het moment dat ik het moest doen, deed ik het niet”, keek de 26-jarige Friezin gisteren nuchter terug.

Leeftijdgenoot Otterspeer ‘rende’ het hele voorseizoen achter zichzelf aan. Rommelen met zijn materiaal, met zijn techniek. Bij het olympisch kwalificatietoernooi, eind december in Thialf, is niets over van de heerser op de duizend meter van het jaar ervoor: elfde, dag Sotsji. Zie hem meteen na de finish abrupt remmen met de schaatsen dwars in het ijs en wegvluchten door de tunnel onder de baan. Pas half januari is hij weer boven water. „In 2018 ben ik er wel bij”, twittert hij. Om eind februari ineens een wereldtijd te rijden in regen en storm op zijn ‘thuisbaan’ De Uithof in Den Haag: 35,47, baanrecord 500 meter.

Was het toeval dat uitgerekend twee schaatsers die vorig seizoen hun olympische campagne zagen mislukken gisteren in Groningen de titels bemachtigden? „Weet ik niet”, reageerde Otterspeer afhoudend. „Na Sotsji staat voor iedereen de teller weer op nul.” Ook volgens Oenema was het missen van de Spelen niet doorslaggevend. „Voor mij heeft dat er niets mee te maken. Ik ben ook niet de meest gretige persoon, die na een tegenslag zegt: nu er meteen weer tegenaan.”

Wel had de sprintster uit de Continu-ploeg van coach Marianne Timmer baat bij andere dingen in de aanloop naar dit seizoen. Tot vlak voor het NK was ze bezig met een scriptie voor haar master opleiding Financial management. Zaterdagmiddag om vijf uur moest die worden ingeleverd. „Ik heb de uitslag van de eerste 500 meter er nog bij vermeld”, vertelde ze met een lach. Nieuwe buitenlandse ploeggenotes – de Tsjechische Karolina Erbanova en de Japanse Nao Kodaira – zorgen voor een welkome impuls. „Je leert van hun benadering, dat werkt motiverend.” Ook experimenteerde ze met een ander merk schaatsen. „Alles voelde steeds anders, dat gaf veel plezier.” Maar toen de snelle openingen uitbleven, koos ze in de loop van dit seizoen toch weer voor haar oude merk.

Otterspeer veranderde na de teleurstellende olympisch seizoen van ploeg. Na drie jaar bij Beslist.nl van coach Gerard van Velde stapte hij over naar Lotto-Jumbo van coach Jac Orie, een ‘ruil’ met Ronald Mulder die de omgekeerde weg volgde. Bij Orie vond hij meteen de ‘sfeer van Zuid-Holland’ terug, het gewest waar hij als junior opgroeide onder trainer Wim den Elsen en met onder anderen ook zijn huidige ploeggenoot Kjeld Nuis. „Hein heeft bij ons snel zijn draai gevonden”, vertelde Orie gisteren na het behalen van de titel.

Coach en schaatser veranderden de trainingsaanpak. In de sprintploeg van Van Velde draait alles om snelheid. Orie behaalde in het verleden zijn beste resultaten met middenafstand-specialisten als Stefan Groothuis en Nuis. „We zijn met Otterspeer meer richting duizend meter gaan werken”, aldus Orie. „In het begin van het seizoen had hij daarom nog wat moeite met de snelheid, maar die zie je nu ook toenemen.”

Geen van de andere schaatsers had in Groningen een antwoord op de rondjes van 25,5 seconden die Otterspeer op 500 en 1.000 meter op de klokken bracht. Het leverde de 1.93 meter lange en 89 kilo zware sprinter liefst drie afstandszeges op. Naast zijn nationale sprinttitel plaatste hij zich op 500 en 1.000 meter voor de WK afstanden half februari in Thialf, en uiteraard voor de WK sprint van eind februari in Astana. „Ik denk dat weinig mensen gelukkiger zijn dan ik”, reageerde hij uitgelaten. „Dit is een overwinning op mezelf.”

Oenema won superieur beide 500 meters in 38,78, een nieuw baanrecord, en knokte zich op de laatste 1.000 meter naar de titel. „Ik heb nog nooit zoveel pijn gevoeld.” Waar Otterspeer in eerste instantie blij was om zijn eerste nationale sprinttitel, was het Oenema vooral om de plaatsing voor de 500 meter bij de WK afstanden en de WK sprint te doen. „Dat was eigenlijk belangrijker dan die titel. Maar dan sta je aan de start en denk je: die titel wil ik ook wel halen.”

Als het aan beide kampioenen ligt, blijft het niet bij nationaal succes. In tegenstelling tot vorig seizoen volgen nu wel de internationale topwedstrijden. „Bij de WK afstanden in Thialf wil ik mijn beste 500 meter ooit rijden”, keek Oenema vooruit. „En in Astana heb ik mijn beste tijden gereden op een laaglandbaan.” Ook Otterspeer ziet zijn titel als een doorbraak naar meer. „Dit is de start van iets nieuws.”