Ongekend: de zaak ‘El Rey’

Morgen begint de rechtszaak tegen Jos van Rey (ex-VVD), succesvol zakenman-politicus uit Roermond. Onderzoeken zat, maar corruptieonderzoek naar een zittende Nederlandse parlementariër deed justitie niet eerder.

Foto Bas Czerwinski, bewerking NRC fotodienst

Alles veranderde die ochtend voor Jos van Rey, toen rechercheurs zijn villa in Roermond doorzochten. Vanaf die dag, 19 oktober 2012, was hij opeens niet meer de succesvolle zakenman-politicus, maar corruptieverdachte Jos van R. Morgen staat de voormalig VVD-senator en wethouder voor de Rotterdamse rechtbank.

Het is een regiezitting, dus inhoudelijk wordt zijn dagvaarding nog niet behandeld. Die dagvaarding gaat over omkoping, het ronselen van stemmen, witwassen en schending van zijn ambtsgeheim.

De belangrijkste aanklacht is dat Van Rey als wethouder in Roermond een bevriende projectontwikkelaar, Piet van Pol, een voorkeursbehandeling gaf en vertrouwelijke gemeente-informatie bezorgde. De besluitvorming zou gemanipuleerd zijn zodat Van Pol voor honderden miljoenen euro’s kon bouwen.

Van Rey zou ondertussen voor bijna één ton giften hebben aangenomen van Van Pol. Samen met Van Rey en Van Pol staat ook ex-VVD-wethouder uit Roermond Tilman Schreurs terecht voor het aannemen van giften van Van Pol.

Het proces-Van Rey is opmerkelijk. Het is de derde keer in ruim vier jaar tijd dat een VVD-politicus voor de rechter belandt op verdenking van omkoping. Na de processen tegen de Noord-Hollandse gedeputeerde Ton Hooijmaijers (2013, 3 jaar cel) en voormalig Statenlid en wethouder Sjoerd Swane uit Maarssen (2011, 2 jaar cel) is nu ‘De macher uit Roermond’ aan de beurt.

Rode draad in de drie zaken is het bevoordelen van bedrijven. Maar de zaak-Van Rey verschilt ook van de twee eerdere. Hooijmaijers en Swane cashten met valse facturen via bv’tjes smeergeld. Van Rey echter zou zich door Van Pol hebben laten smeren en fêteren met tientallen vakanties, met bezoeken aan voetbalwedstrijden en beurzen, en met donaties aan de campagnekas.

Officiële cijfers ontbreken

Opmerkelijk is deze zaak ook omdat justitie nooit eerder een corruptieonderzoek deed naar een zittende Nederlandse parlementariër. Van Rey heeft de primeur, ook al stapte hij al snel op uit de senaat. „Een zaak als deze is zeldzaam”, beaamt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.

Hij noemt het opvallend dat het ook voor andere delicten dan corruptie zo zelden tot veroordelingen van parlementariërs is gekomen. „In vergelijking met het buitenland hebben we een erg wellevend parlement. Een beetje suf misschien. Misschien is er ook wel sprake van een zelfreinigend vermogen door het onderzoek van de geloofsbrieven bij de installatie van parlementariërs.”

Officiële cijfers over het totale aantal politici dat afgelopen jaren op verdenking van corruptie is doorgelicht door de Rijksrecherche zijn er niet. De jaarberichten van de dienst melden alleen cijfers over het totaal van de onderzochte corruptie, dus van zowel ambtenaren als politici.

Inventarisatie van deze krant maakt duidelijk dat afgelopen 25 jaar in Nederland gepubliceerd is over niet meer dan 25 politici die een corruptieonderzoek ondergingen. Het gaat om zeventien wethouders, vier provinciebestuurders, drie burgemeesters en één raadslid. Jos van Rey is de enige parlementariër. Hij was ook lid van de Eerste Kamer toen het onderzoek begon.

Cees van den Oosten is een van de 25 politici naar wie onderzoek gedaan is. Ook hij was VVD-senator (2003-2007), maar vóórdat hij in april 2008 werd aangehouden, was hij al vertrokken uit de Kamer. Justitie besloot in 2011 hem niet te vervolgen.

De zuidelijke provincies zijn oververtegenwoordigd in de corruptieonderzoeken. Dertien politici waren actief in Limburg, vier in Brabant. Het grote aantal Limburgse zaken komt mede door de vele corruptieonderzoeken in Zuid-Limburg in de jaren negentig. Toenmalig officier van justitie Hans van Atteveld vervolgde in drie jaar tijd acht bestuurders en twee ambtenaren.

Eén van die zaken vertoont een overeenkomst met de zaak-Van Rey. Het gaat om Jo In de Braekt. Deze Maastrichtse CDA-wethouder werd in 1997 in hoger beroep veroordeeld. Hij had reizen gemaakt met en op kosten van een aannemer. Zijn verweer was destijds, net als Jos van Rey nu, dat het reizen waren van „oude vrienden”. Voor de rechter was dat geen reden om hem niet te veroordelen.

Van de politici, van wie bekend is dat ze afgelopen kwart eeuw een corruptieonderzoek aan hun broek kregen, waren er tien van de VVD, zeven van het CDA en drie van de PvdA. Eén verdachte was lid van de ChristenUnie, de andere vier waren lid van een lokale politieke partij.

Hoe terughoudend is het OM?

Lang niet alle corruptieonderzoeken belandden bij de rechter. Van de 23 zaken – Van Rey en Schreurs wachten nog op hun vonnis – zijn er 11 geseponeerd voordat ze ter zitting kwamen. Het gaat daarbij vaak om korte, oriënterende onderzoeken die de Rijksrecherche deed op verzoek van het lokaal bestuur. De 12 andere onderzoeken leidden allen tot een veroordeling, al werd de verdachte soms op onderdelen vrijgesproken.

Hoogleraar Voermans gelooft niet dat het geringe aantal veroordelingen iets te maken heeft met een terughoudendheid bij het OM. „Justitie pakt politici niet met fluwelen handschoenen aan. Zelfs bij Lubbers en Van Agt werd er een verkennend feitenonderzoek gedaan om te kijken of ze vervolgd moesten worden voor schenden van hun ambtsgeheim naar aanleiding van uitspraken over kernwapens op de vliegbasis Volkel”, zegt Voermans.

Jos van Rey vindt dat het onderzoek tegen hem te lang geduurd heeft. Hij krijgt bijval van oud-PvdA-senator Joop van den Berg. In Binnenlands Bestuur betoogde hij: „Een deadline voor het OM, zoals een aanklacht binnen een half jaar, zou ik niet vreemd vinden”. Publieke ambtsdragers zijn strafrechtelijk onevenredig kwetsbaar, aldus Van den Berg. „Ik begrijp dat het OM tijd nodig heeft voor feitenonderzoek, maar in zaken waar publieke ambtsdragers corruptie wordt aangewreven, moet die tijd zo kort mogelijk zijn.”

Een deadline van een half jaar is weinig realistisch, vindt justitie. Gerrit van der Burg, hoofdofficier van het Landelijk Parket, is verantwoordelijk voor het onderzoek naar Van Rey. Toen het acht maanden liep, medio 2013, zei hij tegen deze krant: „Ik ben het met de verdachte eens dat er een redelijke termijn moet zijn. Maar acht maanden is redelijk, en het zal nog wel langer duren. Het is immers niet alleen een gevoelig onderzoek omdat er een senator in het geding is, maar het is ook gecompliceerd en omvangrijk. Er moet veel onderzocht en geanalyseerd worden. Dat vergt een behoorlijke tijd. Elke maand is te lang, maar zorgvuldigheid staat voorop”.

Uit de inventarisatie van deze krant blijkt dat van corruptie verdachte politici gemiddeld 21,7 maanden wachten, van het begin van het onderzoek tot een vonnis of seponering van hun dossier. Volgens vaste rechtspraak geldt dat de behandeling van de zaak binnen twee jaar dient te zijn afgerond met een vonnis, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Die zijn er als een zaak ingewikkeld is of de verdachte voor vertraging heeft gezorgd. Wie langer moet wachten dan 24 maanden krijgt in de regel korting op zijn straf als de feiten bewezen worden. Een overschrijding van de redelijke termijn met zes tot twaalf maanden levert een strafvermindering van 10 procent op.

Bij Sjoerd Swane was de overschrijding groter dan twaalf maanden. De rechtbank verminderde zijn straf met een derde deel. Swane kreeg niet drie maar twee jaar cel. Overigens heeft hij die nooit uitgezeten. Hij verdween spoorloos.

Jos van Rey wacht nu 27 maanden, en dan moet de inhoudelijke behandeling nog beginnen. In zijn zaak is de redelijke termijn van 24 maanden dus overschreden, tenzij het OM aannemelijk maakt dat er bijzondere omstandigheden zijn. Lukt dat niet dan komt Van Rey, als de feiten bewezen worden, voor korting in aanmerking.

In juni 1996 wachtte Wiel Heinrichs, CDA-wethouder in Landgraaf, al 46 maanden toen zijn corruptiezaak behandeld werd door de rechtbank Maastricht. Justitie had zijn dossier, waarvoor een collega-wethouder al veroordeeld was, op de plank laten liggen. De rechtbank ontsloeg Heinrichs van rechtsvervolging wegens de lange wachttijd.

Ook de publiciteit rond een onderzoek, zoals bij Van Rey, is voor rechters een reden om milder te straffen. Verdachten profiteren van media-aandacht, bleek in 2012 uit onderzoek van jurist Anne de Groot. Zij analyseerde 500 strafuitspraken waarin de media een rol speelden en ontdekte dat rechters lager straffen naarmate er meer publiciteit is. De redenering is dat publiciteit leidt tot schade en consequenties heeft voor de verdachte, ook als hij zijn straf heeft uitgezeten. Ton Hooijmaijers kreeg een lagere straf mede omdat de rechter vond dat hij en zijn gezin „door de grote media-aandacht voor het strafrechtelijk onderzoek en het strafproces getroffen” waren.

Scherpere wetgeving

Daar staat tegenover dat de corruptiewetgeving afgelopen jaren is verscherpt. De affaires in Limburg leidden al tot strengere wetgeving en per 1 januari dit jaar zijn de regels verder toegespitst. De wet biedt nu extra ruimte voor onderzoek en vervolging, en voorziet in strengere straffen. Zo is de maximum celstraf voor het aannemen van giften voor politici verhoogd van zes naar acht jaar.

Voor Jos van Rey maakt dat niet uit. Hij wordt berecht onder de oude bepalingen. Dat komt door het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel uit artikel 1 van het wetboek van strafrecht: „Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling”. Als de verdenkingen bewezen worden, krijgt Van Rey maximaal zes jaar gevangenisstraf.