Nieuw, schel en glad geluid

Weinig bands kunnen een brok in je keel duwen zoals Belle and Sebastian dat kan. Hun popverhaaltjes met tringelende instrumentaties waarin alles en iedereen samenspant om het hedendaagse leven een nostalgische glans te geven, en dat zonder knieval aan het sentiment, zijn wonderschoon. Oude nummers als Step Into My Office, Baby of Funny Little Frog zijn onverslijtbaar en onweerstaanbaar.

Op hun nieuwe, negende cd klinkt de band uit Glasgow subtiel anders. De zang van voorman Stuart Murdoch is nog mooi hoog en breekbaar, de trompetten zijn als klaroenen, de melodieën elegant. Het moet hem zitten in het algehele geluid, dat ongewoon glad en schel is. De zang van Murdoch staat niet op zichzelf maar wordt ingebed in echo, of in al te jubelende koorzang (Nobody’s Empire). Enter Sylvia Plath is kermismuziek, en Party Line een clichématige poging tot disco, en daarmee beneden het niveau van deze waardevolle band.