Opinie

Matchfixing

We zeggen al een kwartier niets en kijken naar het konijn. In de keuken roert iemand in een pannetje.

Dit waren de eerste regels van mijn verhaal voor het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras. Het was 1999. We, dat zijn de Feyenoordspelers Bonaventure Kalou, Alysae Sesay, Ibrahim Kargbo en ik. Het konijn is Roger Rabbit en in de keuken kookt een Ivoriaanse vrouw, Constance.

Afgelopen weekeind was Kargbo groot nieuws. De Volkskrant ging zijn gangen na. De speler uit Sierra Leone zou betrokken zijn geweest bij matchfixing tijdens twee Nederlandse duels. Smeergeld aannemen en dan beloven dat je je club laat verliezen.

Dus ik heb in huize Kalou een hele avond met een jeugdvoetballer voor de tv gezeten die later bij Willem II de boel fleste?

Kargbo (32) speelt nu in Portugal. Nog altijd het gemillimeterde haar op een granieten hoofd. De onderzoeksjournalisten confronteerden de voetballer uit Sierra Leone met de naam van een matchfixer die hem zei te kennen. ‘Kargbo’s ogen worden vochtig. Zijn handen trillen als hij zijn cappuccino optilt.’

Kargbo wordt al jaren verdacht van medeplichtigheid aan matchfixing. Dit nieuws lijkt de genadeklap voor zijn loopbaan.

Ik graaf in het verleden. Zat het kwaad al in de 17-jarige Kargbo toen we samen op de bank naar de film ‘Who framed Roger Rabbit’ keken?

Kargbo had die avond last van een knieblessure. Hij rommelde met een pannetje heet water en een icepack. Kargbo strompelde met een natte, witte theedoek om zijn blote knie door de etage.

Wat me opviel was de zachte omgangsvorm van de drie Afrikanen. Ze hingen tegen elkaar aan, streken door elkaars haar. Kargbo en Sesay (ook uit Sierra Leone) waren veel bij de oudere Kalou. Ze bleven er soms slapen.

Natuurlijk, ze waren in Europa voor het voetbal. Maar vooral om geld te verdienen. Voor zichzelf en de familie. Ik ging met Kalou mee naar het grenswisselkantoor om hem te helpen met het overmaken van geld: 1.500 gulden naar zijn vader in Ivoorkust, 400 voor zijn nichtje in Parijs.

Het tafereel ontroerde me destijds, maar misschien was ik naïef.

Kargbo won in 2008 de Football for Peace Award. Hij geeft geld aan goede doelen; een huis voor oorlogswezen in het zo zwaar getroffen Sierra Leone. Zwart geld aannemen van matchfixers en ondertussen weldoener zijn voor je geboorteland.

Er zitten twee Kargbo’s in één lichaam.

Het voetbal is doordrenkt van commercie en financieel gewin. Sommige spelers kijken liever naar hun bankrekening dan het rijke archief van hun club. Daar weten matchfixers wel raad mee.

Ik zie de jonge Ibrahim op de bank zitten, Afrikaanse ‘yam’ dopend in een sausje. En maar lachen om dat rare konijn.

Kargbo is schuldige en slachtoffer tegelijk.