Geëngageerd sociaal drama maakt het de kijker niet makkelijk

Toneelschrijfster Dea Loher (50) maakt een droomcarrière. Hoe een boswachtersdochter zich ontwikkelde tot auteur van een complex, associatief oeuvre.

Verdoolden, verweesden, nachtclubdanseressen, mensen aan de rand van de samenleving, asielzoekers: zulke personages bevolken het toneeloeuvre van de Duitse schrijfster Dea Loher (Duitsland, 1964). In haar geboorteland beleefde ze, na een moeizaam begin, een droomcarrière. Het vooraanstaande toneeltijdschrift Theater Heute verkoos haar stuk Het laatste vuur (2008) als beste theatertekst van het jaar. De toekomst in de toneelwereld kan niet meer stuk voor wie dat overkomt. Zij weet als geen ander poëzie en drama met elkaar te verbinden.

Loher is de dochter van een boswachter in Zuid-Duitsland. Daar, in Beieren, leefde ze in isolement en begon ze te schrijven. Ze studeerde filosofie en literatuur in München. In het begin van de jaren negentig vertrok ze naar Berlijn, waar ze cursussen toneelschrijven volgde bij Heiner Müller (1929-1995), de godfather van het moderne Duitse theater. Zijn invloed is duidelijk merkbaar in Lohers vroege werk. Hetzelfde complexe en associatieve, soms ontoegankelijke taalgebruik, maar altijd intrigerend. Loher noemt het ontbreken van een vaste dramatische lijn „mozaïektoneel”. Voor acteurs is het vaak lastig hier personages van vlees en bloed van te maken, zoals actrice Fania Sorel eens zei: „Met beproefde middelen als inleving en psychologisch realisme kan ik haar personages niet benaderen.” Soms is haar toneelwerk als een gedicht.

Lohers vaste, toegewijde Nederlandse regisseur is Alize Zandwijk van het Rotterdamse gezelschap Ro Theater. Zij ziet Lohers personages als „vergeten mensen in vergeten straten”. Voor Loher komen ze uit een „gebrokenflessenwijk”. Ze bevinden zich in de rauwe marge van de samenleving, een plek die ook Zandwijk fascineert.

Schrijfster en regisseur zijn artistiek nauw verwant. Het is aan de inzet van Zandwijk te danken dat Lohers toneelstukken bekendheid in ons land genieten. Toen Zandwijk tijdens een gastregie in het Thalia Theater in Hamburg het stuk Unschuld (Onschuld, 2007) zag van Loher, was ze meteen verkocht: vrijwel onmiddellijk bracht ze het stuk bij haar eigen gezelschap. Het werd een voorbeeldige voorstelling, mede dankzij de rol van Fania Sorel als Rosa. Zij vertolkt een jonge vrouw die, uit gebrek aan liefde en aandacht, ijzig koud water in loopt. Twee asielzoekers staren haar na, maar doen niks uit angst dat ze in contact komen met de politie. Ze zijn feitelijk onschuldig, maar de schuldvraag achtervolgt hen.

Zo’n sterke verwantschap tussen schrijver en regisseur is kracht en zwakte tegelijk. Soms moet de regie juist tegen de toon en stijl van een stuk ingaan: rauwheid van tekst aanvullen met navenante rauwheid van regie kan een voorstelling doen sneuvelen.

In de expressionistische beeldtaal van Zandwijk is geen plek voor esthetiek. Haar werk ligt dicht bij wat men in het Duitse theater schmutzig noemt, niet in de betekenis van ‘vuil’ maar eerder morsig, ruw. Het mag nooit mooi zijn, zo gepolijst, dat je je eraan vergaapt. In dit opzicht is Zandwijk een regisseur die het credo van Bertolt Brecht krachtig gestalte geeft: „Kijk niet zo romantisch naar theater.”

Zandwijk en Loher delen de ambitie om via toneel toeschouwers bewust te maken van sociale en economische misstanden. In Dieven (2011) toont ze dat nadrukkelijk door de personages in kartonnen dozen te herbergen.

Loher kan zich theater „zonder politieke kern” niet voorstellen. Een mooi en nobel ideaal, maar het werkt niet altijd. Het stuk Klara’s affaires (Klara’s Verhältnisse, 2000) is een sociaal drama over een jonge vrouw die uit vereenzaming zelfmoord pleegt. Toneelgroep Maastricht voerde het uit. Wie dit vergelijkt met Groot en klein (1978) van Botho Strauss, een van de beroemdste stukken van het naoorlogse Duitse repertoire, kan het niet ontgaan dat Loher zich verzet tegen een theaterwet als herkenning. Klara leeft ver van ons, Lotte uit Groot en klein is als een van ons.

Mozaïektoneel over dolende personages kan ook de toeschouwers makkelijk doen dolen. Meer adem en openheid, juist in de regie, doen Lohers soms te poëtische werk goed.