Eén doffe knal. En alles was anders

Zondagochtend om 00:29 was de Nederlander Ang Kiem Soei in Indonesische ogen als drugsbaron een levend gevaar voor het land. Om 00:31 niet meer.

In de haven van Cilacap werd het ‘protocol executie’ in stevig tempo afgewerkt. Politiemannen bewaakten de poort nog strenger dan ze altijd al doen. Foto AFP
In de haven van Cilacap werd het ‘protocol executie’ in stevig tempo afgewerkt. Politiemannen bewaakten de poort nog strenger dan ze altijd al doen. Foto AFP

Om dertig minuten na middernacht klonk één doffe knal in de haven van Cilacap. Er was niets te zien. Nog steeds wierp alleen een zoeklicht vanaf Nusa Kambangan een dunne streep licht als een kaars over de nauwe waterweg die het gevangeniseiland van Java scheidt. Nog steeds waren de steile heuvels net iets dieper zwart dan de regenlucht. Nog steeds floot een vogeltje en babbelden toeschouwers, alsof er niets gebeurd was.

Het was allemaal bedrog. De ene knal was in werkelijk een gelijktijdig salvo van vijf vuurpelotons van twaalf schutters in een veld. En in die ene seconde doodden zij Namaona Denis (48) uit Malawi, Daniel Enemuo uit Nigeria (38), Rani Andriani (38) uit Indonesië Marco Cardoso (53) uit Brazilië en de 62-jarige Ang Kiem Soei uit Nederland. In een andere gevangenis elders op Java werd de Vietnamese Tran Thi Bich Hanh (37) gefusilleerd. Opeens was alles anders.

Plots was een strijd verloren

Angs vier kinderen en vrouw – aanwezig op het eiland – verloren hun vader en man. Advocaten, diplomaten van buitenlandse zaken, koning Willem-Alexander, premier Mark Rutte en minister Bert Koenders verloren definitief een strijd, waar ze zich jarenlang voor hadden ingezet, tegen de voltrekking van deze doodstraf. En Indonesië was plots verlost, volgens de rechters die hem veroordeelden in een omstreden vonnis, van een raja narkoba oftewel drugskoning die twee van de grootste xtc-fabrieken van Azië bestierden en met drugs – in de woorden van president Joko Widodo - „de toekomt van Indonesië ruïneerden”.

Niets zou de executie in de weg staan. Een laatste onderhoud – circa negen uur voor de voltrekking – van de Nederlandse ambassade met de Indonesische vicepresident Jusuf Kalla – gezien als een van de machtigste en politiek handigste mensen van het land – bleek vruchteloos, net als alle eerdere gepoogde en gepleegde telefoontjes van premier Rutte en koning Willem-Alexander aan president Joko.

In de haven van Cilacap werd het ‘protocol executie’ in stevig tempo afgewerkt. Politiemannen bewaakten de poort nog strenger dan ze altijd al doen, mitrailleurs over hun schouder. Sommigen paradeerden zo zelfverzekerd en langzaam langs de televisiecamera’s dat ze trots leken een radertje te zijn in het geheel dat moest leiden tot de executies.

Na de politiemannen kwamen de vijf ambulances, de leden van de vuurpelotons, de identificatieteams en de geestelijken die in de laatste uren bijstand verleenden. Politiecadetten brachten eindeloze hoeveelheden piepschuim bakjes nasi goreng naar binnen voor de manschappen op het gevangeniseiland.

Familie mochten overdag afscheid nemen. Een dochter van Ang arriveerde pas in de loop van de middag in Cilacap, een afgelegen Javaans stadje op vijf uur rijden van een internationaal vliegveld. Na zonsondergang moest het eiland ‘schoon' zijn. Behalve de gedetineerden die altijd op het eiland – ooit ingericht als gevangeniseiland door de Nederlandse kolonisator – vastzitten, moest iedereen die niet met de executie te maken had er af zijn.

Een kwartier voor middernacht klinkt zacht geroffel vanaf het eiland. Oefenschoten, vermoedt een buurtbewoner in de haven. De inwoners van Cilacap weten hoe een executie gaat, of ze doen tenminste alsof.

Niet zo simpel en klinisch als het lijkt

Drie kwartier later wordt er zeker met scherp geschoten. Indonesië doet alsof de kogels niet meer zijn dan een praktische oplossing voor een probleem. Om 00:29 was Ang Kiem Soei in Indonesische ogen als drugsbaron een levend gevaar voor het land en om 00:31 niet meer. Simpel.

Maar zo simpel en klinisch is het allerminst. Anders waren de teams van de forensische identificatiedienst niet drie uur bezig om de lijken van de vijf geëxecuteerden ‘presentabel’ te maken, terwijl de familie zat te wachten. Zelfs na de executie versperden zwaar bewapende Indonesische paramilitairen een Nederlandse delegatie de weg op het gevangeniseiland naar de executieplek, waardoor het uren duurde voordat Nederland officieel kon vaststellen dat Ang was doodgeschoten. Zo kon het gebeuren dat de wereld al wist dat een Nederlander geëxecuteerd was, maar dat de Nederlandse regering de afkeer, woede en maatregelen ruim drie uur niet kon uitspreken.

Wie nog twijfelt hoe gruwelijk het is, had gisteren een blik moeten werpen in de stoet ambulances die om kwart voor vier ’s ochtends aankwamen in het haventje van Cilacap op een schip van het Indonesische ministerie van Justitie en Mensenrechten. Huilende en krijsende familieleden begeleidden de lichamen naar het crematorium. In ambulance ‘B’ lag het lijk van Ang Kiem Soei. Toen de ambulance aankwam bij het crematorium was de zon al op. De eerste dag na Ang Kiem Soei zijn dood was aangebroken. Het regende.