De vertrapte Palestijnen verdienen onze steun

Het conflict tussen Israël en Palestina sleept voort. Oud-premier Dries van Agt (83) legt zich niet neer bij deze impasse. Onvermoeibaar strijdt hij voor een Palestijnse staat.

Illustratie Enkeling
Illustratie Enkeling

Bij leven en welzijn zult u over enkele weken beginnen aan uw 85-ste levensjaar. Naarmate uw leeftijd vordert, wordt u kritischer op Israël. Wanneer dacht u voor het eerst dat Israëls politiek niet deugt?

„In 1982 ben ik, behalve minister-president, ook een half jaar minister van Buitenlandse Zaken geweest. In die tijd werd ik onverhoeds geconfronteerd met de bloedbaden in Sabra en Shatila, twee Palestijnse vluchtelingenkampen nabij de Libanese hoofdstad Beiroet. Het Israëlische leger ondernam toen een invasie in Libanon. Na een afspraak met Libanese strijders, falangisten, heeft dat leger die kampen hermetisch afgesloten en hen zo in staat gesteld daar honderden vluchtelingen te vermoorden. Aan die slachtpartij heeft het Israëlische leger zich dus medeplichtig gemaakt.

„Toen schokkende berichten hierover ook Nederland bereikten, werd ik in ons parlement ter verantwoording geroepen. Tot dan toe was ik een trouwe supporter geweest van het doen en laten van Israël. Door Sabra en Shatila liep mijn vertrouwen in Israël een fikse knauw op. Ik kon het niet opbrengen Israëls medeplichtigheid te verhullen of goed te praten.”

Toch hebt u nadien zo’n twintig jaar niet meer over de kwestie-Israël/Palestina gerept. Waarom zolang gezwegen?

„Na mijn vertrek uit de nationale arena verloor ik de kwestie vrijwel uit het oog. Ik werd Commissaris der Koningin. Nadien ambassadeur voor de Europese Gemeenschap in Japan en de Verenigde Staten. Pas na mijn repatriatie, kort voor de eeuwwisseling, begon ik voor het eerst reizen te maken naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden. De ellende en de nood die ik in die gebieden aantrof, hebben mij de schellen van de ogen doen vallen. Mijn ervaringen en inzichten heb ik gebundeld in een boek, Een schreeuw om recht, dat ik in september 2009 gepubliceerd heb. Drie maanden later lanceerde ik met geestverwanten uit politiek en rechtswetenschap The Rights Forum, een stichting die zich inzet voor een rechtvaardig Israël-Palestinabeleid.”

Hoe zou dat beleid eruit moeten zien?

„De hoofdoorzaak voor het voortduren van het conflict is Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden. Die duurt al meer dan 47 jaar. Nu bijna een halve eeuw militaire repressie, verergerd door agressieve en grootschalige kolonisatie van Palestijns land. Die bezetting heeft alleen zo lang kunnen duren doordat zij door het Westen gedoogd wordt.

„Wij willen dat Europa, aangemoedigd door Nederland, Israël noodzaakt de bezetting te beëindigen. Dat gaat Israël niet uit eigen beweging doen. Amerika zal Israël er niet toe dwingen. Dus moet Europa de bezetting zó duur maken dat Israël voor vrede kiest. Alleen zo kan de twee-statenoplossing, die Europa zo vurig wenst, nog gered en gerealiseerd worden.

„Al zo’n twintig jaar is het zogeheten ‘vredesproces’ aan de gang: vredesonderhandelingen, op en af. Dit proces heeft Israël als dekmantel gediend voor voortgaande bezetting en kolonisatie. Het is hoog tijd voor een afwikkeling op basis van het internationaal recht, desnoods afgedwongen of opgelegd. Hiertoe zou Europa de leiding moeten nemen. Nederland, dat zich graag de Internationale Hoofdstad van het Recht noemt, moet behoren tot de landen die deze taak ter hand nemen. Zo nodig moet de EU hiervoor pressiemiddelen inzetten. Die staan de Unie ter beschikking.”

De Palestijnen zijn onderling verdeeld. Is dat geen lelijke complicatie?

„Dat is het zeker. Maar die verdeeldheid komt niet uit de lucht vallen. In 2006 heeft de Palestijnse Hamas-beweging vrije en democratische parlementsverkiezingen gewonnen die de Palestijnen op aandrang van het Westen hadden gehouden. Onder druk van Israël hebben Amerika en Europa de uitslag niet erkend en de verdeeldheid tussen Hamas en de Fatah-partij van president Abbas aangewakkerd. Hamas werd geïsoleerd, Fatah bewapend.

„Zonder Palestijnse verzoening kán het Israëlisch-Palestijnse conflict niet opgelost worden. Het verzoeningsproces kan alleen slagen als Europa dat proces serieus gaat ondersteunen en ook met Hamas in overleg treedt.

„Europa moet ook een eind maken aan de wurgende blokkade die Israël sinds 2007 aan de hele Gazastrook oplegt om Hamas te straffen. Naar internationaal recht is die blokkade een misdaad. De EU heeft er menigmaal tegen geprotesteerd, maar voortdurend gefaald daar consequenties aan te verbinden.”

Hamas is een terroristische organisatie. Is dat geen obstakel voor het oplossen van het conflict?

„Het zijn Israël en Amerika geweest die Hamas als terroristisch bestempeld hebben en de Europeanen zijn in dat spoor gevolgd. De diskwalificatie ‘terroristisch’ komt niet van de VN.

„Hamas heeft jaren achtereen, behalve tijdens bestandsperioden, raketten vanuit Gaza afgeschoten op Israël. Dat zijn geen precisiewapens die afgesteld kunnen worden op een bepaald militair doel. Om die reden is het lanceren ervan onrechtmatig. Gelukkig hebben raketten uit Gaza weinig schade toegebracht in Israël en nauwelijks slachtoffers gemaakt. Niettemin is dit optreden van Hamas wederrechtelijk en dus verfoeilijk. Hamas moet die aanvallen staken.

„Maar eisen we zoiets ook van Israël? Wist u dat Israël sinds het jaar 2000 zes maal zoveel Palestijnse burgers heeft gedood als Palestijnen Israëlische burgers hebben gedood? Dat het Israëlische leger in de afgelopen 14 jaar gemiddeld twee Palestijnse kinderen per week heeft gedood? Dat Israël in die periode duizenden Palestijnse huizen heeft vernield? Zou dat niet bestempeld moeten worden als staatsterrorisme?”

U noemt het conflict vaak scheef, ‘asymmetrisch’. Waarom legt u daar zoveel nadruk op?

„Dat het zou gaan om een conflict tussen gelijke partijen, is wellicht het grootste misverstand. De positie van Israël is, vergeleken met die van de Palestijnen, als die van een reus tegenover een dreumes. Ik noemde al het enorme verschil in aantallen slachtoffers. Zo is er ook de militaire ongelijkheid. Israël heeft een van de sterkste legers ter wereld en beschikt over een formidabele luchtmacht. De Palestijnen hebben geen vliegtuigen, gevechtshelikopters of drones. Tanks of kanonnen hebben ze trouwens ook niet en maritiem oorlogstuig evenmin.

„De economische en financiële ongelijkheid zou niet groter kunnen zijn. Israël is een rijk land. Het heeft een welvarende economie en krijgt jaarlijks miljardensteun uit Amerika. De Palestijnen zijn verpauperd en volledig afhankelijk van humanitaire hulp.

„Voorts is er de politieke protectie die de supermacht Amerika aan Israël geeft. Amerika neutraliseert al decennia, met zijn vetorecht, de VN-Veiligheidsraad, opdat er geen resoluties worden aangenomen die Israël in het nauw zouden kunnen brengen. En het heeft Europa ervan weerhouden een politieke rol in het vredesproces te spelen en de druk op Israël op te voeren.

„Op eigen kracht hebben de vertrapte Palestijnen geen schijn van kans. Daarom moet de internationale gemeenschap ingrijpen en een oplossing forceren, op basis van het internationaal recht.”

Is er nog wel reden tot optimisme?

„Gelukkig wel. In Europa is het tij aan het keren. De strijd voor de rechten van de Palestijnen kan op steeds bredere steun rekenen. Allerlei parlementen hebben hun regeringen opgeroepen Palestina officieel te erkennen. Zweden heeft dat al gedaan. Frankrijk probeert de VN-Veiligheidsraad te mobiliseren.

„Ook in Nederland zien we beweging. Recente opiniepeilingen wijzen uit dat de kiezers van bijna alle politieke partijen in meerderheid voorstander zijn van erkenning van Palestina.

„De coalitiepartijen VVD en PvdA zijn hierover verdeeld. De PvdA steunt erkenning, de VVD niet. Die partij blijft Israël onvoorwaardelijk steunen. Daardoor komt het kabinet maar moeilijk in beweging. Er moet dus meer maatschappelijke druk komen, vooral op de VVD. Nederland moet eindelijk een rechtvaardig Israël-Palestinabeleid gaan voeren. Laat het voor ons allen een goed voornemen zijn dat in 2015 te bevorderen.”