Broze relatie Indonesië onder druk

De ambassadeur wordt teruggeroepen uit Jakarta. Kamerleden van de oppositie vinden dat niet genoeg.

Het ging juist even goed, maar de executie van de Nederlander Ang Kiem Soei stelt de altijd al broze relatie met Indonesië op de proef. In felle bewoordingen reageerde minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) zaterdag op de tenuitvoerlegging van het vonnis. „Het is een wrede en onmenselijke straf, die staat voor een onacceptabele ontkenning van menselijke waardigheid en integriteit”, aldus Koenders nog dezelfde avond in een brief aan de Tweede Kamer.

Nederland riep de pas aangetreden ambassadeur Rob Swartbol „tijdelijk” terug voor consultaties. Tegelijkertijd ontbood Koenders gistermiddag de zaakgelastigde van Indonesië in Den Haag voor „tekst en uitleg”. Het is de niet ongebruikelijke eerste stap op de diplomatieke escalatieladder. Brazilië ondernam dezelfde actie, want ook een Braziliaans staatsburger stond zondagnacht lokale tijd voor het vuurpeloton.

Maar hoe nu verder? Een extra ingewikkelde vraag omdat nog een Nederlander wegens een drugsdelict in de Indonesische dodencel zit. Bart Stapert, advocaat van Ang Kiem Soei en Siegfried Mets (de andere Nederlander) zegt: „Ik kan me goed voorstellen dat Nederland zeer boos is over de gang van zaken en ik verwacht dat dit hoog kan oplopen. Tegelijkertijd kan je de tafel niet doormidden slaan, uiteindelijk moeten we weer met Indonesië kunnen praten.”

Koenders schrijft aan de Kamer dat na de executie „niet zomaar kan worden overgegaan tot de orde van de dag”. Maar wat verder moet gebeuren blijft nog onuitgesproken. Ook coalitiepartijen VVD en PvdA houden zich op de vlakte. Dit in tegenstelling tot SP en ChristenUnie. Zij vinden dat de executie van Ang gevolgen moet hebben voor de handelsrelaties. ChristenUnie-leider Arie Slob zei vanmorgen op Radio 1 dat de mogelijkheid van sancties moet worden bekeken. Er komt deze week waarschijnlijk een Kamerdebat.

In elk geval staan ex-kolonisator en ex-gekoloniseerde weer tegenover elkaar. En dat terwijl de relaties tussen Nederland en Indonesië na het bezoek van minister-president Rutte eind 2013 eindelijk weer enigszins waren genormaliseerd. Het kostte Nederlandse diplomaten vóór dat bezoek veel moeite de onmin weg te nemen die in Indonesië ontstond toen de Tweede Kamer zich in 2012 tegen de verkoop van afgedankte Leopard-tanks keerde, uit angst dat de wapens gebruikt zouden worden om mensenrechten te schenden. Die ruzie kwam boven op een afgelast staatsbezoek van toenmalig president Yudhoyono in 2010. Een dag voor vertrek weigerde hij af te reizen omdat Molukkers in Nederland een rechtszaak hadden aangespannen om hem te laten arresteren. Zo’n bemoeizuchtig land wenste Yudhoyono niet te bezoeken.

Ook nu wordt in Indonesië kribbig gereageerd op wat gezien wordt als inmenging. „De doodstraf voltrekken is ons recht als soeverein en onafhankelijk land”, zei Tantowi Yahya, een politicus van Golkar, de partij die normaliter fel oppositie voert tegen president Joko Widodo.

Welke verdere stappen Nederland onderneemt is volgens een woordvoerder van Buitenlandse Zaken onderdeel van het beraad met de teruggeroepen ambassadeur. Ook zou de terechtstelling vandaag worden besproken op een bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken. Verder wil Nederland vervolgacties zo veel mogelijk afstemmen met in elk geval Brazilië. Indonesië verwacht dat de ruzie snel overwaait. „Wij zien Nederland en Brazilië als goede vrienden en wij zijn vastberaden goede betrekkingen te onderhouden’’, zegt een woordvoerder van Buitenlandse Zaken in Jakarta.

Wat het nog ingewikkelder maakt is dat Nederland een bijzondere relatie met Indonesië claimt. Zo althans stelde premier Rutte het eind 2013 tijdens zijn bezoek aan het land waar zijn moeder voor de oorlog opgroeide. Volgens hem hebben Nederland en Indonesië vanuit de historische context „een speciale betekenis” voor elkaar.

Het betekent in elk geval dat men elkaar niet voor verrassingen plaatst. Vandaar de irritatie dat Nederland eind december tegen de afspraken niet vooraf een waarschuwing kreeg over de afwijzing door Jakarta van het gratieverzoek van Ang. Dat het na de executie lang duurde voordat Nederlandse diplomaten toegang hadden tot het lichaam van Ang om officieel zijn dood vast te stellen wekte ook grote irritatie. Zo kon Nederland niet meteen reageren terwijl de executies via media al wereldkundig waren gemaakt.

In een dergelijke relatie is het extra moeilijk als de smeekbedes bij president Widodo van én de premier én de koning tevergeefs blijken. Dat vraagt haast om een krachtig protest. Maar hoe sterker dat protest hoe kleiner de kans voor de andere veroordeelde Nederlander.