Brieven

Een gegijzelde is gijzelaar

Na de opwinding over ‘Parijs’ een taalkundige kwestie. Waarom spreken wij over een gegijzelde als een gijzelaar? Alle woorden met -aar die een persoon aanduiden zijn handelend: tekenaar, scharrelaar, redenaar, makelaar, handelaar, bedelaar, swaffelaar. We noemen deze personen geen handelnemer, scharrelnemer, swaffelnemer.

Dat een gegijzelde gijzelaar wordt genoemd, heeft te maken met de oorspronkelijke betekenis van het woord gijzelaar: iemand die met zijn persoon borg staat voor het vervullen van bepaalde voorwaarden. Geen slachtoffer dus, maar een handelend persoon.

Daar komt bij dat het woord gijzelnemer equivalenten heeft in het Engels, Duits en Frans: hostage taker, Geiselnehmer, preneur d’otages.

Ik merkte bij sommige Nederlandse verslaggevers aarzeling op toen ze over gegijzelden als gijzelaars moesten spreken. Nu de betekenis van het woord gijzelaar minder vaak voorkomt en we juist vaker te maken hebben met terroristen die personen gijzelen, zou gijzelaar beter passen in het rijtje handelaar, scharrelaar, bemiddelaar, enzovoort. Mijn naam is overigens toeval.

Kunst

Rijksmuseum doet het ook

Raymond van den Boogaard (NRC, 14 jan.) beschrijft de commotie naar aanleiding van een aantal schilderijen van Jan van Anrooy in het gemeentehuis van Geldermalsen. NSB’er van Anrooy speelde in de oorlog een rol bij de zuivering van het kunstleven van on-Arische schilders. Daarom vind men dat zijn werk niet in een gemeentehuis mag hangen. Het Rijksmuseum denkt daar anders over. Dat heeft het schilderij De nieuwe mensch van Henri van de Velde aangekocht. Van de Velde was een vooraanstaand NSB’er: het schilderij hing in de kamer van Mussert. Na de oorlog was zijn werk uit de gratie. Dat is blijkbaar veranderd. In dit licht valt er niets aan te merken op de gemeente Geldermalsen.

Johan Smit