Wij zijn alleen voor het vrije woord dat ons bevalt

Je bent pas voor vrijheid als je voor de vrijheid van de Ander bent. Maar dat besef dringt niet door, merkt Zihni Özdil.

In 2006 publiceerde de Nederlandse tak van de Arabisch Europese Liga (AEL) een antisemitische cartoon. In 2012 oordeelde de Hoge Raad dat deze „een beledigend karakter” had en dat de opgevoerde reden, het aan de kaak stellen van de dubbele moraal over de vrijheid van meningsuiting, niet duidelijk genoeg was. De AEL werd veroordeeld tot een boete van 2500 euro.

In 2008 werd cartoonist Gregorius Nekschot gearresteerd vanwege zijn islamofobe en racistische cartoons. De arrestatie volgde op een onderzoek naar Nekschot, nadat de moslimfundamentalist Abdul-Jabbar van de Ven een aangiftecampagne tegen hem was begonnen. In 2010 seponeerde het Openbaar Ministerie de zaak.

In 2014 werd een racistische blogger veroordeeld tot een voorwaardelijke boete van 500 euro wegens „het, anders dan ten behoeve van een zakelijke berichtgeving, openbaar maken van een uitlating die, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras beledigend is”.

Dit zijn slechts voorbeelden. Wie de jurisprudentie bestudeert, ziet dat Nederland drie fundamentele en urgente problemen heeft als het gaat om de vrijheid van meningsuiting.

Ten eerste kent Nederland een veel te nauwe juridische begrenzing van de vrijheid van meningsuiting. In een vrij land zou – behoudens smaad, laster en oproep tot geweld – elke mening, hoe abject ook, niet strafbaar moeten zijn. Maar in Nederland kun je ook voor ‘eenvoudige belediging’ worden vervolgd, met een maximumstraf van drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van 3900 euro. Strafverzwarende omstandigheden zijn ‘belediging van de koning, een bevriend staatshoofd of een ambtenaar in functie’.

Zelfs ‘poging tot belediging’ is strafbaar in Nederland. Daarom durf ik in dit stuk niet te schrijven dat ik vind dat het koningshuis gefucked mag worden. Ik wil namelijk niet opgepakt worden, zoals de Iraaks-Nederlandse activist die onlangs „fuck het koningshuis” scandeerde. Dus voor alle duidelijkheid: fuck het koningshuis niet.

Het tweede probleem vloeit voort uit het eerste. Die juridische beknotting van de vrije meningsuiting wordt niet consequent toegepast door de rechter. De mensen die daadwerkelijk worden gestraft, komen voornamelijk uit de lagere klassen of zijn ‘allochtoon’. Met andere woorden, het lijkt erop dat onze wetten tegen belediging een elitaire muilkorf zijn tegen die segmenten van de samenleving wier ‘beledigingen’ we niet willen horen. Kortom, het plebs moet vooral zijn plek kennen en niet te mondig worden.

Ten derde is er een breder cultureel mankement in Nederland, namelijk dat vrijwel het hele politieke spectrum het erover eens is dat deze anti-liberale wetten in stand moeten worden gehouden, zij het alleen in hun voordeel. De hypocrisie regeert aldus. Zo is Geert Wilders de zelfbenoemde kampioen van het vrije woord, maar wil hij tegelijkertijd de koran bij wet verbieden. Deze fenomenale tegenstrijdigheid is niettemin irrelevant voor zijn achterban.

Zogenaamd ‘progressief’ Nederland wringt zich nog altijd in allerlei bochten om gebedshuizen, internaten en sprekers die antisemitische en fundamentalistische ideeën verspreiden te faciliteren onder het mom van vrijheid en ‘multiculturalisme’. Maar tegelijkertijd was het vooral ‘progressief’ Nederland dat aangifte deed tegen Wilders vanwege zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak.

In wezen zijn we in Nederland, van links tot rechts, angstige calvinisten. We zijn vóór het vrije woord, zoals we na de Charlie Hebdo-aanslag andermaal hebben geclaimd, maar enkel voor de vrijheid van het woord dat ons bevalt. En dat is extra wrang, juist omdat Charlie Hebdo consequent was. Van joden tot moslims, van links tot rechts: iedereen werd beledigd door Charlie Hebdo. Terwijl het Nederlandse pleidooi na de moord op Theo van Gogh voor het ‘recht om te beledigen’ niets meer was dan de mogelijkheid om vooral moslims een trap te geven. Dat is hoogst hypocriet. Zo zou juist Wilders tegen een verbod op de koran moeten zijn.

Want in werkelijkheid ben je pas voor vrijheid als je vóór de vrijheid van de Ander bent, en vóór de vrije uiting van meningen die je abject vindt. Deze elementaire vanzelfsprekendheid wil maar niet doordringen in Nederland. In plaats daarvan heerst de calvinistische reflex. Dat wanneer je mensen met zogenaamde abjecte ideeën juridisch vervolgd, deze ideeën vanzelf uit de maatschappij zullen verdwijnen.

Adolf Hitler, Jean-Marie Le Pen en Tayyip Erdogan zijn de bekendste voorbeelden van mensen die ooit tevergeefs juridisch zijn gestraft voor hun ideeën. De geschiedenis bewijst dat je antisemitisme, racisme of islamofobie niet kunt bestrijden via de gedachtenpolitie van de staat. Het tegendeel is waar. Een ware democratie is er een waarin een botsing der ideeën plaatsvindt, zonder tussenkomst van de rechter. Alleen zo kan er vooruitgang plaatsvinden.

Ondertussen wil minister Opstelten (Justitie, VVD) na de aanslag op Charlie Hebdo uw vrijheid verdedigen door deze versneld in te perken, onder andere via verregaande privacybeknotting. Vat u hem nog?