Wij kunnen een heel hard land zijn

Sinds 2012 heeft de Amsterdamse ambtenaar Simon Bontekoning te maken met een groep vluchtelingen die weigert weg te gaan. Het veranderde zijn denken. „Hier is niets. Waar knokken ze voor?”

De Vluchtgarage in Amsterdam-Zuidoost, waar ruim honderd asielzoekers enkele maanden hebben gebivakkeerd. Het OM laat de garage binnenkort ontruimen; hij wordt gesloopt.
De Vluchtgarage in Amsterdam-Zuidoost, waar ruim honderd asielzoekers enkele maanden hebben gebivakkeerd. Het OM laat de garage binnenkort ontruimen; hij wordt gesloopt. Foto’s ANP, NOVUM, david van dam

Op een ochtend in september 2012 ging Simon Bontekoning kijken bij de Diaconie van de Protestantse Kerk in Amsterdam. Hij had gehoord dat er een paar uitgeprocedeerde asielzoekers bivakkeerden. In de tuin van de Diaconie was een zeil gespannen waar ze onder sliepen. Vijftien, twintig mensen.

Dat was de eerste kennismaking van de Amsterdamse ambtenaar met een groep vreemdelingen die zonder papieren in de stad verbleven en zich niet verscholen. Ze lieten zich juist zien, gesteund door een handvol vrijwilligers. „Na een paar weken trokken ze naar de Notweg. Toen dachten we: het is zo achter de rug. Beetje naïef.”

Simon Bontekoning is meer dan twintig jaar als ambtenaar betrokken geweest bij het vreemdelingenbeleid van Amsterdam. Onlangs stuurde hij een brief aan de leden van de Tweede Kamer over de ervaringen en ideeën die hij in die tijd heeft opgedaan. Het is een persoonlijke brief, onderstreept hij, zoals ook dit gesprek op persoonlijke titel is. Hij is zeer ernstig ziek en kan nu niet werken.

We spreken elkaar in zijn huis in Weesp, op de bank, met de tuin in onze rug. Hij is mager in zijn gezicht, zijn witte haar is wat uitgedund, maar hij spreekt urenlang gedreven, serieus en vrolijk. Zijn vrouw geeft intussen op de bovenverdieping lichaamsgerichte therapie.

Het werk is de afgelopen tweeënhalf jaar in het teken blijven staan van die groep, die zich ‘Wij zijn hier’ ging noemen. Aan de Notweg zetten ze een tentenkamp op. Eerst twintig tenten, toen honderd en uiteindelijk meer dan honderdvijftig tenten. Toen de winter in aantocht was, waren ze landelijk nieuws. Deze mensen, zo heette het, lieten het ‘gat’ in het asielbeleid zien. De ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst geloofden hun verklaring niet en gaven dus geen verblijfsvergunning. Maar ze konden ook niet terug naar hun land van herkomst.

De gemeente bood de Notweg-mensen een maand onderdak aan toen het terrein werd ontruimd. „Ons idee was, als ze dat accepteren, zijn ze even onder de pannen, kunnen ze op adem komen. En dan zitten ze in opvanghuizen in Almere en Enschede. Kortom, dan zijn ze een beetje verspreid – je kunt moeilijk ergens zomaar honderd mensen onderbrengen. Vluchtelingenwerk kon intussen aan de hand van hun dossiers nog eens bekijken wat hun perspectief was. Het tentenkampprobleem zou daarmee hopelijk achter de rug zijn. Maar de groep was vastbesloten te blijven en zich niet te laten verspreiden.”

Zij hadden een andere bedoeling. Ze wilden het asielbeleid aanklagen.

„Precies. Maar de gemeente gáát niet over het asielbeleid. Amsterdam deelt geen verblijfsvergunninkjes uit, we hebben daar geen drukkerij voor. Het was onze oprechte intentie om deze mensen vooruit te helpen. Maar de manier waarop wij dat wilden doen, was niet hun manier.”

En nu gaan ze hun derde winter in.

„Dat is zo. Eerst denk je dat het te beheersen is. Zo hebben burgemeester Van der Laan en ik er vaak over gesproken. Zijn handelingsperspectief is helder: het mag niet zo zijn dat mensen in mijn stad verkommeren. Dan zoek je met andere overheden en instellingen naar oplossingen.”

Ze wijzen nog steeds de voorzieningen af die de gemeente aanbiedt: nachtopvang met bed, bad en brood.

„Die mensen zeggen: nu hebben we ook overdag onderdak. In de ‘Vluchtgarage’, hoe ellendig die ook is, en in een oude school in West. En ze zijn met elkaar. Dat is altijd beter dan anoniem en alleen.

„Als ik er nuchter naar kijk, denk ik: die verblijfsvergunning, ga je die nog krijgen? In enkele gevallen misschien. Maar een toekomst, werk in Nederland? Meer dan een dak- en thuislozenbestaan? Ik zie het niet gebeuren. Waar knok je dan voor?”

Kennelijk is terugkeren echt geen optie.

„Ik ken een boel van die mensen intussen – ze noemen me ‘meneer Simon’. Ik zie veel hang-ups rond terugkeer. Die hebben vooral te maken met familie. Kan ik ze onder ogen komen? Vaak zijn ze met geleend geld op pad gegaan. Vrouwen hebben vaak een geschiedenis van uitbuiting of misbruik. Mannen hebben soms dingen misdaan. Ze zijn bang dat ze met wraakzucht te maken krijgen als ze teruggaan.”

Als hun advocaten dit lezen, zullen ze zeggen: gemeente Amsterdam criminaliseert asielzoekers!

„Ik durf het te zeggen omdat ik ervan overtuigd ben dat het in veel gevallen om economische migratie gaat. Dat is ook begrijpelijk. Er waren vergelijkbare migratiebewegingen binnen Europa, Polen die werk zochten in de EU. Een fors deel lukte dat, een fors deel niet. Die zijn aan lager wal geraakt. Hun migratie had vaak te maken met familieproblemen.”

Hoe stelt u zich het leven in Afrika voor als je weet dat die mensen liever hier onder een pak dekens liggen in de Vluchtgarage dan terug te keren?

„Wat hen bij elkaar houdt, is de gedachte: het komt goed. Als God het wil. En als je al twijfelt, dan zegt je vriend: je doet mee of je laat ons in de steek. Er is groepsdruk.”

Aan de andere kant: zou de fundamentele discussie die we nu voeren over asielbeleid ook gevoerd zijn als de groep uiteengevallen was?

„Dat moet je hen en de mensen om hen heen nageven: dat hebben ze effectief gedaan. Marjan Sax en de groep van Vrouwen tegen Uitzetting, Jasper Klapwijk en de kerken. Advocaat Pim Fischer, hoogleraar Thomas Spijkerboer. Hoewel ik van mening ben dat hij die mensen valse hoop gaf door keer op keer te zeggen: je kunt niet terug, dus je krijgt wel een verblijfsvergunning. Dat vond ik ongepast voor een hoogleraar.”

Want het is niet zo?

„Ze zeggen dat ze niet kunnen aantonen waar ze vandaan komen. In een enkel geval kan dat waar zijn. Maar niet in deze mate. Dit zijn er te veel.

„Ik heb door de tijd heen veel mensen gesproken bij wie ik dacht: hoe zit het nou? Wat is waar? Vroeger was ik meer geneigd hun verhalen over waarom ze niet konden terugkeren, te vertrouwen. Ik dacht, ze zullen wel een goede reden hebben gehad om hier naartoe te komen.

„Door mijn ervaringen met deze groep kijk ik er anders naar. Ze hebben in de loop van de tijd ook met andere instanties gepraat, bijvoorbeeld met de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTV). Dan hoor je terug dat ze daar heel andere verhalen hebben verteld dan aan jou. Zo kunnen mensen heel lang in Europa verkeren, met wisselende namen, wisselende geboortedata.”

Waarom is het belangrijker dat ze terugkeren dan dat ze hier goed worden opgevangen?

„Het is alle twee belangrijk. Wie hier mag blijven, moet goed worden opgevangen. Wie ziek is, moet goed worden opgevangen en zorg krijgen. Als je kijkt hoe dat nu in Nederland gaat, kan je niet met droge ogen zeggen: we doen het goed. Wij kunnen een heel hard land zijn.

„Aan de andere kant: grote groepen migranten zetten het draagvlak bij de bevolking onder druk. Ik vind het maatschappelijk onverantwoord dat mensen die koud in Nederland zijn, heel snel kunnen doorschuiven naar een eigen huis. Mijn kinderen zijn dertig, die komen in geen tien jaar aan de beurt voor een huis.

„Mijn voorstel: vraag asielzoekers en degenen die niet mogen blijven, maar kennelijk niet terug kunnen, om wederkerigheid. Nu zitten mensen de hele dag niks te doen in de opvangcentra. Kunnen ze niet werken? Volgens mij vinden Nederlanders het niet erg als mensen hier zijn. Maar ze moeten wel meedoen. De overheid schermt hier snel met ‘aanzuigende werking’, maar het is maar zeer de vraag of dat terecht is. ”

Je ziet nu dat de meeste beweging rond uitgeprocedeerde asielzoekers bij de gemeenten zit – die er niet over gaan, maar op eigen houtje voorzieningen inrichten.

„Daarom is het belangrijk dat er op rijksniveau iets verandert. Dat we niet als gemeente-landjes allemaal wat proberen uit te vinden. Dan gaat iemand weer van crisisopvang naar crisisopvang. Dat is hartstikke duur. En zo onbeholpen.”

Zijn mensen in andere gemeenten het met u eens?

„Ik denk dat bestuurlijk Nederland hier voor 90 procent achter kan staan. Het vreemdelingenbeleid is nu een lappendeken waar allemaal instanties en bestuurders zich met stukjes en beetjes mee bezighouden. De Directie Openbare Orde en Veiligheid, waar ik werk, de GGD, DTV, IOM, IND – allemaal organisaties die over een ander onderdeel iets te zeggen hebben. Laten we dat gezamenlijk aanpakken. Politici kunnen nu niet met de handen op de buik blijven zitten.

„Dit is een van mijn voorstellen aan de Tweede Kamer, naast het advies om te investeren in opvang in de regio’s. Aan de Turkije-kant van Syrië is de opvang beroerd. Waarom kunnen we wel heel snel Patriotraketten die kant op krijgen, maar geen goeie kampen opzetten?

„De Europese Unie zou één asielbeleid moeten maken, met ruimte voor landelijke accenten. In Griekenland is de asielprocedure drie keer niks. Potverdorie, wat kost het nou om in Griekenland die procedure normaal in te richten? Organiseer je!

„Voor Nederland denk ik: laten we met al die diensten bij elkaar gaan zitten en op casusniveau de situatie van asielzoekers bespreken. Nu zet een besluit van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) automatisch vervolgbesluiten in werking. Dat leidt tot onwerkbare onwrikbaarheid.”

Onwrikbaar, dat is wel het woord dat vaak valt in verband met het asielbeleid en staatssecretaris Teeven. Hij gaat in beroep tegen de gemeentelijke opvang.

„De staatssecretaris is geen onwrikbare man. De sleutel om Teeven te doen bewegen is: wat kan behulpzaam zijn bij het laten terugkeren van meer mensen dan nu? Ik heb hem leren kennen als een heel praktische man. ‘Wat werkt, dat werkt.’

„We hebben de hele Kerstvakantie van 2013 gesleuteld aan het idee voor een experiment dat uiteindelijk werd verwezenlijkt in de voormalige gevangenis aan de Havenstraat, de zogenoemde Vluchthaven. Het uitgangspunt was: als mensen gezond zijn, kunnen ze beter hun situatie te overzien. Wat kan nou mensen helpen de stap tot terugkeren te zetten? Werk. Minder gezichtsverlies. Daartoe moeten we ook hun mogelijkheden vergroten. Zo kwamen we op het idee van cursussen.”

Er is maar een handvol teruggekeerd.

„Een stuk of negen dacht ik. Er gaan ook wel eens mensen terug die in de Vluchtgarage verblijven. Bijna iedereen die zei: ik wil terug, is ook teruggegaan. Teeven heeft achteraf hard geoordeeld over de Vluchthaven. Een misbaksel vond hij het experiment. Dat heeft natuurlijk ook een politieke achtergrond.”

Had het geholpen als de Vluchthaven langer dan zes maanden had bestaan?

„Nee. Hier val ik ook even stil. Ik schrijf de Kamerleden een brief wat er moet veranderen en zij zouden kunnen zeggen: wie denk je wel dat je bent, Bontekoning? Het is in de Havenstraat niet gelukt, waarom zou het dan nu wel lukken?

„Ik denk: in de Havenstraat waren de tegenkrachten te groot. De asielzoekers en de vrijwilligers om hen heen hadden en hebben een ander doel. En je kunt ze ook niet helemaal ongelijk geven. Er hangt wat in de lucht hè, met die uitspraak van het Europees Comité voor de Sociale Rechten. Binnenkort maken de EU-ministers hun standpunt hierover openbaar. Het zou kunnen betekenen dat Nederland ook aan uitgeprocedeerde asielzoekers volwaardige opvang moet bieden.

„Ach, laten we eerlijk zijn, bed, bad en brood is om ervoor te zorgen dat mensen niet kwetsbaarder worden dan ze al zijn. Het is een ondergrens, het brengt ze geen stap dichter bij de toekomst.”

Wanneer bent u gestopt met werken?

„Nadat ik uitslag kreeg op 11 september. Ik heb pancreaskanker, ellendig agressief. Maar ik werk aan mijn herstel.”

Op uw blog roept u mensen op te denken ‘Simon is gezond’.

„Ik hoop dat er dingen zijn waardoor die tumor verdwijnt. Wonderen gebeuren. Ik denk wel eens, zo is het voor die vluchtelingen ook – al is het misschien niet aan mij om dat te zeggen. Zij zeggen me uit de grond van hun hart: ik weet niet meer wat ik moet doen. Dat heb ik soms ook.”