Weerbare democratie behouden

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Cover van een blad uit 1914 met de moord op uitgever Gaston Calmette door ministersvrouw Henriette Caillaux. Het betrof eencrime passionel.
Cover van een blad uit 1914 met de moord op uitgever Gaston Calmette door ministersvrouw Henriette Caillaux. Het betrof eencrime passionel.

Het begrip ‘weerbare democratie’ is verbonden met de naam van staatsrechtsgeleerde George van den Bergh (1890-1966), die in zijn nu herdrukte academische oratie van september 1936 de gronden besprak voor het verbod van antidemocratische groeperingen. Jurist Bastiaan Rijpkema plaatst in een inleiding bij Wat te doen met antidemocratische partijen? Van den Bergh in de traditie van Voltaire en James Mill, enigszins willekeurig: waarom niet Spinoza of Diderot? Maar dit maakt geen verschil voor de kern van het betoog. De weerbare democratie kan niet dulden dat zij langs democratische weg wordt vernietigd (omverwerping met geweld of aanzetten daartoe vallen buiten het bestek, dit behoort tot het strafrecht). Een partij is volgens geldend recht verboden als zij de democratie wil afschaffen, betoogt Van den Bergh. Een dergelijk besluit kan immers niet worden herroepen. Van den Bergh preciseerde tevens de verbodsgrond ‘strijd met de goede zeden’ (tegenwoordig ook:de openbare orde): partijen zijn volgens het verenigingsrecht verboden als zij zich keren tegen fundamentele beginselen, met name de godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel, stelde hij. Bovendien bepleitte hij een wet om partijen zonder interne partijdemocratie te verbieden. Wie bij deze criteria voor (on)toelaatbaarheid van partijen – respect voor godsdienstvrijheid, antidiscriminatie-beginsel en zeggenschap van partijleden – denkt aan de PVV, rekent buiten Paul Cliteur. In een nawoord gebruikt hij het pleidooi van Van den Bergh voor een weerbare democratie voor een aanval op partijen en publicisten die zich in zijn ogen laten gijzelen door islamistisch religieus terrorisme.

Eind juli 1914 werden de voorpagina’s van alle Franse kranten beheerst door het proces tegen Henriette Caillaux, de ministersvrouw die een moordaanslag pleegde op Gaston Calmette, uitgever van het conservatieve dagblad Le Figaro. Nee, geen terroristische aanslag op de vrijheid van meningsuiting, maar een crime passionel met een politieke achtergrond. De Nederlandse journalist en avonturier Ed. de Nève (1889-1961) wijdde de eerste alinea van zijn in 1935 door Querido uitgegeven Eerste Wereldoorlogroman Muziek voorop aan deze cause célèbre. Voor het overige is de herdruk van dit gedateerde boek (‘Nu eerst barsten de vrouwen in schreien uit’) nauwelijks de moeite waard. Eduard de Nève, pseudoniem van Jean Lenglet, was korte tijd getrouwd met Jean Rhys, schrijfster van onder meer het meesterwerk Wide Sargasso Sea. Háár romans en verhalen, hoe wisselend van kwaliteit ook, raken nooit gedateerd. Dat maakt ze, in tegenstelling tot het werk van De Nève, tot literatuur.

Grote literatuur is ook Een bijna volmaakte vriendschap, de eerste roman van de Oostenrijkse schrijfster Milena Michiko Flašar (1980). De 20-jarige ik-figuur, Taguchi Hiro, is een Japanse Gregor Samsa. Hij verandert weliswaar niet in een insect, maar wel in iets wat daar op lijkt: een hikikomori. Zo worden in Japan de talrijke jongeren aangeduid die zich in het ouderlijk huis in hun kamer opsluiten en het contact met hun familie tot een minimum beperken. Volgens Michiko Flašar sluiten sommigen zich vijftien jaar of langer op. In een verklarende woordenlijst schrijft ze: ‘Hoeveel hikikomori’s er zijn is niet bekend, omdat over veel van hen wordt gezwegen om stigmatisering te voorkomen. Als hoofdreden wordt de grote prestatie- en aanpassingsdruk in school en samenleving genoemd.’ Helemaal Die Verwandlung van Kafka dus. Niet voor niets studeerde de schrijfster in Wenen literatuurwetenschap en germanistiek. Eerder baarde zij opzien met de verhalenbundel Ich bin (2008) en de novelle Okaasan – Meine unbekannte Mutter (2010)

De 80-jarige filosoof Etienne Vermeersch is de bekendste atheïst van België, maar ooit was hij jezuïet. In De ketter en de kerkvorst voert hij een dialoog met de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, opgetekend door journalist Joël De Ceulnaer. Ook de bisschop, André Léonard, is filosoof. De prelaat en de ex-katholiek praten elkaars taal en respecteren elkaar. Over vrijwel alles verschillen zij van mening, van het godsbestaan tot euthanasie, van het celibaat tot overbevolking. De gedachtewisseling zal zeer herkenbaar zijn voor (ex)katholieken die meteen doorgronden waarom voor de één het verhaal over de ‘Barmhartige Samaritaan’ de favoriete bijbelpassage is, voor de ander de brief van Paulus die begint met de tekst: ‘Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?’ Voor buitenstaanders is het fascinerend te lezen hoe een meningsverschil over de oerknal verband kan houden met een andere visie op, pakweg, abortus.