We blijven zoeken naar geluk

Nicole van Kilsdonk maakte een film over twee vrouwen en een zieke man. „Kinderen zitten niet te wachten op al dat gedoe”, zegt ze bij een kop slappe thee.

Nicole van Kilsdonk, regisseur: „Ik ben pas tevreden als het lichtvoetig is én serieus. Dat je kunt gniffelen en huilen.”
Nicole van Kilsdonk, regisseur: „Ik ben pas tevreden als het lichtvoetig is én serieus. Dat je kunt gniffelen en huilen.”

Het kan regisseur Nicole van Kilsdonk niet zo veel schelen waar we gaan lunchen. Als het maar op fietsafstand is van haar huis (in Amsterdam-West) en haar afspraken later op de dag. Haar film Onder het hart ging maandag in première en draait sinds donderdag in 35 bioscopen. De eerste (lovende) recensies worden nog geschreven als ze, drijfnat van de regel en hagel onderweg, restaurant Edel binnenkomt. Vier jonge vrouwen staan op van tafel om haar te omhelzen. „De productiemeisjes van de film”, zegt ze als ze gaat zitten. Ze heeft hen sinds de opnames van Onder het hart, begin vorig jaar, nauwelijks meer gesproken. Geen tijd.

Ze bestelt een kopje slappe thee. Na drie jaar helemaal niet filmen, komen er ineens achter elkaar twee grote bioscoopfilms van haar uit. „Filmen is wachten”, zegt ze. Wachten op geld. In maart gaat haar film Ventoux in première, over een groepje wielrennende mannen. Ze bedacht het verhaal voor de film al in 2007, toen ze Zadelpijn maakte, een film over een wielrennend groepje vriendinnen. „Ik dacht: zo’n soort film moet je ook over mannen maken. Wie kent er nou niet zo’n man die op zondagochtend met z’n vrienden uit racen gaat?” Samen met journalist Bert Wagendorp schreef ze een scenario. „Maar na al die jaren wachten op groen licht, was er twijfel of het ooit nog een film zou worden.” Ventoux werd een boek. Een bestseller. „En toen kwam het geld voor de film wel.”

In Ventoux spelen acteurs als Leopold Witte, Wilfried de Jong en Kasper van Kooten en „aanstormende grootheid” Martijn Lakemeier. Een mannenfilm over mannenvriendschappen. Heel anders dan Onder het hart. Niet dat dat nou een vrouwenfilm is, maar het is wel een relationele film. Hoofdpersoon is Masha, gespeeld door Kim van Kooten. Ze is een vrijgezelle bioloog van achterin de 30. Ze ontmoet Luuk, een pas gescheiden huisarts met twee dochters. Ze krijgen een relatie. Tot zover verloopt alles ‘normaal’. Ze zien elkaar in het tuinhuis waar hij sinds zijn scheiding woont. Zijn dochters, een van 15 en een van 11, ontvangen de nieuwe vriendin precies zoals kinderen van die leeftijd dat doen: de oudste afwerend en nukkig, de jongste nieuwsgierig en verzoenend.

Hun relatie is nog maar een paar maanden oud, als Luuk ongeneeslijk ziek blijkt. Hij heeft een hersentumor. Vanaf dat moment staan de verhoudingen op scherp. Luuk kan door zijn ziekte niet meer alleen wonen en trekt daarom weer in bij zijn ex-vrouw (Lies Visschedijk). Masha, de nieuwe vriendin, is in één klap statusloos. Ze kent hem te kort om de zorg voor hem op te eisen, ze wonen nog niet eens samen. Maar tegelijkertijd is ze al zo met hem verbonden, en hij met haar, dat ze elkaar tot aan zijn sterfbed blijven ontmoeten. Bij de ex thuis. En voor alle betrokkenen is dat nogal ongemakkelijk. Ex-vrouw en nieuwe vriendin wassen de patiënt. Gezicht, oksels, bovenlijf. „Geef mij het washandje maar”, zegt Masha zodra ze toe zijn aan zijn onderlijf.

Nicole van Kilsdonk bedacht het verhaal voor de film ook alweer een paar jaar geleden. Ze was net klaar met de film Richting West. „Over een gescheiden moeder in de grote stad die zich door het leven worstelt.” Autobiografisch? Ze lacht. „Ik heb een dochter van 14. Haar vader en ik zijn uit elkaar gegaan toen ze 2 was.”

Ze leerde een nieuwe man kennen, vader van twee kinderen. „We hadden nog maar net iets, toen hij voor zijn werk naar Colombia moest. Ik weet nog heel goed dat ik terugreed van Schiphol en dacht: Wat nou als hem iets overkomt? Wie gaat mij dan bellen? Hij was nog niet officieel gescheiden, woonde al wel een tijd apart van zijn vrouw. Maar ik had nog geen historie met hem. Zijn vrienden, zijn familie, zijn kinderen, niemand kende mij nog. Ik had nog geen duidelijke status in zijn leven.” Haar volgende film moest gaan over de ‘ongewilde statusloosheid’ van een nieuwe liefde.

Peer Wittenbols schreef het scenario. „We hebben eerst eindeloos zitten praten. We kenden zoveel mensen van 35 plus die in de war zijn over relaties.” Scheiden, nieuwe partners, elkaars kinderen opvoeden, omgangsregelingen, samen nog een kind erbij. „Zeker vrouwen kunnen heel dwingend zijn. Ze willen snel samenwonen, eisen hun rol op.”

Deed zij dat ook? „Ik weet hoe overrompelend de eerste maanden van een nieuwe verliefdheid kunnen zijn. Ik ben gepokt en gemazeld, heb het nodige meegemaakt. En ben terughoudender geworden. Voorzichtiger. Ik heb geleerd zelfstandig te zijn. Daar moet je ook niet in doorslaan, dat je helemaal niemand meer toelaat in je leven. Ik woon niet samen, omdat ik denk dat dat voor iedereen beter is. Zeker als er kinderen bij betrokken zijn.”

Onder het hart zal zeker stof opleveren voor discussie. Juist omdat de personages zo gelaagd zijn, zo.. menselijk. „Alle karakters in de film hebben de beste intenties.” Dat maakt het lastig partij te kiezen. De ex-vrouw is geen jaloers kreng, integendeel ze laat de nieuwe vrouw toe in haar huis. Masha is niet opdringerig of juist zielig. Luuk is geen klootzak.

Puberdochter

Met wie de kijker sympathiseert, hangt waarschijnlijk af van de positie in het eigen bestaan (getrouwd, gescheiden, verliefd). Maar kijk ook even door de ogen van de puberdochter. Haar doodzieke vader ligt in de woonkamer, naast hem ligt de nieuwe vrouw die ze het liefst zou dood kijken. Hoor haar cynisch commentaar leveren op de schutterende volwassenen. Verwoordt zij niet wat veel kinderen denken?

Nicole van Kilsdonk aarzelt. „Kinderen zitten niet te wachten op al dat gedoe.” En: „Onze ouders kunnen zich niet eens voorstellen dat de ouders van nu zo met elkaar omgaan.” Haar ouders zijn nog altijd samen. Haar vader was rector op een middelbare school, haar moeder was remedial teacher en is dat, op haar 79ste, nog. Vier kinderen, Nicole is de derde. „Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik ze ooit ruzie heb horen maken. Ze zullen het vast weleens gehad hebben. Maar als kind interesseerde dat je niet. Mijn ouders cijferden zich meer weg. Ouders van nu laten misschien meer zien. Ze verbergen hun stress, woede, verdriet minder voor hun kinderen.” Ze is even stil. „Ik wel tenminste.”

Als er geen kinderen zijn, zegt ze, dan verloopt een nieuwe liefde totaal anders. „De kinderen zijn bepalend bij welke keuzes er gemaakt worden. Luuk gaat terug naar zijn ex om de kinderen.” De naderende dood is een reden om voor de kinderen te kiezen, zeg ik. Maar de kinderen waren geen reden om niet te scheiden. Ze knikt nadenkend. „De huidige generatie ouders is egoïstischer. Misschien blijven we langer zoeken naar geluk. Maar dan. Je kunt moeilijk elke tien jaar, als de relatie even wat minder gaat, op zoek gaan naar nieuw geluk.” Het is niet dat Van Kilsdonk weet hoe het zit. In haar films laat ze, angstaanjagend natuurgetrouw, zien wat mensen doen. En wat voor gevolgen dat kan hebben.

Haar volgende film zal gaan over twee ex-en van halverwege de zestig, die elkaar na jaren weer tegenkomen en opnieuw verliefd worden. „Dat geeft ongemakkelijke situaties, die toch ook lachwekkend zijn. Ze hebben allebei nieuwe partners. En de volwassen kinderen zijn erop tegen dat hun ouders weer wat beginnen.”

Ik vraag hoe ze op het idee kwam om van Luuk een huisarts te maken. „Dat vroeg Peer ook al.” Peer Wittenbols, de scenarioschrijver. „Hij is gewend voor toneel te schrijven. Zijn toneelpersonages komen tot leven binnen de drie wanden van het toneel. Ze zijn in het hier en nu, en veel meer heb je niet nodig. Maar een filmpersonage moet een beroep hebben. Daaruit volgt zoveel informatie die je niet vertelt, maar wel ziet. Als je weet wat hij ongeveer verdient, weet je hoe zijn huis eruit ziet, hoe zijn dochters moeten heten (Sophie en Fleur), wat voor brood hij eet (bruin in plaats van wit).

Over alle details heeft Nicole van Kilsdonk nagedacht. De film is grotendeels opgenomen in Breda. Het levert beelden op van parken en pleinen die niet te bekend zijn. „We wilden ver wegblijven van het bekende. Dit is geen exclusief Randstedelijk verhaal.” Het huis waarin de ex woont is een jarenzeventigbungalow. „We hebben op Funda eindeloos kamer-en-suitehuizen gezocht. We hebben huizen bekeken, waar je zo zou willen wonen. Maar we zetten de camera aan, en het was zo saai. Toen vonden we dit huis.” Atypisch, maar het werkt wel. „Je kunt er van alles bij bedenken. Misschien waren Luuk en zijn ex wel van plan geweest het te verbouwen. Maar toen gingen ze scheiden.” De kleren van Masha zijn gekozen door een Vlaamse kostuumontwerper. „Zij verbaasde zich erover dat Nederlandse vrouwen zich zo saai en praktisch kleden. Bloemetjesjurk of spijkerbroek, en daartussen zit niks. Masha’s outfit klopt precies.”

Heel even spiekt ze op haar iPhone, die onophoudelijk piept en rinkelt. Een scherm vol whatsappjes. Eentje van haar oudere zus. „Vier sterren in NRC.” Ze bloost. Blij. Even is ze bang geweest dat mensen haar film te emotioneel zouden vinden. „Ik ben pas tevreden als het lichtvoetig is én serieus. Dat je kunt gniffelen en huilen.” De laatste film waarbij ze dat zelf ondervond, was Boyhood. De film volgt het leven van een jongen, van puber tot adolescent. Zoon van een gescheiden moeder. Ze klopt met haar handen tegen haar wangen. „Tegen het eind van de film waren ze nat. Huilde ik nou? Ja. Niet uit verdriet, ook niet omdat het allemaal zo ellendig en dramatisch was. Het greep me aan omdat het ging over het echte leven.”