Waarom het recht en de riolering hetzelfde zijn

Doorgaans handelt de senaat begrotingen stilletjes af, in de coulissen, schriftelijk, zoals het huishoudelijke stukken betaamt. Begrotingen zijn politiek formaliteiten – de keuzes zitten in de wetsvoorstellen. Het debat erover wordt dáár gevoerd, niet bij de begroting. Wie als senator ervoor stemt, verliest ook niet het recht om later bezwaren te uiten tegen de onderbouwing.

Maar deze week moest minister Opstelten zijn begroting live in de Senaat komen verdedigen, net als vorig jaar. En dat leidde tot een gedetailleerd debat, dat op initiatief van CDA senator Hans Franken uitliep op een motie waarin de bezuiniging op de rechtsbijstand van 85 miljoen zonder omhaal werd afgekeurd. Met steun van D66, GroenLinks en SP en vermoedelijk ook de PVV. Dinsdag wordt er hoofdelijk gestemd. Er dreigt dus een meerderheid die straks een gat in de begroting van Justitie slaat. In een Kamer die zich tot een ‘second opinion’ over juridische kwaliteit en consistentie van wetsvoorstellen pleegt te beperken en daarna gewoon voorstemt, is dat een bommetje. Hier werd niet alleen het kabinet maar ook de Tweede Kamer gecorrigeerd die voor stemde.

De Senaat is dus geen sideshow meer. Het wetsvoorstel over de vrije artsenkeuze werd vorig jaar weggestemd. De wet normering topinkomens werd aangenomen, maar coalitiepartner VVD stemde tegen. Opstelten liep er in 2012 vast met de prostitutiewet. Een registratieplicht voor de sekswerker en een ‘vergewisplicht’ voor de klant: van tevoren even het pasje checken bij de ‘wiplijn’ – weinig senatoren konden zich er iets bij voorstellen. De senaat hield het voorstel aan. De wet lijkt nu politiek dood.

De Justitiebegroting is nog te redden, tenzij de senaat volgende week doorbijt. Opstelten kan (en zal) de motie naast zich neerleggen, waarna de senaat het vertrouwen kan opzeggen. En dat zal wel niet gebeuren. Of misschien wel? Hoe dan ook, de sfeer is bedorven en de bewindslieden bungelen, aan hun eigen haakje.

Rond het thema ‘rechtsstaat’ hangt in de senaat al een poosje een schroeilucht. Het is van oudsher een belangrijke maatstaf voor àlles wat de senaat beoordeelt. Toegang tot rechtshulp, tot de rechter, respect voor grondrechten – als er nog èrgens juristen in de Staten-Generaal waakzaam zijn, dan in de senaat. Daar is de indruk ontstaan dat dit kabinet de rechtsstaat financieel uitwoont.

Vorig jaar werden maar liefst twee hoorzittingen met deskundigen over de toegang tot het recht gehouden. Kern van de discussie: het kabinet behandelt het recht net zo plat als de zorg – als een product waarvan de consumptie omlaag en de prijs omhoog moet. Dat zien veel senatoren en deskundigen anders. Recht is een paradoxaal fenomeen. Hoe beter het werkt, hoe kleiner de vraag en hoe meer het oplevert. Recht ìs geen dienst of een product maar een publieke voorziening. Vergelijkbaar met fluor of de riolering. Doe je fluor in het drinkwater dan neemt het tandbederf af. Leg je riolering aan dan verbetert de gezondheid van stadsbewoners. Heb je een geoliede rechtsstaat dan voorkom je schade, stilstand, energieverlies en win je aan zekerheid en slagkracht. En dan vooral buiten het rechtsbedrijf. Van alle geschillen komt maar 4 procent in de rechtszaal terecht. De rest wordt bemiddeld, geschikt, gedeald of geïncasseerd, letterlijk of figuurlijk.

Het rendement van het recht zit in de schaduwwerking: een effectieve rechtspraak met lage drempels disciplineert debiteuren, verschaft zekerheid en bevordert investeringen en initiatieven. Wat pakkans en strafkans zijn voor de veiligheid, zijn betaalbare procedures, snelle comparities, korte zittingsdata en deskundige advocaten voor het maatschappelijk verkeer. Niet alleen in de handel, maar ook tussen burgers of met de overheid.

Zo bezien kan scherp bezuinigen op het recht tot diep in de samenleving schadelijk zijn. Eigenlijk is het mal dat de instituten van de rechtsstaat financieel alleen een zorg van Opstelten zijn. Die motie-Franken gaat over meer dan alleen gesubsidieerde advocaten. Dit raakt de kern van de democratische rechtsstaat.