Volgens de laatste kantoormode

Dat zuurstokroze overhemd kan écht niet. Wat draag je dan wel op de werkvloer? ‘Image consultant’ Claudia Hulshof inspecteert de kledingkast van Jos.

Wat doe je aan als je, zoals de meeste mensen, in een semi-formele omgeving werkt?
Wat doe je aan als je, zoals de meeste mensen, in een semi-formele omgeving werkt? Foto Mieke Meesen

Jos van Velzen (58) heeft een flamboyante kant, maar laten we niet overdrijven. Image consultant Claudia Hulshof (49) neemt haar cliënt keurend op. Samen kijken ze naar Van Velzens reflectie in de grote spiegel in Hulshofs atelier. Goed dan, geeft Van Velzen toe. Maar – toch nog even – vindt ze zijn zuurstokroze overhemd dan écht niet kunnen? Hij bedoelt: écht, écht niet? Nee. Het knelt bij de oksels, de mouwen zijn te kort. Hulshof moet ergens een grens trekken. Kan hij geen opvallende bril kopen?

Deze maand is haar boek Signalen uitgekomen, over kledingstijl op het werk. Want ook kantooroutfits zijn behoorlijk aan trends onderhevig, merkte Hulshof. „De pakken zijn nu meer aangesloten en korter dan een paar jaar geleden. Duidelijk zichtbare schoudervullingen zie je nauwelijks meer, en er worden steeds vaker sneakers gedragen.”

Wat draag je naar kantoor, wat vooral niet, en waarom? Dat is niet zo moeilijk wanneer je op een chique advocatenkantoor werkt, of bij een bank. „In de financiële sector is de kledingstijl vrij uniform, daar draag je meestal gewoon een pak of mantelpak.” Maar veel mensen werken in een semi-formele omgeving, zegt Hulshof. Bij een groot bedrijf bijvoorbeeld. Er zijn geen officiële kledingvoorschriften, maar je dient je wel netjes te kleden.

Wat moet je aan wanneer je je niet achter een pakkenbeleid kunt verschuilen? Of wanneer je, in het geval van Van Velzen, gaat solliciteren.

Dat hangt allereerst af van de werkomgeving en de functie, aldus Hulshof. „Binnen creatieve sectoren, denk aan een reclamebureau of een mediabedrijf, luistert het niet zo nauw. Daar wordt het juist gewaardeerd als je casual naar je werk komt.” En dan de functie. „Een leidinggevende kleedt zich anders dan iemand lager in rang.” Netter, formeler. „In deze rol kun je met verschillende kleurdiepten werken. Een jasje in een donkere kleur, gecombineerd met een licht overhemd. Dit creëert afstand, straalt gezag uit. Ook als je een presentatie geeft, kun je hieraan denken.”

Geen spijkerbroeken

En met effen kleuren of een geometrische print kun je prima aankomen in een semi-formele werkomgeving. Voor vrouwen zijn er meer mogelijkheden, zegt Hulshof. „Trek een mooi jasje aan op een broek of rok, of over een jurk.” Spijkerbroeken kunnen niet als leidinggevende. Punt uit. Geef je geen leiding? Dan mag het – indien de broek donker van kleur is. Hoe lichter, hoe informeler. „Stonewashed jeans, met of zonder gaten, zijn nooit een goed idee.”

Van Velzen zou graag aan de slag willen als projectleider bij ING, vertelt hij aan Hulshof. Die knikt. Een pak dus. Makkelijk. „Bedenk altijd eerst: wat dragen de werknemers bij dat bedrijf?” Dat betekent niet dat je als een schaap braaf achter de kudde aan moet lopen. Hulshof: „Geef er altijd je eigen draai aan. Wat staat je? Wat zijn je sterke punten? Wat zou je liever verhullen?” Ze meet Van Velzens hoofd op, en dan zijn borstkas. Zo kan ze zijn lichaamsverhoudingen berekenen.

En vervolgens manipuleer je de boel, gaat Hulshof verder. Korte benen? Laat ze langer lijken door onder een broek schoenen te dragen in dezelfde kleur. Brede heupen die je niet wilt accentueren? Zorg voor een kort, wat hoger, jasje, dat boven de heupen valt. „Kleding wordt veelal gemaakt voor mensen met een H-postuur. Die hebben een strak en recht lichaam, net als de letter H. Maar de meesten hebben een heel ander figuur. Daarom raad ik cliënten aan kleding te laten vermaken. Slobberende overhemden of te strakke rokken staan niet.”

Pas op met paars

Goed. Terug naar kantoor. Behoren jou geen managementtaken toe, en wil je vriendelijk en benaderbaar overkomen? Draag zachtere kleuren. En mijdt contrasterende kleurcombinaties: geen donker jasje met een licht overhemd dus. Wees sowieso voorzichtig met felle kleuren, waarschuwt Hulshof. „Rood komt daadkrachtig over maar kan afschrikken. Hardroze en paars is ook nogal heftig.” Daar moet je het type voor zijn, vindt ze. „Als het iemand niet staat, zorgt het voor verwarring. Dan zie je alleen die kleur nog maar. Valt de persoon weg.”

Stevige breisels mogen, en een overhemd met of zonder jasje. Nog een tip: draag bovenkleding in de kleur van je ogen. „Dan maak je een betrouwbaardere indruk.” Van Velzen is weer gaan zitten en maakt ijverig notities op een vel papier. Handige voor tijdens de netwerkavonden die hij afloopt, zegt hij.

Wat volgens Hulshof vermeden moet worden: te veel bloot. „Decolletés, zichtbare behabandjes, doorschijnende bloesjes, te korte rokken: niet doen. Houd er rekening mee dat een rok zo’n tien tot vijftien centimeter opkruipt wanneer je zit.” Een geschikte kantoorrok valt op of net boven de knie. „Kies het slankste deel van je benen en zorg dat daar de zoom op valt.”

En dan nu, dames en heren, de schoenen. Hulshof zegt doorgaans klassieke herenschoenen onder een pak te zien, maar een nette sneaker ook best kunnen. Ze wijst op een paar grijze gympen, op een rechterpagina in haar boek. „Die moeten schoon en niet kapot zijn, maar dat lijkt me logisch.” Hulshof is een voorstander van hakken. “Dat moet bij je passen, maar ik vind het altijd erg mooi staan.” Nooit aandoen: ballerina’s. „Tenzij je een frêle Française bent. Nederlandse dames krijgen er wel erg stevige kuiten van.”

Maar goed, zucht Hulshof dan. Je moet je uiteindelijk gewoon goed voelen in wat je draagt. Van Velzens ogen lichten op. Dat roze overhemd hè, als hij de mouwen opstroopt. Dan ziet toch niemand dat ze eigenlijk te kort zijn? Hulshof schudt haar hoofd. „Jos. Toen je net kwam aanlopen, dacht ik: ‘Hé, daar komt een roze hemd aan’. Pas later zag ik dat er ook een man in zat.”