Verarmd voedsel

Volgens het Zeeuwse waterleidingbedrijf Evides zitten er te weinig mineralen in ons moderne voedsel. Dat kunnen we aanvullen door hun kraanwater te drinken, zolang dat tenminste niet te ver onthard wordt. Het bedrijf werd vanwege die advertentie prompt voor de Reclame Code Commissie gedaagd door een fabrikant van ontharders. Daarover straks meer, maar eerst de vraag: zitten er minder mineralen en andere voedingsstoffen in ons eten dan vroeger? Is dat erg? En zo ja, wat is ertegen te doen?

Het is niet zo’n rare gedachte dat het gehalte aan vitamines en mineralen in voedsel is gedaald. Zaadbedrijven zijn verwikkeld in een moordende concurrentiestrijd om nieuwe plantenrassen te ontwikkelen met hogere opbrengst, meer weerstand tegen insecten, langere houdbaarheid en een mooier uiterlijk. Ze letten daarbij niet speciaal op de gehaltes aan voedingsstoffen, daar vragen de boeren en de supermarktketens niet naar. De verbetering van commercieel aantrekkelijke eigenschappen zoals opbrengst en houdbaarheid kan daarom ten koste gaan van de voedingswaarde.

Wat weten we hierover daadwerkelijk? Nederlandse bladgroenten bevatten een kwart zoveel ijzer en half zoveel calcium en vitamine C als traditionele groenten in Tanzania. Maar dat soort vergelijkingen tussen landen vormen geen sterk bewijs. We willen goed gecontroleerde experimenten zien, en gelukkig zijn die er. Landbouwkundig onderzoekers verzamelen al bijna twee eeuwen de zaden van tarwerassen en andere granen. Die oude tarwesoorten hebben ze recentelijk opnieuw in de grond gestopt en ter vergelijking hebben ze op dezelfde akkers moderne rassen geteeld. De oude soorten leverden vijftig procent minder tarwe dan de moderne, maar ze bevatten wel een kwart meer ijzer, zink en andere mineralen, en meer eiwit. Het gehalte aan vitamines verschilde niet. De zaadveredeling heeft dus geleid tot meer tarwe met minder mineralen.

Voor groenten en fruit hebben we weinig van dit soort experimentele gegevens. Wel hebben we voedingsmiddelentabellen uit het midden van de vorige eeuw; die rapporteerden meer mineralen en minder water in groenten dan we tegenwoordig aantreffen. Dat kan deels liggen aan veranderde meetmethoden, maar vermoedelijk is ook in groenten het gehalte aan mineralen gedaald.

Moeten we ons nu zorgen maken over het huidige voedsel? De waargenomen dalingen betreffen vooral ijzer, calcium en zink in granen en groenten. Voor de meeste Nederlanders is dat geen probleem. Wij krijgen calcium vooral uit zuivel, en voor ijzer en zink is vlees een goede bron. Zelfs veganisten krijgen geen tekorten aan mineralen zolang ze de juiste combinaties kiezen van granen, bonen, groenten en fruit. Wie dat te ingewikkeld vindt kan namaakvlees kopen waar mineralen aan zijn toegevoegd. Daar zitten ook de vitamines in die in plantaardig voedsel ontbreken.

Voor Nederlanders maakt het dus niet uit of er wat meer of minder mineralen in de tarwe zitten, wij krijgen ze wel ergens anders uit. Arme Indiërs en Afrikanen hebben die luxe niet. Zij zijn al blij als ze hun buik vol kunnen eten met tarwe, gierst, rijst of bonen en hebben geen geld voor iets anders. Daardoor krijgen ze voedingstekorten. Het gehalte aan ijzer in tarwe is namelijk zo laag dat je veertig volkoren boterhammen moet eten om aan je dagdosis ijzer te komen. Dat kan natuurlijk niemand, en het resulterende ijzertekort is een van de redenen dat veel arme mensen in de derde wereld bloedarmoede hebben. Dat lossen we niet op met een terugkeer naar de rassen en teeltwijzen van lang geleden. Van 19de-eeuwse boterhammen heb je er nog steeds dertig per dag nodig om voldoende ijzer binnen te krijgen en bovendien is de opbrengst van 19de-eeuwse granen zo laag dat er hongersnood zou uitbreken.

We moeten juist de technologie van de 21ste eeuw inzetten. De moderne biotechnologie kan tarwe en rijst creëren met de vereiste hoeveelheid ijzer en zink en met ook nog eens de vitamines die in granen ontbreken, zoals vitamine A. Dat biedt hoop, al zal het nog wel even duren voordat arme Afrikanen en Aziaten die nieuwe granen kunnen en willen verbouwen en eten.

En dan het Zeeuwse leidingwater. Kan dat ons van mineralen voorzien, zoals waterproducent Evides suggereerde? Helaas niet. Gemiddeld drinken we een liter leidingwater per dag, als zodanig of in koffie en thee. Dat levert bij elkaar 7 procent van onze dagelijkse calcium, 3 procent van de magnesium en 0,2 procent van ons ijzer. Leidingwater bevat dus geen mineralen in hoeveelheden die van belang zijn en het verwijderen van die laatste restjes mineralen door ontharding levert geen gevaar voor de gezondheid. Daar heeft waterproducent Evides zich op verkeken, en mede daarom wees de Reclame Code Commissie de klacht van de ontharderfabrikant toe.

Wie iets positiefs over leidingwater wil zeggen kan beter vertellen dat er geen suiker, alcohol of verzadigd vet in zit. Die hebben meer invloed op onze gezondheid dan calcium of ijzer. ‘Water bevat niks en juist dáárom is het gezond.’ Dat lijkt me een mooie slogan voor een nieuwe advertentie.