Tussen Koreaan en Amerikaan in: waarom een generatie ‘adopko’s’ teruggaat naar Korea

Bijeenkomst van ouders van adoptiekinderen uit ontwikkelingslanden in de Flevohof in 1989.
Bijeenkomst van ouders van adoptiekinderen uit ontwikkelingslanden in de Flevohof in 1989. Foto ANP

De afgelopen zes decennia zijn er ruim 200.000 kinderen uit Zuid-Korea geadopteerd. De piek van de exodus lag in de jaren 70 en 80. Volwassen geworden gaan deze dertigers nu in groten getale op zoek naar hun roots.

Na de Koreaanse oorlog werden aanvankelijk vooral kinderen van gemengde ouders geadopteerd, de zogenaamde ‘oorlogswezen’, verwekt in de hitte van de strijd door een Amerikaanse militair. Tijdens de industrialisatie in de jaren 60 en 70 werden steeds meer ook ‘gewone’ kinderen afgestaan van bijvoorbeeld tienermoeders. De meerderheid van de adoptiekinderen uit Zuid-Korea betreft alleenstaande moeders. Deze moeders hadden en hebben als single mum weinig toekomst: ze krijgen amper bijstand of werk en worden vaak door de familie met de nek aangekeken. Dan is de keuze voor vijfduizend dollar per kind toen, en nu zo’n dertigduizend euro, snel gemaakt.

Zuid-Korea nam bovendien speciale wetten aan om adoptie makkelijker te maken. Op het hoogtepunt in de jaren 80 werden er 24 kinderen per dag de wereld overgevlogen. De uitstroom van kinderen leverde het land miljoenen dollars op, niet in de laatste plaats omdat er natuurlijk ook minder monden waren die gevoed moesten worden.

Adopties gingen gepaard met fraude

Veel adoptieprocedures in die tijd waren omgeven door een geur van fraude. De verhalen van geadopteerden die er achter komen dat hun adoptiepapieren vervalst zijn of ontdekken dat ze helemaal niet te vondeling zijn gelegd, zijn legio.

Zuid-Korea heeft lang geprobeerd dit soort schandalen stil te houden, maar de generatie uit de jaren 70 en 80 is inmiddels een kritische, hoogopgeleide massa geworden, die antwoorden wil. En deze ook steeds vaker gaat halen, zo schrijft The New York Times. De krant sprak met verschillende ‘adopko’s’ (adoptie Koreanen) over de dilemma’s die zich voordoen bij geadopteerden die teruggaan en soms zelf in Korea gaan wonen.

Voor veel geadopteerden vormen de culturele verschillen, het feit dat ze de taal niet spreken, een frustrerend obstakel in hun geboorteland. Het geeft hun het gevoel dat ze ergens tussenin hangen: ze zijn niet helemaal Amerikaan, maar ook geen volledige Koreaan.

Lees het hele verhaal van Maggie Jones ‘Why a generation adoptees is returning to South Korea’ bij The New York Times (69.19 woorden, leestijd ongeveer 27 minuten).

En lees het verhaal ‘To do: terug naar Korea’ (€) dat eerder in nrc.next verscheen. Het vervolg staat eind deze maand in de krant.