Pegida maakt Duitsland normaal

Vehikel voor kleinburgerlijke angsten of neonazisme? Duitsland probeert de beweging tegen massa-immigratie te duiden. „Het is de verdienste van Pegida dat ze het speelveld ‘op rechts’ verbreedt.”

Een Pegida-bijeenkomst in december 2014. Na de val van de Muur heerst bij deelnemers de angst dat alles door immigratie nóg een keer anders wordt.
Een Pegida-bijeenkomst in december 2014. Na de val van de Muur heerst bij deelnemers de angst dat alles door immigratie nóg een keer anders wordt. Foto AP

De avondwandelingen hebben na drie maanden een ritueel karakter gekregen. Elke maandag om half zes komt in Dresden een massa burgers bij elkaar. Pegida – Patriotische Europäer Gegen die Islamiserung des Abendlandes – noemen ze zich en de beweging groeit nog steeds. Afgelopen maandag waren het er 25.000. Inmiddels is die homerische naam een splijtend begrip in Duitsland: je bent voor of tegen. En ook heel Europa kijkt met argwaan naar wat er broeit in dat toch altijd stabiele, grote land midden op het continent. Wie zijn die mensen? Wat zit hen dwars? Zijn het racisten, oude of nieuwe nazi’s? Oude communisten misschien ook? Er is immers op straat opvallend veel bijval voor Moskou en Poetin te horen.

In ieder geval legt de beweging bloot dat een deel van de samenleving zich niet meer thuis voelt in eigen land, waar politieke correctheid heet te regeren. En dat de representatieve democratie van het ‘nieuwe Duitsland’ van na 1989 – waar het rechterdeel van het spectrum niet in het parlement zit – misschien toe is aan een update.

De Dresdener politicoloog Werner Patzelt volgt de beweging al sinds de eerste weken. „Pegida is een burgerbeweging zoals we die in Duitsland tot nu toe nog niet kenden”, zegt hij op zijn kleine werkkamer aan de Technische Universiteit. „Gewoonlijk zijn burgerbewegingen bij ons links, maar deze beweging is dat niet. Dat irriteert veel Duitsers. Op grond van begrijpelijke historische en culturele redenen wordt alles wat rechts van het midden is, met zorg en afkeuring bejegend.”

Aanvankelijk werd Pegida afgedaan als weer een groepje ‘mekkerende Ossi’s’ – Dresden, hoofdstad van de deelstaat Sachsen, lag in de DDR. De demonstranten zouden een beetje spanning zoeken onder leiding van een crimineel, organisator Lutz Bachmann. Hij heeft een strafblad wegens onder meer inbraak, geweldpleging en drugsdelicten. Maar dat groepje groeide uit tot een vereniging die het lukt wekelijks duizenden mensen op de been te brengen. En die overal in het land wordt nagevolgd, zij het tot nu toe met minder succes dan in Dresden.

Tot de routine hoort dat deelnemers de vlaggen tonen van de deelstaat waar ze vandaan komen. Of spandoeken vol teleurstelling. Borden ook, met een persoonlijk streven: voor atheïsme of juist voor bescherming van het ongeboren leven. Er zijn gemoedelijke middelbare echtparen uit omliggende dorpen. Die hard lachen en zeggen dat ze helemaal geen Wutbürger zijn, woedende burgers. Dat vinden ze een arrogante term waarmee ze worden gekleineerd door Duitse media.

Groepen stevige jongens ook met Dynamo-mutsen, de naam van de voetbalclub van Dresden. Maar ook wel typische neo-nazi’s met een kale kop en bijvoorbeeld een leren jack met de afbeelding van een Stahlhelm waarboven in gotische letters ‘Gott mit uns’ staat. Toch is de gemiddelde Pegidler een man van 48, met een redelijke opleiding en een baan, concludeerde Patzelts collega-politicoloog Hans Vorländer deze week in een onderzoek.

Volksverraders

De betogers komen met al hun verschillen af op de grote leuzen: tegen ongebreidelde immigratie, tegen de ‘islamisering’ van Duitsland. Tegen politici, die volksverraders worden genoemd, tegen de ‘Lügenpresse’. Wie met ze meeloopt krijgt flyers in de hand van ‘eigen’ media die wél de waarheid zouden vertellen, zoals PI News, Kla-TV of RT Deutsch, de Duitstalige versie van de Russische propagandazender Russia Today. En de mensen luchten hun gemoed door het eensgezind scanderen van de slogan van de geweldloze revolutie tegen het DDR-regime in 1989: Wir sind das Volk! De beweging let nauwgezet op twee dingen: geen geweld. En geen nazi-kreten.

„Deze mensen hebben zich afgewend van de gevestigde rechtsorde, net zoals dertig jaar terug de ultralinkse scene”, zegt Patzelt. „Maar toen ging het om krakers, jongeren zonder maatschappelijke wortels. Hier gaat het om de gezeten burgerij, mensen met huizen, banen en gezinnen. In Pegida wordt een ernstig probleem van de samenleving zichtbaar. Het gaat om de innerlijke vervreemding van een deel van de bevolking tegenover een politieke klasse die een reusachtig maatschappelijk experiment begint, de immigratie van vreemdelingen, zonder na te gaan of de mensen het daar mee eens zijn.”

Bij het politieke straattheater dat wekelijks in Dresden wordt opgevoerd, verzorgt de antifascistische jeugd de ketelmuziek. Zij noemen zich, overzichtelijk, ‘Nopegida’. Hier gaat het om enige duizenden jongeren, ook met een beperkt aantal leuzen tegen nationalisme en voor opnemen van vluchtelingen. Zij houden zich ook aan de code: geen geweld. Omstreeks negen uur ’s avonds is de manifestatie voorbij. Daarna maakt Nopegida de stad symbolisch schoon.

Oppervlakkig gezien lijkt het wel te gaan om een generatieconflict tussen enerzijds studerende jongeren uit de stad, opgegroeid in het herenigd Duitsland, en anderzijds mensen die jong waren tijdens de Wende. Die vaak wonen in de dorpen en kleinere steden buiten Dresden. Wier levens door de val van Muur totaal veranderden. Die zich hebben aangepast aan de nieuwe constellatie en die vrezen dat alles nóg een keer anders moet, omdat Duitsland immigratie als oplossing voor de vergrijzing voorstaat. Zonder dat ze zijn geraadpleegd.

Priester

Dat is ook het beeld dat Frank Richter afgelopen maandag schetste voor een groepje journalisten. Deze voormalige priester is een van de kopstukken van de oppositionele burgerbeweging van Dresden. Door in gesprek te raken met de zittende staatsmacht van de DDR in de persoon van de burgemeester hielp hij in 1989 verder geweld voorkomen. Richter probeert nu als directeur van de Centrale voor Politieke Vorming van de deelstaat Saksen (SLPB) opnieuw het gesprek op gang te brengen. Ditmaal met de burgers die zich van de democratie lijken te hebben afgewend.

Hij organiseerde vorige week een dialoogbijeenkomst tussen burgers. Richter: „Het duurde twee uur. En we hebben uitsluitend lange monologen gehoord.” Getoond wordt een stukje video van een man die het niet eens is met de stelling dat moslims tot de Duitse cultuur horen: „Ik vraag me af of de islam net zo hoort bij Duitsland als Brecht, zuurkool en bier.”

Richter denkt dat er vooral gepraat moet worden, en niet alleen in Dresden. „Dat betekent vooral ook naar elkaar luisteren. De democratie is nog jong hier. Men probeert elkaar vooral met het eigen gelijk te overschreeuwen. Als een uitvergroting van onze talkshows op tv. Maar het enige wat we hebben is: praten, praten, praten.”

Patzelt wijst op een eigenaardigheid van de Duitse democratie: dat die er sinds 1945 op gericht is de rechterkant van het politieke spectrum uit te schakelen. Hij meent dat het debat over het bestaansrecht van Pegida in wezen draait om de vraag of dat „gat in de democratische representatie overeind moet blijven of niet”. Volgens hem is het de verdienste van Pegida dat zij het politieke speelveld enorm heeft verbreed.

„Hoe het verder gaat, weten we niet," zegt Patzelt. Pegida kan doodlopen, of zichzelf te gronde richten als het formuleren van concrete doelstellingen leidt tot conflicten. Óf Pegida vormt een alliantie met de nieuwe conservatief-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD). „Samen zouden zij dat gat op rechts kunnen vullen”, denkt Patzelt. „Dan zou de AfD in het parlement tot uitdrukking brengen wat Pegida op straat laat horen.”

In Europees perspectief, waar in veel landen rechts-populistische partijen gedijen, zou een samengaan van Pegida en AfD een normalisering betekenen van de Duitse politiek, meent Patzelt. „Voor Duitsland zou het de opheffing zijn van een uitzonderingstoestand. Als de status quo gehandhaafd blijft, met het taboe op politiek op de rechterflank, ontstaat een situatie die in hoge mate riskant is voor de Duitse politiek.”