Opinie

Vastklampjargon

In onzekere tijden moet je je vastklampen aan schijnzekerheid. Je zou alle keren moeten tellen dat de deskundigen op tv zeggen dat de huidige situatie ‘gewoon’ zus of zo moet worden opgelost. Natuurlijk – geen enkele talkshow heeft er wat aan als de deskundige in blinde paniek roept dat hij bang is en dan onder tafel gaat zitten huilen.

Maar het andere uiterste is wat we nu voorgeschoteld krijgen – de een na de ander die zijn/haar zin begint met „Het is nú aan de overheid om...” of „Het is nú aan de samenleving om...” Of dat dan ergens op slaat is allemaal minder belangrijk. Onze koning kwam uit op een multi-interpretabel: „Een rechtstreekse aanval op de vrijheid, die ons allemaal raakt.” (figuur 1)

Als je het allemaal ook niet weet, dan moet je je ergens aan vastklampen. Dat is altijd zo. Vooral jargon leent zich hier goed voor. Wie een huis wil kopen, doet er bijvoorbeeld goed aan om tegen de verkopend makelaar af en toe het woord ‘contactgeluid’ te laten vallen, of ‘spouwmuur’. ‘Mechanische afzuiging’ is ook uitermate geschikt. De makelaar weet ook wel dat je dat jargon alleen maar gebruikt om je ergens aan vast te klampen, maar het biedt een ingang om samen het toneelstuk te spelen dat we weten waar we het over hebben.

Als je je auto naar de garage moet brengen geldt hetzelfde; af en toe ‘bobine’ zeggen, om de spanning over de eigen onkunde op te heffen. Bij het bekijken van een kinderdagverblijf iets zeggen over ‘verticale groepen’, en dan lijkt het alsof je je er al echt in verdiept hebt.

Bij de belastingconsulent moet je natuurlijk iets met box 1, en in een sjiek restaurant moet je een kaasnaam herhalen en zeggen: „O ja, heerlijk, reblochon. Als-ie rijp is.”

Nu hebben we met ‘Je suis Charlie’ ook een soort vastklampjargon. Je zegt er niet meer mee dan dat je het allemaal heel erg vindt, of – vooruit – iets minder vaag: dat je tegen terrorisme bent en voor persvrijheid. Maar vooral laat je merken dat je iets weet, ook al weet je niets.