Het overwicht van de rijke universiteiten zal alleen maar toenemen met die ‘gouden route’

illustratie tomas schats
illustratie tomas schats

In het artikel De chaos van open access (Wetenschapsbijlage 10-11 januari) wordt beschreven dat de zogeheten ‘gouden route’ publiceren duurder maakt voor universiteiten. De berekeningen van de Wageningse collega’s stemmen overeen met die van de Utrechtse faculteit Geesteswetenschappen. Met de onwaarschijnlijk optimistische aannames van een article processing charge van 800 euro en een wereldwijde participatie in open access (OA) zou de faculteit over tien jaar op zijn best geen winst of verlies maken, in het slechtste geval geconfronteerd worden met een miljoen euro aan extra kosten. In de jaren tot dat moment maakt de faculteit hoe dan ook een fors verlies. Het aantal nieuwe lezers dat door OA toegang zal krijgen tot wetenschap is beperkt, althans in Nederland.

Aan de zorgen over de ‘gouden route’ moeten ook nog de negatieve gevolgen worden toegevoegd die dit systeem heeft voor de toegankelijkheid tot wetenschappelijke productie, dus niet in de vorm van lezen, maar van schrijven. Het maakt publiceren alleen nog mogelijk voor diegenen die de hoge apc’s kunnen (laten) betalen, wat aan de ‘gouden route’ nog een heel andere wending geeft. Het overwicht van de rijke universiteiten zal alleen maar toenemen, de toegankelijkheid tot het forum van wetenschappelijk debat en de diversiteit aan visies zullen navenant dalen. Niet alleen zal de relatief gunstige positie die het Nederlandse onderzoek dank zij haar grote kwaliteiten wereldwijd inneemt verslechteren ten gunste van Harvard en Peking, de collega’s in opkomende landen zullen met de ‘gouden route’ publiceren helemaal wel kunnen vergeten en voor de wetenschap is dit een principieel uiterst slechte zaak.

Het zou beter zijn als staatssecretaris Dekker zijn standpunt nog eens heroverweegt.

Hoogleraar Oude Geschiedenis, Universiteit Utrecht

Perverse oproep

Er ontbreekt een belangrijk aspect in het artikel over open access: het peer review systeem waarmee manuscripten worden getoetst en verbeterd vóór publicatie. Dit essentiële systeem zorgt er voor dat de kwaliteit van de publicaties zo goed mogelijk gehandhaafd blijft. Het zorgt er ook voor dat auteurs graag in een tijdschrift met een goed peer review systeem publiceren, want niemand wil dat zijn of haar stuk beoordeeld wordt door nitwits.

De gevestigde tijdschriften hebben vaak tientallen jaren besteed aan het opzetten, verbeteren en handhaven van een goed review systeem. Open accesstijdschriften hebben veel tijd nodig om zelf zo’n systeem op te zetten. Tot nu toe zijn er maar een paar open accesstijdschriften in geslaagd om dat te doen; de rest is vaak van bedroevend slechte kwaliteit.

Een eventuele oproep van de Nederlandse universiteiten aan hun medewerkers om hun werk ten behoeve van goede review systemen en redacties van commerciële tijdschriften te staken zou dan ook volstrekt pervers zijn.

Veel beter is in te gaan op de mogelijkheid van open access bij reguliere tijdschriften, de zogenaamde hybride tijdschriften, waarbij het goed lopende review systeem behouden blijft.

Harde onderhandelingen over de abonnementsprijs van deze tijdschriften zijn natuurlijk alleszins gerechtvaardigd.

Prof.dr. Dirk Roos

Tumorpech

Stel je open voor deze verrassende vondst

Het artikel Kanker is altijd pech (Wetenschapsbijlage, 10-11 januari) toont hoe kortzichtig gevestigde wetenschappers kunnen reageren op een nieuw idee. De krampachtige reacties der deskundigen hebben misschien te maken met bestaande geldstromen voor onderzoek, die door een andere visie in de knel zouden kunnen komen (rooklobby versus anti-rooklobby bijvoorbeeld).

Onbevooroordeelde onderzoekers zouden zich er beter eerst eens in verdiepen hoe deze resultaten het kankeronderzoek verder zouden kunnen helpen. De vondst dat het kankerrisico gecorreleerd is met het aantal delingen in stamcellen is belangrijk genoeg.

Voor dit laatste worden getallen voor normaal weefsel gebruikt, waardoor het risico op longkanker voor rokers en niet-rokers op een verticale as liggen. Maar het effect van roken (zowel als van fijnstof en asbest) zou best eens kunnen zijn dat het longepitheel beschadigd wordt en dat voor het continue herstel de celdelingfrequentie toeneemt, en daardoor de kans op een kwaadaardige mutant. Een vertienvoudiging zou zomaar de factor 10 in de kans op longkanker tussen rokers en niet-rokers kunnen verklaren.

Ik begrijp ook niet waar Coebergh en van Leeuwen op doelen met schadelijke beeldvorming, want het verschil tussen roken en niet roken wordt niet onder de tafel geveegd, maar alleen in een breder perspectief geplaatst.

Er is veel onderzoek gedaan naar kankerverwekkende stoffen, maar er zijn geen een-op-een relaties gevonden in termen van oorzaak en gevolg. De correlatie leidt tot de toetsbare hypothese dat dit soort stoffen en prikkels (radioactiviteit, ultraviolet), en zelfs genetische deficiënties (de twee hoogste waarden hebben betrekking op erfelijke vormen van darmkanker), hun werking uitoefenen via invloed op het aantal celdelingen. Kortom, kankeronderzoekers, stel je open voor verrassende resultaten in plaats van meteen in het verweer te schieten!

Niels Daan

Nieuw antibioticum

Wél resistentie

In het artikel Geen resistentie tegen nieuw antibioticum (NRC Handelsblad, 8 januari) blijven de belangrijkste aspecten van de wetenschappelijke doorbraak onderbelicht. De onderzoekers laten zien dat – in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd – de natuurlijke bronnen om antibiotica te ontdekken geenszins uitgeput zijn. Via een nieuwe methode om niet kweekbare bacteriën toch te kweken, ontdekten ze een antibioticum, teixobactin, met een ongebruikelijke structuur en een nieuw werkingsmechanisme. Helaas is het slechts werkzaam tegen een deel van de probleembacteriën. Toch zullen we het van zulke doorbraken moeten hebben om resistente bacteriën te lijf te gaan. Dat is echter iets anders dan te beweren dat er geen resistentie tegen het nieuwe middel zal ontstaan. Van vrijwel elk nieuw antibioticum werd door optimistische ontdekkers beweerd dat bacteriën er niet resistent tegen zouden worden. Niets is echter minder waar gebleken.

Prof.dr. Jos van der Meer

Internist, Nijmegen

Prof.dr. Christina Vandenbroucke-Grauls

Medisch microbioloog, Amsterdam