Opinie

Doodgewaand

De discussies over vrijheid van meningsuiting waren Velp voorbij gewaaid. „Gelukkig wel”, vond mijn moeder. „Gebeurd is gebeurd”, zei ze altijd en dan kwam het voorbeeld van de oorlog.

„Een week na de bevrijding deden we gewoon weer de was.”

Wat ze toen niet deden was er de hele dag over praten.

Ze had wel wat anders dan ‘Parijs’ aan haar hoofd. De volgende dag zou ze met drie verschillende openbaarvervoerorganisaties een hoogbejaarde zus van mijn vader in Brabant bezoeken, een ramp wat betreft in- en uitchecken met de OV-chipkaart.

Toen ze even naar de supermarkt was belde die zus. Ik nam op. Ze was nogal gepikeerd en ze schreeuwde, want ze heeft een gehoorapparaat en mensen met een gehoorapparaat telefoneren schreeuwend omdat ze er vanuit gaan dat de ander ook doof is.

„Zeg!”, schreeuwde ze, „Waar blijft mijn rouwkaart? Of sturen jullie mij geen rouwkaart?”

„Waar heeft u het over?”, schreeuwde ik terug.

Even later werd duidelijk dat ze dacht dat mijn moeder twee dagen eerder was overleden. Dat had ze gehoord, maar het kon ook zijn dat ze het verkeerd verstaan had.

„Tante Hannie dacht dat je dood was”, zei ik tegen mijn moeder toen ze zuchtend een tas met boodschappen op de keukentafel zette.

„Dat klopt niet”, zei ze. „Ik ga haar meteen bellen, want ik ga er morgen op bezoek en ik wil niet voor een dichte deur staan.”

Ze pakte de telefoon.

„Hallo?”

„Ja, hallo! Nee, ik ben niet overleden! Ik kom morgen!”

„Dan is het goed dat ik bel, want als je dat echt dacht was je je morgen rot geschrokken als ik voor de deur stond. Dat was dan heel vervelend geweest.”

Over dat laatste had ik dan toch wel een stukje geschreven, dacht ik. Dat de een zich letterlijk doodschrok omdat de doodgewaande ander voor de deur stond.

Goede tekst voor op de rouwkaart ook: ‘Ze schrok zich dood.’

„Wat zei ze?” vroeg ik nadat mijn moeder – die heeft ook een gehoorapparaat – nog een paar keer had geschreeuwd dat ze nog leefde.

„Nou gewoon, dat ze blij was dat ik nog leef”, zei mijn moeder. Ze voegde eraan toe dat zoiets ook wel eens leuk was om te horen, wat dat betreft was het nog helemaal niet zo gek om even doodgewaand te zijn.

„Dus dat is fijn.”

Dat mijn tante die haar verwisseld had met een goede vriendin nu pas tot het besef kwam dat die dan dus was overleden, daar stapte ze voor het gemak maar even overheen.

„Gebeurd is gebeurd”, zei ze.