Laten we aardig zijn voor de Grieken

Natuurlijk hebben de Grieken er genoeg van. Natuurlijk hopen ze op een verlichting van hun schulden. Natuurlijk stemmen ze volgende week op een politicus die zegt dat het anders moet en dat dat strenge Europa een toontje lager moet zingen.

Hoe kunnen we daar verbaasd over zijn?

In ruil voor onze hulp hebben we de Grieken hard behandeld. Niet een beetje hard, maar gewoon hard.

Dat mag. Het land had zichzelf in de nesten gewerkt door immense schulden aan te gaan, door corruptie, nepotisme, ga zo maar door. Toen Griekenland in 2010 failliet dreigde te gaan en Europa moest helpen bij het afbetalen van de schulden, dachten andere Europese landen terecht: we zijn gekke Henkie niet. We gaan geen honderden miljarden storten in een put. We gaan dit eens heel streng begeleiden. Geloof me, dat is gebeurd. Al bijna vijf jaar voert Griekenland een streng bezuinigingsprogramma door in ruil voor hulp bij het afbetalen van zijn schulden. Het Internationaal Monetair Fonds begeleidt het Griekse schuldsaneringsprogramma en prijst onomwonden wat de Griekse regering heeft bereikt.

Nu is het tijd voor een gebaar, nu is het tijd voor echte hulp, voor het kwijtschelden van een deel van de schulden. Iedereen weet al vijf jaar dat de Grieken hun schulden nooit kunnen afbetalen (of had dat kunnen weten). Die zijn simpelweg te hoog. Europa wilde vijf jaar geleden per se niet dat de private partijen, die aan Griekenland hadden geleend (en goed verdiend), die rekening kregen. Willens en wetens namen de Europese overheden in 2010 een groot deel van de schulden over van private partijen. Zo ontsprongen veel van de private schuldeisers ten onrechte de dans.

Waarom is me nog steeds niet geheel duidelijk. Er heerste die jaren in Brussel een overdreven angst voor onrust op de financiële markten (een financiële tsunami zou worden ontketend). Maar de financiële markten moet je af en toe met redelijke argumenten hard in het gezicht slaan. Zoals Jeroen Dijsselbloem tijdens de redding van Cyprus in 2013 deed toen hij zei: jullie investeerders gaan ook meebetalen, nu en in de toekomst – punt. Dan gillen de financiële markten even, maar daarna is het snel voorbij.

Griekenland was bovendien een makkelijke zondebok voor Noord-Europese politici. Het land is schaamteloos misbruikt als bliksemafleider van de deplorabele staat van de Noord-Europese banken. We gaan die stoute Grieken eens hard aanpakken! Horen jullie dat, kiezers? We gaan die stoute, luie Grieken hard aanpakken! Intussen werden stiekem de eigen banken en financiële instellingen gered die aan de Grieken hadden geleend. Want de Grieken wegzetten als de stouterds van de crisis was voor Noord-Europese politici zoveel fijner dan te moeten toegeven dat de eigen banken wéér in de problemen zaten.

Als ik het weer zo opsom, schaam ik mij eerlijk gezegd over hoe wij, de rest van Europa, Griekenland hebben behandeld. We hebben ze vernederd, verboden een referendum te houden over het hulppakket en zelfs nu bemoeien we ons op irritante wijze met de verkiezingen van volgende week. Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, waarschuwde de Grieken onlangs voor een „verkeerde uitslag”. De nieuwe linkse partij Syriza staat namelijk op winst en die partij wil heronderhandelen over het hulppakket. Juncker prefereert „bekende gezichten”.

Laten we duidelijk zijn: de Grieken hebben nul onderhandelingsmacht. Uit de euro stappen is zelfmoord, de banken hangen volledig aan het infuus van de ECB. Ze moeten het hebben van onze ruimhartigheid. Ik zou zeggen: doe er wat mee. En wees niet zuinig. We owe them.